Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2900

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
11755969 CV EXPL 25-13949
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:265 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurkoopovereenkomst en betaling resterende hoofdsom met rente en kosten

In deze zaak vordert eiseres Lease B.V. een verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst met gedaagde buitengerechtelijk is ontbonden vanwege het niet tijdig betalen van leasetermijnen. Gedaagde erkent de betalingsachterstand, maar stelt dat hij telefonisch uitstel had gekregen vanwege het faillissement van zijn bedrijf en dat hij schade aan de auto wilde laten herstellen.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zijn stelling omtrent toestemming voor latere betaling onvoldoende heeft onderbouwd en wijst de vordering van eiseres toe. De overeenkomst is op 21 juli 2023 terecht ontbonden. De auto is opgehaald en verkocht door eiseres, waarbij de opbrengst in mindering is gebracht op het door gedaagde verschuldigde bedrag.

Gedaagde moet de resterende hoofdsom van €18.462,99 betalen, vermeerderd met contractuele rente van 1,5% per maand vanaf 15 mei 2025, incassokosten van €1.846,30 en proceskosten van €2.802,78. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst de wettelijke rente toe over de kosten indien betaling niet tijdig plaatsvindt.

Uitkomst: De huurkoopovereenkomst is buitengerechtelijk ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot betaling van de resterende hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11755969 CV EXPL 25-13949
datum uitspraak: 6 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] Lease B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
eiseres,
gemachtigde: mr. drs. P.J.M. Veuger,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam
[bedrijf],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 3 juni 2025, met bijlagen;
  • de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord;
  • de brief van [gedaagde] van 24 juli 2025;
  • de brief met nadere producties van [eiseres] Lease van 18 december 2025;
1.2.
Op 8 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de heer [naam 2] namens [eiseres] , bijgestaan door de gemachtigde van [eiseres] , mr. drs. P.J.M. Veuger. De heer [gedaagde] is niet verschenen tijdens de zitting.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft van [eiseres] een bedrijfsauto (merk: [automerk] met kenteken [kenteken] ) geleased. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] de leasetermijnen niet tijdig aan haar betaald. [eiseres] heeft [gedaagde] daarop laten weten de overeenkomst te ontbinden. [eiseres] heeft de bedrijfsauto opgehaald en verkocht. [eiseres] eist in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het resterende bedrag aan [eiseres] te betalen en de schade van [eiseres] te vergoeden.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering. Volgens [gedaagde] heeft hij telefonisch met [eiseres] afgesproken dat hij vier of vijf termijnen later mocht betalen wegens het faillissement van zijn bedrijf. Verder had hij schade aan de auto en was hij voornemens om de auto naar de garage te brengen, omdat hij dan geld van de verzekering zou krijgen. Omdat [eiseres] de auto heeft opgehaald, is dat nu niet meer mogelijk.
2.3.
De kantonrechter wijst de eis van [eiseres] toe. Hierna zal worden uitgelegd hoe de kantonrechter tot die beslissing is gekomen.
De overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] is ontbonden
2.4.
Volgens [eiseres] is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat hij vanaf februari 2023 de maandelijkse leasetermijnen niet of niet tijdig heeft betaald. [eiseres] vordert daarom een verklaring van recht dat de overeenkomst tussen haar en [gedaagde] buitengerechtelijk is ontbonden op 21 juli 2023.
2.5.
[gedaagde] erkent dat hij de maandelijkse leasetermijnen niet heeft betaald, maar stelt dat hij daarvoor in maart telefonisch toestemming heeft gekregen van [eiseres] . [eiseres] betwist dat zij een dergelijke toezegging heeft gedaan. Omdat [gedaagde] zijn stelling op geen enkele manier heeft onderbouwd, gaat de kantonrechter aan deze stelling voorbij. Daarmee is vast komen te staan dat [gedaagde] zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet is nagekomen. De kantonrechter wijst daarom de gevraagde verklaring voor recht toe. [eiseres] heeft de overeenkomst op 21 juli 2023 terecht ontbonden.
2.6.
[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat de auto schade heeft opgelopen en dat hij voornemens was deze schade te laten herstellen, waarbij hij mogelijk een beroep op zijn verzekeraar kon doen. De kantonrechter merkt ten aanzien hiervan het volgende op. In ieder geval vanaf het moment dat de overeenkomst was geëindigd hoefde [eiseres] [gedaagde] niet meer in de gelegenheid te stellen de schade aan de auto te (doen) herstellen. [eiseres] heeft de opbrengst van de verkoop van de auto in mindering gebracht op het door [gedaagde] verschuldigde bedrag. Het is denkbaar dat het bedrag van de verkoopopbrengst lager is dan wat het geweest zou zijn als de auto geen schade zou hebben gehad. Volgens [eiseres] heeft zij [gedaagde] echter al op 28 juli 2023 (een week na de ontbindingsdatum en bijna drie maanden voordat de auto werd ingenomen) gevraagd om informatie over de verzekering te verschaffen, maar heeft [gedaagde] dat niet gedaan. [gedaagde] heeft een en ander niet betwist. Onder die omstandigheden kan [gedaagde] [eiseres] er geen verwijt van maken dat zij [gedaagde] niet in de gelegenheid heeft gesteld om een beroep te doen op zijn schadeverzekering.
[gedaagde] moet een bedrag van € 18.462.99 aan hoofdsom betalen
2.7.
[gedaagde] heeft de hoogte en de verschuldigdheid van de geëiste hoofdsom verder niet betwist. Deze vordering wordt daarom toegewezen. [gedaagde] moet daarom een bedrag van € 18.462,99 aan [eiseres] betalen.
[gedaagde] moet € 1.846,30 aan incassokosten betalen
2.8.
[eiseres] eist op grond van artikel 53 van Pro de algemene voorwaarden een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van 10% van de hoofdsom en daarmee een bedrag van € 1.846,30. Dit bedrag wordt toegewezen en vermeerderd met de wettelijke rente indien betaling van dit bedrag na betekening niet binnen de door de deurwaarder gestelde termijn plaatsvindt.
[gedaagde] moet rente betalen
2.9.
De contractuele rente van 1,5% per maand wordt toegewezen. De beëindiging van de overeenkomst is gegrond op artikel 53 van Pro de algemene voorwaarden van [eiseres] en niet op artikel 6:265 BW Pro; de verplichting om de contractuele rente te betalen is daarmee niet opgehouden te bestaan op het moment dat de overeenkomst is geëindigd. Berekend tot 14 mei 2025 bedraagt de rente € 5.205,21.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.10.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiseres] op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 1.086,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van € 543,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.802,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen de partijen met betrekking tot de [automerk] met kenteken [kenteken] is ontbonden;
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan [eiseres] te betalen € 23.668,20 met de contractuele rente van 1,5% per maand over € 18.462,99 vanaf 15 mei 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan [eiseres] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.846,30 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro als dit bedrag nadat dit vonnis is betekend niet wordt betaald binnen de termijn die de deurwaarder noemt;
3.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot vandaag worden vastgesteld op € 2.802,78 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro als dit bedrag nadat dit vonnis is betekend niet wordt betaald binnen de termijn die de deurwaarder noemt;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
64362