Partijen sloten een huurovereenkomst voor een woning met ingang van 1 januari 2023. Verhuurder stelde dat de overeenkomst voor twee jaar was en na afloop daarvan van rechtswege was geëindigd, terwijl huurder betwistte dat de overeenkomst slechts twee jaar duurde en dat de aanzegging tijdig was gedaan.
De kantonrechter stelde in een tussenvonnis dat de overeenkomst voor twee jaar was en dat verhuurder moest bewijzen dat de aanzegging tijdig per aangetekende brief was gedaan. Verhuurder overlegde bewijsstukken van PostNL waaruit bleek dat de brief op 7 oktober 2024 was verzonden, maar niet door huurder was opgehaald en uiteindelijk vernietigd.
De kantonrechter oordeelde dat verhuurder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de brief huurder had bereikt, mede omdat geen bewijs was geleverd dat een afhaalbericht was achtergelaten. Een verklaring van een buurman werd niet geloofd vanwege tegenstrijdigheden met de PostNL-gegevens.
Verhuurder kon ook niet aantonen dat de huurder de brief per gewone post had ontvangen. Daarom werd geoordeeld dat de huurovereenkomst niet tijdig was aangezegd en niet van rechtswege was geëindigd. De vorderingen tot ontruiming werden afgewezen en verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.