Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2814

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
CIV-710597_09032026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek verlenging machtiging gesloten jeugdhulp voor vermiste minderjarige

De gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering verzocht om verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die momenteel vermist is. Eerder waren ondertoezichtstelling en gesloten jeugdhulp verleend, maar de GI kon geen passende plaatsing vinden en achtte gesloten plaatsing niet langer adequaat.

De minderjarige reageerde niet op berichten en bevindt zich volgens politie in een criminele omgeving. De GI wil haar stimuleren vrijwillige hulp te zoeken zodra haar verblijfplaats bekend is. De advocaat van de minderjarige en de vader betoogden dat verlenging geen meerwaarde heeft en dat de GI onvoldoende vooruitgang heeft geboekt.

De kinderrechter constateerde dat voor het resterende deel van het verzoek geen recente instemming van een gedragswetenschapper is overgelegd, zoals vereist volgens de Jeugdwet. Gezien de vermissing en het ontbreken van een nieuw onderzoek achtte de rechter verlenging niet passend. De kinderrechter benadrukte het belang van een vertrouwensband en passende hulp binnen de ondertoezichtstelling en sprak vertrouwen uit in de inzet van de GI voor de toekomst van de minderjarige.

Uitkomst: Het resterende deel van het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen wegens ontbreken van instemming van een gedragswetenschapper en ongeschiktheid van gesloten plaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/710597 / JE RK 25-2415
Datum uitspraak: 9 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (verlenging) machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming &
Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. M.K. Durdu-Agema, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. T. Šandrk, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 1 december 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de brief van de GI met bijlage van 13 februari 2026;
  • het proces-verbaal van de zitting van 23 februari 2026.
1.2.
Op 9 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • de advocaat van [voornaam minderjarige] ,
  • de advocaat van de vader,
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
De vader en [voornaam minderjarige] zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en [voornaam minderjarige] wel juist zijn opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] is momenteel vermist.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 december 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 29 september 2026.
2.4.
Bij beschikking van 1 december 2025 is ook een machtiging om [voornaam minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend met ingang van 1 december 2025 tot 1 maart 2026 en is de behandeling van het overige deel van het verzoek aangehouden.
2.5.
Bij proces-verbaal van 23 februari 2026 heeft de kinderrechter de machtiging om [voornaam minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengd tot 10 maart 2026 en is de behandeling van het overige deel van het verzoek aangehouden.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] te verlenen tot aan de datum waarop [voornaam minderjarige] meerderjarig wordt. Er dient nog te worden beslist over de periode van 10 maart 2026 tot 29 september 2026.
3.2.
Ter zitting heeft de GI het volgende meegedeeld.
[voornaam minderjarige] was lange tijd onbereikbaar voor de jeugdbescherming. Volgens de politie van Deventer bevindt zij zich in een criminele omgeving. Hoewel de jeugdbeschermer inmiddels telefonisch contact met [voornaam minderjarige] heeft gelegd, is er nog steeds geen zicht op haar verblijfplaats. De GI heeft alles in het werk gesteld om een passende plaatsing voor [voornaam minderjarige] in de gesloten jeugdhulp te vinden, maar dit is niet gelukt. Zowel Schakenbosch als Pluryn zien onvoldoende mogelijkheden. Ook ligt er geen recente instemmende verklaring van een gedragswetenschapper. De GI vindt een gesloten plaatsing niet langer een adequaat middel voor [voornaam minderjarige] . Een plaatsing in een open setting is evenmin passend, omdat [voornaam minderjarige] geen probleembesef heeft. Zij wordt dit jaar meerderjarig. Daarom is het van groot belang dat zij nu hulpverlening krijgt. Het plan voor de komende periode is dan ook om, als bekend is waar [voornaam minderjarige] verblijft, haar te stimuleren om binnen het vrijwillig kader hulp te zoeken.

4.De standpunten

4.1.
De advocaat van [voornaam minderjarige] heeft naar voren gebracht dat [voornaam minderjarige] niet op haar berichten heeft gereageerd. Verzocht is om het resterende deel van het verzoek af te wijzen. Omdat er geen instemming van een gedragswetenschapper is die [voornaam minderjarige] kort van tevoren heeft gesproken, is niet voldaan aan de strikte vereisten voor een gesloten machtiging.
De advocaat is van mening dat de GI in de afgelopen twee jaar onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen. Er is geen vooruitgang geboekt. Sterker nog, de situatie is steeds verder achteruit gegaan. Men kan stellen dat de hulpverlening ernstig heeft gefaald. Mocht al bekend worden waar [voornaam minderjarige] verblijft, dan moet er eerst detox van middelen plaatsvinden en komt zij op een wachtlijst voor een diagnostisch onderzoek. Deze weg lijkt afgesloten. Voor de hulpverlening op gang kan komen, is [voornaam minderjarige] al meerderjarig. De hoop is dat in het kader van de ondertoezichtstelling nog hulp geboden kan worden.
4.2.
Namens de vader is naar voren gebracht dat een verlenging van de machtiging gesloten plaatsing geen meerwaarde heeft. De vader wil dat het goed gaat met [voornaam minderjarige] , maar hij is de hoop op verbetering verloren. Het is meer zinvol als de GI probeert om [voornaam minderjarige] positief te beïnvloeden, zodat zij gaat beseffen dat deze manier van leven geen stand kan houden.

5.De beoordeling

5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, zesde lid, Jeugdwet behoeft een verzoek om een jeugdige machtiging in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. De kinderrechter stelt vast dat een (nieuwe) instemmende verklaring van de gedragswetenschapper voor het door de Gl resterende deel van het verzoek ontbreekt aan het dossier. Nu [voornaam minderjarige] vermist is, is het begrijpelijk dat er geen gesprek met haar kon worden gevoerd. Het had echter op de weg van de GI gelegen om een (externe) gedragswetenschapper te laten adviseren op basis van het dossier en het verloop in de zaak. Daarnaast is ter zitting gebleken dat ook de GI een gesloten plaatsing niet meer passend vindt voor [voornaam minderjarige] . Gelet op dit alles zal de kinderrechter het resterende gedeelte van het verzoek van de GI afwijzen.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er nog grote zorgen zijn over de veiligheid van de 17-jarige [voornaam minderjarige] . Het is positief dat er inmiddels toch contact is tussen [voornaam minderjarige] en de vaste jeugdbeschermer. Het lijkt van belang te zijn dat er met [voornaam minderjarige] een vertrouwensband wordt opgebouwd, dat zij met iemand kan praten die haar kan laten zien dat er een andere manier is om je leven in te richten. Vanuit de lopende ondertoezichtstelling dient te worden bekeken wat [voornaam minderjarige] nodig heeft op het gebied van huisvesting, een veilige plek en hulpverlening, om zich op een positieve manier in te zetten voor haar toekomst en of, en in hoeverre de GI dit kan regelen. Er is daarin nog een lange weg te gaan. De kinderrechter heeft het vertrouwen uitgesproken dat de GI zich de komende periode zal inspannen om [voornaam minderjarige] hierin te ondersteunen, waarbij [voornaam minderjarige] nog de meest noodzakelijke middelen kunnen worden geboden om haar naar volwassenheid te begeleiden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het resterende deel van het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 door
mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van L.M. Buurman als griffier, en op schrift gesteld op 18 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.