In deze zaak vordert eiseres Lease B.V. een verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst met gedaagde buitengerechtelijk is ontbonden vanwege het niet tijdig betalen van leasetermijnen. Gedaagde erkent de betalingsachterstand, maar stelt dat hij telefonisch uitstel had gekregen vanwege het faillissement van zijn bedrijf en dat hij schade aan de auto wilde laten herstellen.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zijn stelling omtrent toestemming voor latere betaling onvoldoende heeft onderbouwd en wijst de vordering van eiseres toe. De overeenkomst is op 21 juli 2023 terecht ontbonden. De auto is opgehaald en verkocht door eiseres, waarbij de opbrengst in mindering is gebracht op het door gedaagde verschuldigde bedrag.
Gedaagde moet de resterende hoofdsom van €18.462,99 betalen, vermeerderd met contractuele rente van 1,5% per maand vanaf 15 mei 2025, incassokosten van €1.846,30 en proceskosten van €2.802,78. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst de wettelijke rente toe over de kosten indien betaling niet tijdig plaatsvindt.