Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2891

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/10/701502 / HA ZA 25-502
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 7:17 lid 2 BWArt. 150 RvArt. 242 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijsopdracht en afwijzing vordering herstel gebrekkige kozijnen in geschil over onbetaalde facturen

BoWiDo leverde kozijnen aan Stalku voor een project in Rotterdam en factureerde hiervoor een bedrag van circa €723.378 inclusief btw. Stalku betaalde slechts gedeeltelijk en betwist een deel van de facturen, stellende dat een vaste prijsafspraak was gemaakt en dat de kozijnen non-conform zijn vanwege openingen die tocht- en vochtproblemen veroorzaken. BoWiDo betwist de prijsafspraak en non-conformiteit.

De rechtbank constateert onduidelijkheid over de gefactureerde en betaalde bedragen en draagt partijen op hierover nadere stukken te overleggen. Stalku krijgt een bewijsopdracht om de door haar gestelde prijsafspraak te bewijzen. De vordering van Stalku tot herstel of vervanging van de kozijnen wegens non-conformiteit wordt afgewezen omdat zij onvoldoende onderbouwing levert, mede gelet op SKG-rapporten die conformiteit bevestigen.

Verder oordeelt de rechtbank dat Stalku haar betalingsverplichtingen niet mag opschorten op grond van de algemene voorwaarden en dat zij rente en een matiging van de incassokosten verschuldigd is. De verdere procedure wordt aangehouden voor bewijslevering en nadere stukken, met een planning voor getuigenverhoren en akten.

Uitkomst: Bewijsopdracht voor prijsafspraak opgelegd, vordering tot herstel kozijnen afgewezen, verdere beslissingen aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/701502 / HA ZA 25-502
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
BOWIDO B.V.,
te Dordrecht,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: BoWiDo,
advocaat: mr. D.V.H. Holtus,
tegen
STALKU GEVELTECHNIEK B.V.,
te Westland,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Stalku,
advocaat: mr. J.J. Kesseboom.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 juni 2025, met producties 1 tot en met 26;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 12;
- de oproepingsbrief van de rechtbank van 10 september 2025;
- de e-mail van de rechtbank met een zittingsagenda van 18 december 2025;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met aanvullende producties 27 tot en met 29 [1] ;
- de mondelinge behandeling van 9 januari 2026 en de daar door beide partijen overgelegde spreekaantekeningen.
1.2.
Aan het einde van de mondelinge behandeling hebben partijen vonnis gevraagd.

2.Waar gaat de zaak over?

2.1.
Stalku heeft van BoWiDo kozijnen gekocht voor haar project aan de [adres] in Rotterdam, die BoWiDo vervolgens heeft geleverd. BoWiDo heeft Stalku hiervoor facturen gestuurd voor een totaalbedrag van (volgens BoWiDo) € 723.377,99 inclusief btw. Stalku heeft die facturen gedeeltelijk onbetaald gelaten. BoWiDo vordert in deze procedure betaling van het (volgens haar) nog openstaande bedrag van € 237.568,03 plus rente en kosten. Stalku voert daartegen verweer. Zij betwist niet dat zij nog enig bedrag aan BoWiDo moet betalen, maar betwist de verschuldigdheid van een bedrag van € 93.633,90 inclusief btw. Volgens Stalku hebben partijen een prijsafspraak gemaakt op basis waarvan zij slechts € 597.373,39 exclusief btw verschuldigd was. Daarnaast doet Stalku een beroep op opschorting van haar betalingsverplichtingen. Volgens Stalku zijn de geleverde kozijnen namelijk non-conform omdat BoWiDo – in strijd met de verwerkingsvoorschriften van de producent daarvan – in de kozijnprofielen openingen heeft gemaakt die tocht- en vochtproblemen veroorzaken en moet BoWiDo die eerst herstellen of vervangen. Stalku vordert in reconventie een veroordeling van BoWiDo om dat binnen drie maanden na betekening van dit vonnis te doen, op straffe van verbeurte van een dwangsom. BoWiDo voert daartegen op haar beurt verweer en betwist dat sprake is van non-conformiteit. De rechtbank oordeelt in dit tussenvonnis dat partijen zich nog bij akte moeten uitlaten over een aantal bedragen, geeft Stalku een bewijsopdracht voor de door haar gestelde prijsafspraak en wijst de vordering in reconventie af. Deze beslissing wordt hierna toegelicht.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
BoWiDo vordert – samengevat – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Stalku te veroordelen:
1. tot betaling aan BoWiDo van € 237.568,03, te vermeerderen met de contractuele vertragingsrente van 1% per maand vanaf de dag van de opeisbaarheid tot datum dagvaarding en de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW vanaf datum dagvaarding;
2. tot betaling aan BoWiDo van € 35.635,20 aan contractuele vertragingsvergoeding, althans buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te begroten op een nader te specificeren bedrag;
3. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis.
3.2.
Stalku voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van BoWiDo in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente “binnen veertien dagen na het vonnis”.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
Stalku vordert – samengevat – om BoWiDo te veroordelen:
I. om binnen drie maanden na betekening van het vonnis de gebrekkige kozijnen van het project [adres] volgens de regelen der kunst te herstellen dan wel te vervangen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- ineens en € 2.500,- per dag dat BoWiDo in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen met een maximum van
€ 250.000,-;
II. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente “binnen veertien dagen na het vonnis”.
3.5.
BoWiDo voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Stalku, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het vonnis.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
Onduidelijkheid over bedragen
4.1.
De rechtbank constateert allereerst dat partijen kennelijk van mening verschillen over hoeveel BoWiDo heeft gefactureerd en over hoeveel Stalku al heeft betaald.
Volgens BoWiDo heeft zij € 723.377,99 inclusief btw gefactureerd. Volgens Stalku heeft BoWiDo – omgerekend – (€ 570.462,95 + € 95.881,47 = € 666.344,42 exclusief btw + 21% btw =) € 806.276,75 inclusief btw gefactureerd. De rechtbank komt echter, na optelling van de factuurbedragen van de 56 door BoWiDo overgelegde facturen, uit op een ander totaalbedrag, namelijk: € 811.577,13 inclusief btw.
Volgens BoWiDo heeft Stalku € 485.809,96 betaald. Volgens Stalku heeft zij – omgerekend – 394.078,05 + € 95.881,47 = € 489.959,52 exclusief btw + 21 % btw =) € 592.851,02 inclusief btw betaald. Partijen hebben hiervan geen stukken overgelegd, zodat de rechtbank niet kan controleren hoeveel daadwerkelijk is betaald.
De rechtbank vraagt zich gelet op de hiervoor genoemde verschillen af of partijen wel van dezelfde facturen uitgaan, en zo ja, van welke.
Verder merkt de rechtbank nog het volgende op. BoWiDo vordert € 237.568,03 inclusief btw en Stalku betwist de verschuldigdheid van € 93.633,90 inclusief btw. Dit laatste bedrag is echter niet gelijk aan het verschil tussen het gevorderde bedrag en het bedrag dat volgens Stalku nog verschuldigd zou zijn, uitgaande van het volgens haar in totaal verschuldigde bedrag van € 597.373,39 exclusief btw (€ 722.821,80 inclusief btw) en het volgens haar reeds betaalde bedrag van € 592.851,02 inclusief btw, wat men logischerwijs zou verwachten.
Kortom: het is de rechtbank nog onduidelijk (1) welk bedrag BoWiDo in totaal voor het project heeft gefactureerd, (2) welk bedrag Stalku op die facturen heeft betaald en
(3) hoeveel Stalku volgens partijen nog moet betalen. Omdat de rechtbank daarover duidelijkheid nodig heeft om op de vordering te kunnen beslissen, dienen beide partijen zich daarover bij akte uit te laten en hun stellingen daarover te onderbouwen met stukken. In die akte moeten partijen zich ook uitlaten over welke gevolgen hun stellingen hebben voor hun vorderingen of verweren. Partijen dienen de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum waarop die moet worden genomen naar elkaar te sturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
Hebben partijen vooraf een prijsafspraak gemaakt? Bewijsopdracht
4.2.
Vaststaat dat Stalku via het webportaal van BoWiDo, ExtraNet, orders heeft geplaatst voor kozijnen voor het project. De rechtbank begrijpt dat het bestelproces via ExtraNet als volgt verloopt. De klant tekent de kozijnen met daarin de gewenste afmetingen in, waarna op basis daarvan in ExtraNet automatisch een offerte wordt gegenereerd. Een klant plaatst een specifieke order door die offerte te bevestigen. BoWiDo factureert op basis van de prijzen uit de door de klant bevestigde offerte, eventueel vermeerderd met tussentijdse prijsverhogingen conform de algemene voorwaarden. Volgens BoWiDo is gebruikelijk dat klanten eerst een kladtekening voor alle kozijnen van een project maken en die vervolgens gefaseerd bestellen. De klant kan de tekening aanpassen, als gevolg waarvan de offerte wordt aangepast, en elke keer als de klant ExtraNet opent wordt de offerte geüpdatet naar de actuele prijzen. Vaststaat dat Stalku op die manier (gefaseerd) heeft besteld. Volgens BoWiDo heeft Stalku in de periode van 17 oktober 2022 tot en met 28 april 2023 56 losse orders geplaatst, die op de hiervoor genoemde wijze aan haar zijn gefactureerd. Ter onderbouwing heeft BoWiDo orderbevestigingen en facturen overgelegd.
4.3.
Stalku voert allereerst als verweer dat partijen in afwijking van het bestelproces van BoWiDo vooraf een vaste prijs zijn overeengekomen, op basis waarvan Stalku slechts
€ 597.373,39 exclusief btw verschuldigd was. Daartoe heeft Stalku in haar conclusie van antwoord – samengevat – het volgende aangevoerd. Vanwege de omvang van het project was BoWiDo bereid met Stalku een prijsafspraak te maken. BoWiDo heeft op 4 maart 2021 offertes aan Stalku uitgebracht van € 456.894,54 exclusief btw (voor complex A) en
€ 79.888,72 exclusief btw (voor complex B) voor het vervaardigen van alle kozijnen van het project. Hieronder viel ook het monteren van de ventilatieroosters, die Stalku bij een derde had besteld. Kleine wijzigingen in de uitvoering zouden zijn inbegrepen in de totaalprijs en met uitzondering van prijsstijgingen zou die prijs dus niet veranderen. Stalku is daarmee akkoord gegaan. Om het overzicht te behouden schreef BoWiDo voor dat Stalku de kozijnen in ExtraNet intekende. Ter onderbouwing heeft Stalku de offertes van 4 maart 2021 overgelegd. Het bedrag van € 597.373,39 exclusief btw betreft de op 4 maart 2021 geoffreerde bedragen plus de twee overeengekomen prijsstijgingen van 5,99% en 5%. BoWiDo heeft in strijd met deze afspraak:
- € 83.454,94 inclusief btw meer gefactureerd vanwege de gewijzigde uitvoering van de balkondeuren. Dit betrof een kleine wijziging, die ook niet tot zo’n prijsverschil leidt.
BoWiDo heeft Stalku bovendien niet gewaarschuwd voor die prijsverhoging en mag die meerprijs dus niet bij haar in rekening brengen;
- € 1.308,48 inclusief btw [2] gefactureerd voor het monteren van de ventilatieroosters, terwijl die werkzaamheden onderdeel uitmaakten van de opdracht.
Ter onderbouwing heeft Stalku het overzicht van BoWiDo van de openstaande facturen, door Stalku voorzien van bijschrijvingen en arceringen, overgelegd.
4.4.
BoWiDo betwist (allereerst) de door Stalku gestelde prijsafspraak en voert in dat kader – samengevat – het volgende aan. De vermeende prijsafspraak valt niet te rijmen met het bestelproces van BoWiDo, waarbij Stalku zelf offertes wijzigt en accordeert door een order te plaatsen. Bovendien zijn de orders niet geplaatst op basis van de offertes van
4 maart 2021, die zijn uitgebracht door Akulux B.V. (hierna: Akulux) en dus niet door BoWiDo, maar op basis van de totaalofferte van 18 maart 2022 waarmee het gefactureerde bedrag nagenoeg overeenkomt. De kladofferte die Stalku op 18 maart 2022 heeft ingetekend, was geheel anders dan die van 4 maart 2021. Ter onderbouwing heeft BoWiDo de offerte van 18 maart 2022 overgelegd. Een prijsafspraak lag niet voor de hand, omdat Stalku pas een half jaar na de offertedatum gefaseerd is gaan bestellen. De laatste bestelling is van meer dan een jaar na de offertedatum en in de tussentijd hebben er kostprijsverhogingen plaatsgevonden die BoWiDo op grond van de algemene voorwaarden aan Stalku heeft doorberekend. Dat was bij Stalku bekend, omdat zij in ExtraNet de actuele prijzen kon inzien. Als een offerte naar haar zin was, plaatste zij een bestelling. Dat is 56 keer gebeurd. Naar de rechtbank begrijpt betwist BoWiDo bovendien dat de vermeende prijsafspraak ook zou zien op het monteren van de roosters. Dat zou door BoWiDo worden gedaan – en BoWiDo heeft ook 10% daarvan gemonteerd – maar dat bleek niet te gaan vanwege import- en exportproblemen. Stalku heeft vervolgens een derde ingeschakeld om de rest van de roosters te monteren en heeft die daarvoor betaald. Als hierover een prijsafspraak zou zijn gemaakt, dan zou BoWiDo die derde logischerwijs hebben betaald.
4.5.
Stalku heeft ter verdere onderbouwing van de door haar gestelde prijsafspraak op de zitting – samengevat – nog het volgende aangevoerd. Op 4 maart 2021 heeft Stalku bij Akulux een bestelling geplaatst voor de levering van de kozijnen voor het project. Akulux was voor 50% aandeelhouder van BoWiDo Bosnië, die kozijnen fabriceert, en andersom. Kort daarna overleed de DGA van Akulux en ontstond tussen diens erfgenamen en BoWiDo Bosnië een ruzie, als gevolg waarvan een stop is gezet op alle leveringen door BoWiDo Bosnië en BoWiDo is opgericht. Ook overleed de directeur van Stalku. Partijen hebben vervolgens gesproken over het vervolg van het project. Zij hebben afgesproken dat BoWiDo de overeenkomst van Akulux onder gestanddoening van de prijs zou overnemen, dat Stalku de definitieve bestelling van de kozijnen in zou voeren in het ExtraNet van BoWiDo en dat eventuele kleine wijzigingen niet zouden leiden tot een prijsverhoging. Dat is ook gebeurd. Het is vreemd dat nu partijen vooraf gesprekken hebben gevoerd over de prijs, BoWiDo zonder dat Stalku het wist meer in rekening bracht en nu zegt dat Stalku bij elke klik akkoord is gegaan met de prijs die er stond. Bij het doen van de bestellingen is Stalku ervan uitgegaan dat zij moest betalen wat in de offerte stond. Stalku had pas later door dat BoWiDo meer factureerde, toen nog een deel geleverd moest worden en Stalku al een groot bedrag had voldaan. Er waren geen exportproblemen, maar de fabriek in Bosnië had geen tijd om de roosters te monteren en toen hebben partijen daarvoor gezamenlijk een derde ingeschakeld. BoWiDo heeft Stalku hiervoor ten onrechte facturen gestuurd.
4.6.
In reactie op de nadere onderbouwing van Stalku ten aanzien van de door haar gestelde prijsafspraak heeft BoWiDo – samengevat – nog het volgende aangevoerd. BoWiDo betwist de door Stalku geschetste gang van zaken en gestelde relatie tussen Akulux en BoWiDo Bosnië. De gestelde prijsafspraak is niet uit te voeren. Als BoWiDo dergelijke afspraken zou maken met al haar klanten, is ze een dief van haar eigen portemonnee nu de kostprijs immers omhoog gaat. Tot slot vraagt BoWiDo zich af waarom Stalku op 18 maart 2022 een totaalofferte zou moeten invoeren als volgens haar een jaar eerder al een prijsafspraak zou zijn gemaakt.
4.7.
Ter zitting heeft de heer Swaab, die bij het door Stalku bedoelde gesprek tussen partijen aanwezig was namens BoWiDo en thans als adviseur aan Stalku verbonden is, verklaard dat BoWiDo Stalku tijdens dit gesprek heeft verzocht om de kozijnen bij wijze van formaliteit in ExtraNet in te voeren en partijen een vaste prijs hebben afgesproken en zijn overeengekomen dat zij bij wijzigingen in overleg zouden gaan. De heer Imamović, die namens BoWiDo bij het gesprek aanwezig was, heeft op zitting verklaard dat het tijdens het gesprek niet over prijzen ging en hij niet weet of er buiten hem om afspraken zijn gemaakt.
4.8.
De rechtbank overweegt als volgt. Bij deze stand van zaken kan de rechtbank niet vaststellen of partijen de door Stalku gestelde prijsafspraak hebben gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat Stalku haar stelling en BoWiDo haar betwisting voldoende heeft onderbouwd. Het enkele feit dat Stalku losse orders heeft geplaatst via het ExtraNet van BoWiDo staat niet aan de door Stalku gestelde prijsafspraak in de weg, gelet op de lezing van Stalku dat zij de kozijnen alleen maar bij wijze van formaliteit in ExtraNet moest intekenen. Daar staat tegenover dat uit het enkele feit dat in de overgelegde orderbevestigingen steeds een bedrag van € 0 is opgenomen, – zoals de rechtbank heeft geconstateerd, en waar Stalku vervolgens een beroep op heeft gedaan – niet kan worden afgeleid dat partijen een prijsafspraak hebben gemaakt, gelet op de uitleg van BoWiDo dat zij is overgestapt op een nieuwe versie van ExtraNet en in de oude versie alleen de tekeningen en niet de geoffreerde prijzen zijn achtergebleven. Omdat Stalku zich beroept op de rechtsgevolgen van haar stelling dat partijen – in afwijking van het bestelproces van BoWiDo – een prijsafspraak hebben gemaakt, rust op haar de stelplicht en bewijslast van die stelling (artikel 150 Rv Pro). De rechtbank draagt Stalku daarom op te bewijzen dat partijen een vaste prijs van (€ 456.894,54 + € 79.888,72 =) € 536.783,26 exclusief btw en prijsstijgingen zijn overeengekomen voor de kozijnen van het project, waaronder ook het monteren van de roosters viel, en kleine wijzigingen in de uitvoering in die vaste prijs waren inbegrepen.
Facturen voor foute leveringen en manco’s zijn sowieso niet verschuldigd
4.9.
Stalku betwist voorts nog de verschuldigdheid van een bedrag van € 8.870,48 inclusief btw [3] . Volgens Stalku heeft BoWiDo ten onrechte foutieve leveringen en manco’s aan de kozijnen aan Stalku in rekening gebracht. Het betreft, naar de rechtbank begrijpt, de facturen met nummers 23801019, 23801405, 23801840 en 23802305. BoWiDo heeft – ondanks het verzoek van de rechtbank daartoe – niet inhoudelijk op deze betwisting gereageerd, wat wel van haar mocht worden verwacht. De rechtbank is daarom van oordeel dat BoWiDo de verschuldigdheid van voornoemde facturen, gelet op de betwisting daarvan door Stalku, onvoldoende heeft onderbouwd. Dat betekent dat ongeacht of partijen wel of niet een vaste prijs hebben afgesproken, het gefactureerde bedrag van € 8.870,48 inclusief btw niet toewijsbaar is.
Vooruitkijken
4.10.
Pas nadat partijen duidelijkheid hebben gegeven over de bedragen (zoals bedoeld onder 4.1) en na de bewijsvoering kan de rechtbank oordelen over welk bedrag Stalku nog aan BoWiDo verschuldigd is. Dat neemt niet weg dat tussen partijen vaststaat dat Stalku nog enig bedrag aan BoWiDo moet betalen. De rechtbank ziet daarin aanleiding om in dit tussenvonnis zo veel mogelijk te beslissen op het beroep van Stalku op opschorting en op de overige vorderingen van BoWiDo, om partijen daarover alvast meer duidelijkheid te geven. Wellicht kunnen die inzichten er ook aan bijdragen dat partijen opnieuw de mogelijkheden voor een schikking onderzoeken.
Stalku mag haar betalingsverplichtingen niet opschorten
4.11.
Stalku doet een beroep op opschorting van haar betalingsverplichtingen, omdat de door BoWiDo geleverde kozijnen non-conform zouden zijn. Dat beroep slaagt niet. BoWiDo heeft er terecht op gewezen dat in artikel 10.7 van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden de bevoegdheid tot opschorting is uitgesloten. Stalku heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Dat betekent dat als na de bewijsvoering wordt vastgesteld welk bedrag Stalku nog verschuldigd is, zij tot betaling daarvan zal worden veroordeeld.
Stalku is de gevorderde rente verschuldigd
4.12.
BoWiDo vordert – blijkens het petitum, waarvan de rechtbank moet uitgaan [4] – over het openstaande bedrag de contractuele vertragingsrente van 1% per maand vanaf de dag van de opeisbaarheid tot de datum van dagvaarding en de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW vanaf de datum van dagvaarding. Stalku heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering en die is ook toewijsbaar gelet op het bepaalde in artikel 4.2 van de algemene voorwaarden.
Stalku is een vergoeding voor BIK verschuldigd, maar dat bedrag wordt wel gematigd
4.13.
BoWiDo vordert tot slot een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, primair een bedrag van € 35.635,20, subsidiair een vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De primaire vordering van BoWiDo is gebaseerd op artikel 4.2 van de algemene voorwaarden, waarin de hoogte van de vergoeding voor incassokosten is bepaald op 15% van het bedrag van de vordering. Vaststaat dat BoWiDo incassowerkzaamheden heeft verricht om haar vordering voldaan te krijgen en dat zij recht heeft op een vergoeding daarvoor. Stalku voert echter als verweer dat het gevorderde bedrag te hoog is en de werkelijk gemaakte kosten daaraan niet gelijk zijn. De rechtbank overweegt dat de daadwerkelijk verschuldigde vergoeding pas kan worden vastgesteld als bekend is welk bedrag Stalku nog moet betalen, maar dat er rekening mee moet worden gehouden dat de rechtbank de door Stalku verschuldigde vergoeding matigt op grond van artikel 242 Rv Pro.
4.14.
Iedere verdere beslissing, waaronder een beslissing over de proceskosten, wordt aangehouden.
in reconventie
Stalku heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van non-conformiteit
4.15.
Stalku vordert in reconventie – kort gezegd – dat BoWiDo wordt veroordeeld om binnen drie maanden na betekening van het vonnis de gebrekkige kozijnen van het project te herstellen of te vervangen, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Daaraan legt zij – samengevat – het volgende ten grondslag. De door BoWiDo geleverde kozijnen beantwoorden niet aan de overeenkomst. BoWiDo heeft in de kozijnprofielen openingen, volgens BoWiDo: ventilatiegaten, gemaakt. Die openingen veroorzaakten problemen: bij harde wind werd het heel koud in de woningen, liep hemelwater de kozijnen binnen en was de wind hoorbaar alsof men buiten stond. Daardoor zijn de kozijnen feitelijk gebrekkig. Bovendien zijn die openingen in strijd met de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant van de kozijnprofielen Schüco International KG (hierna: Schüco) gemaakt, terwijl Stalku redelijkerwijs mocht verwachten dat de kozijnen volgens die voorschriften zouden zijn verwerkt. Stalku heeft als noodoplossing tape over die openingen geplakt, waardoor de klachten zijn verholpen, maar dat is geen duurzame oplossing. BoWiDo is ook vanwege de door haar gegeven garantie gehouden de gebreken te verhelpen. Stalku heeft BoWiDo aangesproken tot herstel of vervanging van de kozijnen, maar daaraan heeft BoWiDo geen gehoor gegeven. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft Stalku uitgelegd hoe de tochtproblemen volgens haar worden veroorzaakt en daarbij tekeningen en foto’s van de kozijnen overgelegd. Daarnaast heeft Stalku een brief van Schüco, die op verzoek van partijen de kozijnen heeft bekeken, van 18 juli 2024 overgelegd.
4.16.
In die brief staat, voor zover van belang voor de discussie tussen partijen en uitgaande van de vertaling van Stalku, het volgende:
“2. Bouwfase 2: Deze elementen zijn vervaardigd uit het Schüco 'LivIng AS - PVC wit' profielsysteem en standaard bewerkt of gelast. Het T-profiel 9461 werd gebruikt als frame of raamkozijn voor deze elementen. Alle frameprofielen/T-profielen werden op dezelfde manier bewerkt en rondom identiek gefreesd. Dit betekent dat alle omringende frameprofielen identieke afwaterings- en ventilatieopeningen hebben.
Deze openingen zijn correct op de onderste horizontale balk (waterafvoer), maar onjuist op de bovenste horizontale balk en de verticale balken van hetzelfde element. Dit betekent dat de kamers over deze balken heen open zijn, wat op zijn beurt de luchtlekkage verklaart.
Dit feit werd in dezelfde mate aangetroffen in 3 geteste elementen.
3. De elementen die in beide bouwfasen in het gebouw zijn geïnstalleerd, zijn voorzien van
ventilatieroosters. De geïnstalleerde ventilatieroosters zijn geen producten van Schüco en
zijn volgens het verstrekte technische gegevensblad niet geschikt voor installatie in
hoogbouw. Schüco kan in het algemeen niet bepalen of de geïnstalleerde ventilatieroosters
geschikt zijn.
4. De beglazing/bekleding van de geïnspecteerde elementen voldeed niet aan de specificaties van Schüco in overeenstemming met de geldende verwerkingsrichtlijnen.
Wij raden over het algemeen aan om onnodige of te diepe freeswerkzaamheden aan de zijkanten en bovenkant van alle betrokken elementen af te sluiten of af te dichten, of de betrokken elementen te herbouwen en te vervangen. Wij raden ook aan om het
gebruik en de geschiktheid van de geïnstalleerde ventilatieroosters te controleren.
Het aantal, het type en het ontwerp van de openingen en gefreesde groeven in de elementen voldoen niet aan de specificaties van de toepasselijke Schüco- verwerkingsrichtlijnen. Dit vormt daarom een verwerkingsfout waarvoor Schüco niet verantwoordelijk is. De klacht zelf, evenals alle reeds gemaakte of toekomstige kosten in verband met deze klacht, worden daarom niet erkend door Schüco.
Alle verklaringen, maatregelen of aanbevelingen van Schüco met betrekking tot deze klacht zijn en worden gedaan als gebaar van goede wil en zonder erkenning van een defect, de klacht of een wettelijke verplichting.”
4.17.
BoWiDo betwist niet dat zij ontluchtingsgaten in de kozijnprofielen heeft aangebracht, maar wel dat de kozijnen daardoor niet aan de overeenkomst beantwoorden. BoWiDo voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Stalku heeft haar stellingen niet of nauwelijks onderbouwd. Partijen hebben samen de onafhankelijke certificerings- en keuringsinstantie SKG in 2023 en 2025 kozijnen van het project laten keuren. Uit de rapporten daarvan blijkt dat die kozijnen voldeden aan de geldende SKG-normen met betrekking tot luchtdoorlatendheid en waterdichtheid. Als er vocht- en tochtklachten zijn geconstateerd, komen die dus niet door een eventuele tekortkoming in de kozijnen. Die moeten een andere oorzaak hebben gehad, bijvoorbeeld onjuiste montage, ongeschikte ventilatieroosters of te dun/onjuist verankerd glas (zie de brief van Schüco), waarvoor Stalku verantwoordelijk is. Dat dergelijke klachten er bij een eerder project van Stalku – waarin ook ontluchtingsgaten in de kozijnprofielen waren aangebracht – niet waren, onderstreept ook dat het een andere oorzaak betreft. In de Schüco verwerkingsvoorschriften staat dat de kozijnen ontluchtingsgaten moeten bevatten. BoWiDo betwist niet dat bepaalde ontluchtingsgaten te ver zijn doorgeboord, zoals door Schüco geconstateerd. Indien hiermee is afgeweken van de Schüco verwerkingsvoorschriften levert dat op zichzelf geen non-conformiteit op. Die voorschriften zijn met name relevant in het kader van garantie (en niet per se voor de beoordeling van de conformiteit van kozijnen): die bepalen onder welke voorwaarden een verwerker bij eventuele gebreken aanspraak kan maken op garantie richting Schüco. Er is pas sprake van non-conformiteit als de kozijnen daardoor niet voldoen aan hetgeen Stalku daarvan redelijkerwijs mocht verwachten en de kozijnen ongeschikt zijn voor normaal gebruik of functioneel tekortschieten. Daarvan is geen sprake. De kozijnen voldoen blijkens de SKG-rapporten, ondanks de te ver doorgeboorde ontluchtingsgaten, immers aan de normen voor luchtdoorlatendheid en waterdichtheid, wat de conformiteit onderschrijft. De eventuele afwijkingen van de verwerkingsvoorschriften vallen dus binnen de toelaatbare grenzen voor normaal gebruik (artikel 7:17 lid 2 BW Pro jo. Artikel 14.3 van de algemene voorwaarden). Schüco heeft ook niet geconstateerd dat de kozijnen gebrekkig/non-conform zijn. Uit de disclaimer in haar brief volgt dat Schüco slechts aanbevelingen doet en uitdrukkelijk niet erkent dat sprake is van non-conformiteit. Tot slot suggereert Stalku dat bij het project sprake is van uitzonderlijke (weers)omstandigheden, zodanig dat sprake lijkt te zijn van bijzonder gebruik (artikel 7:17 lid 2 BW Pro) en/of gebruik dat niet kan leiden tot non-conformiteit de zin van artikel 2.2 van de algemene voorwaarden.
4.18.
In reactie hierop heeft Stalku – samengevat – het volgende aangevoerd. Stalku licht onder verwijzing naar de Schüco verwerkingsvoorschriften toe dat BoWiDo in strijd daarmee ontluchtingsgaten heeft geboord waar die niet horen en die te ver heeft doorgeboord en dus een verwerkingsfout heeft gemaakt. Die afwijkingen vallen niet binnen de toelaatbare grenzen voor normaal gebruik. De beoordelingsvoorschriften van SKG laten de voorschriften van Schüco onverlet. Daarbij komt dat de wijze waarop SKG test – in een testkast, dus niet in een natuurlijke omgeving – de gestelde problematiek met de kozijnen van het project, die zich onder specifieke omstandigheden voordoen, niet uitsluit. SKG hanteert een standaardproces dat bij alle kozijnen wordt gebruikt, maar deze kozijnen zijn atypisch, omdat rondom ontluchtingsgaten zijn aangebracht die normaal gesproken niet aanwezig zijn. In de testopstelling van SKG komt wind en water van voren op het kozijn af, niet schuin. Bij kozijnen die aan de zijkant geen verticale ontluchtingsgaten hebben, maakt het niet uit of wind en regen van voren of van de zijkant komt, maar bij deze kozijnen wel. De testopstelling wijkt daarmee af van de werkelijke situatie, omdat wind en regen uit verschillende windrichtingen komen. De klachten doen zich niet voor bij windkracht 4 of als de wind en regen recht op het kozijn staan, maar pas bij windkracht 6 vanuit noord- of zuidwestelijke richting, omdat er dan zoveel wind door die ontluchtingsgaten wordt geduwd dat de druk binnen het kozijn ergens kwijt moet. Dat zijn bovendien geen uitzonderlijke weerssituaties. De reden dat de problemen zich niet voordoen bij het andere project is omdat dat laagbouw betreft waarbij de kozijnen naar achteren staan, waardoor die minder wind vangen. Het betreft hier hoogbouw aan het water. Tot slot betwist Stalku dat de problemen door het glas of de ventilatieroosters worden veroorzaakt.
4.19.
De rechtbank is van oordeel dat Stalku haar stellingen, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door BoWiDo, onvoldoende heeft onderbouwd en wijst de vordering daarom af. Het enige (op zichzelf duidelijke) stuk dat Stalku ter onderbouwing van haar stellingen heeft overgelegd is de brief van Schüco. Daaruit blijkt echter slechts dat de ontluchtingsgaten door BoWiDo in strijd met de verwerkingsvoorschriften van Schüco zijn aangebracht. Dat enkele feit heeft weliswaar mogelijk nadelige gevolgen voor de fabrieksgarantie op de kozijnprofielen, wat het probleem van BoWiDo is, maar levert nog geen non-conformiteit op. Dat is alleen anders als de kozijnen hierdoor niet geschikt zijn voor normaal gebruik. Dat blijkt echter niet uit de brief van Schüco. Daar staat tegenover dat BoWiDo twee rapporten van SKG heeft overgelegd waaruit blijkt dat de kozijnen voldeden aan de geldende normen met betrekking tot luchtdoorlatendheid en waterdichtheid, waarbij Stalku niet betwist dat SKG aan de juiste normen heeft getoetst. Van Stalku mocht, gelet op die rapporten, meer worden verwacht qua onderbouwing van haar stellingen. Stalku heeft ter zitting weliswaar aangegeven dat SKG de kozijnen niet op de geëigende manier heeft getest, maar die enkele stelling rijmt niet met de erkenning dat aan de juiste normen is getoetst. Als zij vindt dat de kozijnen op een andere wijze getest hadden moeten worden, had het op haar weg gelegen om dat door een deskundige te laten toelichten, althans – nog meer voor de hand liggend – een deskundigenrapport over te leggen ter onderbouwing van haar stelling dat de kozijnen door de door BoWiDo gemaakte openingen niet aan de normen voor wind- en waterdichtheid voldoen.
4.20.
Stalku zal in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. Het bedrag hiervan zal bij eindvonnis worden vastgesteld.
in conventie
Het vervolg
4.21.
Aan Stalku wordt dus een bewijsopdracht gegevens zoals genoemd onder 4.8. Stalku moet binnen twee weken laten weten op welke manier zij dat bewijs wil leveren (zie 5.3 en 5.5). Indien er getuigen gehoord zullen worden, dan zullen deze door de rechtbank zo veel mogelijk gelijktijdig worden gehoord (in enquête en contra-enquête). Na het wijzen van dit vonnis zal aan de hand van door partijen op te geven verhinderdata een datum of data en tijdstippen voor de verhoren worden bepaald. Het voorgaande laat onverlet het recht van iedere partij om zich na de enquête aan de zijde van de andere partij nader te beraden over de contra-enquête. Over twee weken moeten partijen ook hun conceptakte naar elkaar sturen als bedoeld onder 4.1. Een week later moeten partijen hun definitieve aktes als bedoeld onder 4.1 nemen.
5. De beslissing
De rechtbank
in conventie
5.1.
draagt Stalku op te bewijzen dat partijen een vaste prijs van € 536.783,26 exclusief btw en prijsstijgingen zijn overeengekomen voor de kozijnen van het project, waaronder ook het monteren van de roosters viel, en kleine wijzigingen in de uitvoering in die vaste prijs waren inbegrepen,
5.2.
bepaalt dat indien Stalku dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank aan het Wilhelminaplein 100-125 te Rotterdam voor de rechter mr. A.C. Rop,
5.3.
bepaalt dat Stalku, indien deze getuigen wil laten horen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de afdeling planning van de sector civiel - de namens haar te horen getuigen en de verhinderdagen van de getuigen, alle partijen en hun advocaten in de maanden april tot en met juli 2026 moet opgeven, waarna dag/dagen en uur van het getuigenverhoor zal worden bepaald,
5.4.
bepaalt dat BoWiDo, indien deze getuigen in contra-enquête wil voorbrengen, bij de opgave van verhinderdata rekening moet houden met de in dat kader (vermoedelijk) te horen getuigen; voor contra-enquête zal een dag en uur worden gereserveerd na de voor het getuigenverhoor bepaalde dag en tijd,
5.5.
bepaalt dat Stalku, indien deze het bewijs niet door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, het voornemen hiertoe binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - en aan de wederpartij moet opgeven, waarna de verdere procesvoering zal worden bepaald,
5.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken, voor zover nog niet in het geding gebracht, aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
5.7.
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 25 maart 2026, zodat Stalku zich dan kan uitlaten als bedoeld onder 5.3 of 5.5 naar aanleiding van de bewijsopdracht en voor het nemen van een akte door beide partijen zoals bedoeld onder 4.1 over de bedragen,
5.8.
houdt alle overige beslissingen aan,
in reconventie
5.9.
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Rop en in het openbaar uitgesproken op
11 maart 2026.
3726 / 2819

Voetnoten

1.Aanvankelijk zat hier nog een productie 30 bij. BoWiDo heeft de rechtbank bij B16-formulier van 6 januari 2026 verzocht die productie uit het procesdossier te verwijderen. Dat heeft de rechtbank gedaan en dit bij e-mail van 7 januari 2026 aan partijen bevestigd.
2.In punt 49 van de conclusie van antwoord van Stalku staat achter dit bedrag ‘exclusief btw’ en in punt 50 ‘inclusief btw’. De rechtbank begrijpt, gelet op de verwijzing naar het overzicht in productie 8 van Stalku waarin de bedragen inclusief btw staan, dat Stalku ‘inclusief btw’ bedoelt.
3.In punt 49 van de conclusie van antwoord van Stalku staat achter dit bedrag ‘exclusief btw’ en in punt 50 ‘inclusief btw’. De rechtbank begrijpt, gelet op de verwijzing naar het overzicht in productie 8 van Stalku waarin de bedragen inclusief btw staan, dat Stalku ‘inclusief btw’ bedoelt.
4.In afwijking van punt 41 van de dagvaarding.