ECLI:NL:RBROT:2026:2889
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Wajonguitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV van 1 oktober 2025, waarin de aanvraag voor een Wajonguitkering werd afgewezen. De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
De rechtbank heeft verzoeker meerdere malen verzocht het spoedeisend belang nader te onderbouwen en een kopie van het bestreden besluit te overleggen. Ondanks uitstel en herhaalde verzoeken heeft verzoeker geen voldoende onderbouwing gegeven van een acute financiële noodsituatie.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat, omdat betaling na afloop van de bodemprocedure mogelijk is. Zonder een onomkeerbare situatie of acute nood is een voorlopige voorziening niet aangewezen.
Daarom wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.