ECLI:NL:RBROT:2026:2894
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Janssen
- C. Sikkel
- J. van de Klashorst
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag voor financiering rechtsbijstand in civiele procedure
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 februari 2026 een klaagschrift ex artikel 552a Sv van een bestuurder van een bedrijf tegen beslaglegging op een bankrekening. Het beslag was gelegd in het kader van een strafzaak wegens verdenking van medeplegen van oplichting en valsheid in geschrift.
De klager verzocht om opheffing van het beslag tot een bedrag van €150.000,- om daarmee zijn juridische bijstand in een civiele procedure te kunnen financieren. De officier van justitie en een betrokken stichting verzetten zich tegen opheffing, stellende dat het belang van de strafvordering zwaarder weegt en twijfels over de betalingsonmacht van klager bestonden.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek summier van aard is en dat het belang van strafvordering bij voortduring van het beslag aanwezig is. Echter, bij de belangenafweging weegt het fundamentele recht van klager op een eerlijk proces en toegang tot rechtsbijstand zwaarder dan het belang van voortzetting van het beslag voor het gevraagde bedrag.
Daarom werd het beklag gegrond verklaard en het beslag op de bankrekening tot €150.000,- opgeheven, zodat klager zijn civiele rechtsbijstand kan financieren. Het overige beslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beslag op de bankrekening wordt opgeheven tot een bedrag van €150.000,- voor financiering van civiele rechtsbijstand.