Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 5.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
6.De beslissing
3608/1729
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De bewindvoerder van de huurder vordert in een executiegeschil de schorsing van de uitvoerbaarheid van een vonnis tot ontruiming van een woning, zolang het hoger beroep tegen dat vonnis nog niet is afgerond. De woning is verhuurd door Stichting Havensteder en de ontruiming is gepland vanwege langdurige en ernstige overlast.
De rechtbank stelt dat een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, in principe direct ten uitvoer kan worden gelegd. Een belangenafweging is alleen aan de orde als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, zoals hier. De belangen van de huurder betreffen het behoud van de woning in afwachting van het hoger beroep, terwijl de belangen van Havensteder liggen bij het beëindigen van de overlast.
De rechtbank overweegt dat de kantonrechter bij het oorspronkelijke vonnis al een uitgebreide belangenafweging heeft gemaakt, waarbij ook rekening is gehouden met de situatie van de minderjarige zoon van de huurder. De rechtbank ziet geen reden om deze belangenafweging te herzien en wijst de vordering tot schorsing af. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de ontruiming wordt afgewezen en de bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.