ECLI:NL:RBROT:2026:284
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering na herbeoordeling door UWV
Eiseres, voormalig IG-verzorgende, was sinds 2019 ziek gemeld en kreeg per 29 november 2021 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend op basis van volledige arbeidsongeschiktheid (80-100%). Na een herbeoordeling door het UWV en een bezwaarprocedure, waarbij een aanvullend verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werden opgesteld, stelde het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage per 29 november 2023 vast op 35,82%.
Eiseres voerde aan dat zij volledig arbeidsongeschikt is en dat de wijziging van de uitkeringsklasse disproportioneel is. De rechtbank oordeelde dat de eerdere onjuistheden in medische rapportages door het UWV in bezwaar zijn hersteld en dat het aanvullend onderzoek voldoende rekening houdt met haar beperkingen. De rechtbank volgde het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de FML correct is opgesteld.
De rechtbank overwoog dat het evenredigheidsbeginsel niet van toepassing is op de formele wet WIA, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval was. De geduide functies zijn passend binnen de beperkingen van eiseres. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, en zij kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit tot vaststelling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage op 35,82% is ongegrond verklaard.