De huurder huurt sinds januari 2024 een woning van Stichting Havensteder en heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd. Op het moment van dagvaarden bedroeg de achterstand ruim negenduizend euro, die is opgelopen tot meer dan tienduizend euro in februari 2026. De huurder erkent de achterstand en heeft de huur voor januari en februari 2026 niet betaald.
Havensteder vordert betaling van de achterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de achterstand ernstig genoeg is om de overeenkomst te ontbinden, mede gelet op het feit dat de huurder niet heeft aangetoond dat er zicht is op schuldhulpverlening of aflossing. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstand en moet de woning binnen veertien dagen na betekening verlaten.
Daarnaast moet de huurder een gebruiksvergoeding betalen tot de dag van ontruiming. De nevenvorderingen worden ingetrokken en de proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.