2.3.2.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen: doodslag (impliciet subsidiair)
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de inhoud van de hieronder genoemde bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte
Ik was op 5 januari 2025 in het huis van mijn buurvrouw [naam slachtoffer] aan de [adres delict]. [naam slachtoffer] en ik waren daar samen. Er waren geen andere mensen in huis. Ik heb daar toen de politie gebeld en aan de lijn gehouden. Ik heb een mes uit de keukenlade van [naam slachtoffer] gepakt. Er was een schermutseling. Ik woonde toen zelf op [adres].
2.
Proces-verbaal van de politie
Op 5 januari 2025 te [adres delict] zag ik dat een vrouw genaamd [naam slachtoffer] een steekwond boven op de rechter borst en boven op haar linkerborst had. [naam slachtoffer] zei dat zij gestoken was met een keukenmes uit haar eigen keuken, door haar buurvrouw die woonde op [adres].
3.
Proces-verbaal van de politie
[verdachte] bleek op 5 januari 2025 te 19.14 uur naar 112 te hebben gebeld. Dit gesprek staat hieronder letterlijk uitgewerkt.
Meldkamer:
Politie meldkamer, goedendag , wat is het adres van uw noodgeval?
Antwoord van meldster naar meldkamer:
Meldkamer, dit is [naam 1] . . . Ik ben nationaal bekend als frontlinie, waterval massavernietiging dit is geen (een woord die niet te verstaan is). Het gaat nu uitgevoerd worden.
Meldster tegen persoon die bij haar is:
Je gaat blijven zitten.
Antwoord van meldster naar meldkamer:
Je gaat haarfijn opvolgen wat ik zeg. Er worden geen enkele sirenes geloeid. Heb je gehoord wat ik zeg? Of luisteren jullie allemaal op de achtergrond weer mee? Dit is geen . . . ? We gaan tactisch en met de nadruk op tact. Ik ga (zegt iets onverstaanbaars).
Meldster tegen persoon die bij haar is:
Blijf zitten, blijf zitten, blijf zitten.
(…)
Meldster tegen persoon die bij haar is:
Blijf zitten [naam slachtoffer]! Blijf zitten [naam slachtoffer], ik zweer het ik steek je en ik doe het echt. Ik ben de frontlinie! (…) [naam slachtoffer], ga zitten!
(…)
Antwoord van meldster naar meldkamer:
Jullie gaan binnen vijf minuten contact opnemen met Rajnath Singh minister India, binnen vijf minuten, Willem-Alexander.
(…)
Meldster tegen persoon die bij haar is:
Bek dicht, bek dicht [naam slachtoffer]. Bek dicht of ik steek je neer. Bek dicht of ik steek je neer. Bek dicht of ik steek je neer. Dit is geen oefening! Mond dicht, mond dicht, zitten. Zitten. Ik ben [naam 1] dit is geen oefening.
(…)
Meldster tegen meldkamer:
En ik wil een ambulance naar [adres delict] en die ruimen die troep op.
(…)
Meldkamer:
Ja maar wat moeten ze daar komen doen?
Meldster tegen meldkamer:
Jullie hebben vijf minuten.
Meldkamer:
Ja, maar wat voor rommel moet er opgeruimd worden?
Antwoord van meldster naar meldkamer:
(Onverstaanbare woorden) Wil je zeggen dat de politieprotocollen niet weten wie ik ben?
Meldkamer:
Ja tuurlijk wel, maar . . .
Meldster tegen meldkamer:
Stuur een ambulance naar [adres delict] er is een vrouw gewond van pak 'm beet 60 jaar
(…)
Meldster tegen meldkamer:
Breng de ambulance naar [adres delict] nu!
(…)
4.
Deskundigenverslag van [naam 2]
[naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 1957, is overleden op 7 januari 2025 in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.
Uit het forensisch pathologisch onderzoek op haar lichaam is het volgende gebleken.
Aan het lichaam waren in totaal 2 steekletsels ontstaan door krachtinwerking met eén of meerdere scherprandige voorwerpen(zoals een mes). Bij het steekletsel (B4I) aan de borst links was onder meer perforatie van het hartzakje, de afdalende tak van de linker kransslagader, het kamertussenschot en de rechterhartkamer. Volgens de verkregen informatie was er initieel sprake van bloedophoping in het hartzakje. Hierbij zijn hartpompfunctiestoornissen te verwachten, op basis waarvan het ontstaan van de reanimatiebehoeftige toestand (met secundair zuurstoftekort van verscheidene organen en onbehandelbare verzuring van het bloed) en het uiteindelijke overlijden volledig kan worden verklaard.
Gebleken is dat zij is overleden aan de gevolgen van één steekletsel aan de borst links. Bij dit steekletsel zijn vitale structuren geraakt. Er vond perforatie plaats van onder meer het hartzakje, de afdalende tak van de linker-kransslagader en het kamertussenschot van de rechterharthamer.
2.3.3.Bewijsoverwegingen
Op 5 januari 2025 heeft de verdachte in de woning van [naam slachtoffer] een mes uit de keukenlade gepakt en [naam slachtoffer] daarmee tweemaal in haar borst gestoken. Zij heeft [naam slachtoffer] met een van die steken in het hart geraakt en [naam slachtoffer] is als gevolg daarvan op 7 januari 2025 overleden. De verdachte handelde op dat moment vanuit een waanstoornis.
Was er sprake van opzet?
De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte opzet heeft gehad op het doden van [naam slachtoffer]. Vooropgesteld wordt dat het steken met een mes in de borst van [naam slachtoffer], ter hoogte van haar hart, naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht is op de dood, dat dit niet anders kan worden uitgelegd dan als een bewust handelen dat is gericht op het om het leven brengen van iemand. Dit brengt mee dat de verdachte vol opzet heeft gehad op de dood van [naam slachtoffer].
Staat de waanstoornis van de verdachte bewezenverklaring van opzet in de weg?
Hoewel duidelijk is dat de verdachte vanuit een waan heeft gehandeld (zie paragraaf 4.1) betekent dat nog niet zonder meer dat zij geen enkel inzicht heeft gehad in de draagwijdte van haar gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan.
Uit het gesprek met de meldkamer en haar verklaring ter zitting blijkt dat zij enig inzicht had in de draagwijdte van haar gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan. Zo heeft de verdachte verklaard dat zij zich kan herinneren dat zij in de woning van [naam slachtoffer] is geweest en dat zij toen de politie heeft gebeld. Tijdens haar gesprek met de meldkamer heeft de verdachte een mes gepakt uit de keuken en [naam slachtoffer] meermalen gedreigd dat zij moest blijven zitten en haar mond moest houden. Daarbij riep zij onder andere “Blijf zitten [naam slachtoffer]! Blijf zitten [naam slachtoffer], ik zweer het ik steek je en ik doe het echt’ en ‘Bek dicht, bek dicht [naam slachtoffer]. Bek dicht of ik steek je neer. Bek dicht of ik steek je neer. Bek dicht of ik steek je neer. Dit is geen oefening! Mond dicht, mond dicht, zitten. Zitten. Dit is geen oefening.”
Uit het 112-gesprek blijkt verder dat de verdachte dit dreigement meermalen heeft herhaald en ook meermalen dreigt het slachtoffer in de nek te steken. De verdachte heeft ook geweten dat zij haar dreigement om te steken daadwerkelijk heeft uitgevoerd. Dit volgt onder meer uit haar verzoek aan de meldkamer om een ambulance te sturen om ‘de troep op te ruimen’, waarbij zij meldt dat er een vrouw van ongeveer 60 jaar oud gewond is.
Ook in haar waan heeft de verdachte dan ook met de voor bewezenverklaring vereiste opzet gehandeld. Het verweer van de verdediging dat opzet ontbreekt, wordt daarom verworpen.
Conclusie
De rechtbank acht doodslag, zoals impliciet subsidiair ten laste is gelegd, wettig en overtuigend bewezen.