Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2644

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/10/705440 / JE RK 25-1732
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en herbenoeming bijzondere curator voor twee minderjarigen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen die bij hun vader wonen. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 28 februari 2026. De GI acht haar rol noodzakelijk om de omgang tussen de kinderen en de moeder te waarborgen, hoewel de jeugdbeschermer sinds de laatste zitting weinig heeft hoeven doen.

De bijzondere curator adviseert om te stoppen met de ondertoezichtstelling omdat deze spanningen tussen de ouders veroorzaakt, maar benadrukt dat begeleiding nodig blijft en wil het voortouw nemen bij het opstellen van een ouderschapsplan. De vader steunt dit advies, terwijl de moeder de ondertoezichtstelling wil voortzetten als stok achter de deur.

De kinderrechter constateert dat de omgang tussen moeder en kinderen kwetsbaar blijft en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is totdat goede afspraken in een ouderschapsplan zijn vastgelegd. De GI zal het gezin overdragen aan 'team beheer', waardoor er geen vaste jeugdbeschermer meer is, en de bijzondere curator zal de regie nemen. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 30 oktober 2026 en de bijzondere curator wordt herbenoemd voor dezelfde periode. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd tot 30 oktober 2026 en de bijzondere curator wordt herbenoemd voor dezelfde periode.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/705440 / JE RK 25-1732
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
mr. R.A.A.H. van Leur,
hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende te Dordrecht.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 22 oktober 2025;
  • het verslag met bevindingen van de bijzondere curator van 2 februari 2026;
  • de briefrapportage van de GI van 5 februari 2026.
1.2.
Op 19 februari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
  • de moeder;
  • de bijzondere curator;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 28 februari 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de bijzondere curator benoemd tot 28 februari 2026. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 26 februari 2026 is al beslist. Er resteert nu een beslissing over de periode tot 30 oktober 2026.
3.2.
De GI heeft een verlenging van de ondertoezichtstelling gevraagd, omdat zij de rol van de GI noodzakelijk achten bij het waarborgen van de omgang tussen de kinderen en de moeder. Ter zitting heeft de GI aangegeven te twijfelen of de ondertoezichtstelling moet worden verlengd. Sinds de laatste zitting heeft de jeugdbeschermer eigenlijk weinig hoeven doen. Er is een WhatsApp-groep met de ouders gemaakt, waarin de ouders communiceren over de omgang. In deze groep gaat het goed tussen de ouders. Er zijn soms spanningen, maar het lukt de ouders om afspraken te maken over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De GI heeft samen met de bijzondere curator een plan van aanpak bedacht. De bijzondere curator zal dit nader toelichten.

4.De standpunten

4.1.
De bijzondere curator brengt ter zitting het volgende naar voren. De bijzondere curator heeft met iedereen gesproken en adviseert om te stoppen met de ondertoezichtstelling. De bijzondere curator heeft het gevoel dat de ondertoezichtstelling voor de ouders een extra strijdpunt is en spanningen oplevert. Wel dienen er nog een aantal zaken te worden opgepakt waarvoor begeleiding nodig is. De bijzondere curator wil samen met de ouders een ouderschapsplan met waarborgen opstellen. Daarbij kunnen de vader en de moeder input aanleveren, maar uiteindelijk is het uitgangspunt het belang van de kinderen.
4.2.
De vader heeft ter zitting aangegeven achter het advies van de bijzondere curator te staan. Hij vindt dat de ondertoezichtstelling niet moet worden verlengd. Wel vindt de vader het belangrijk dat er direct een goed ouderschapsplan is.
4.3.
De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij wil dat de ondertoezichtstelling nog wordt verlengd. Hoewel de situatie de afgelopen periode is verbeterd, hebben wij nog een lange weg te gaan. De moeder staat achter het plan van de bijzondere curator, maar de ondertoezichtstelling zorgt voor een extra stok achter de deur. De moeder wil alle koppen bij elkaar steken om een plan van aanpak te maken en denkt dat de jeugdbeschermer daar ook nog een rol in zou kunnen spelen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De afgelopen periode zijn er mooie stappen gezet. Het gaat goed met de kinderen bij de vader en sinds de bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing is de omgang tussen de moeder en de kinderen goed verlopen. Het lukt de ouders beter om via de WhatsApp-groep afspraken te maken. Het is positief dat dit gelukt is zonder veel bemoeienis van de jeugdbeschermer. Tegelijkertijd blijft de omgang tussen de moeder en de kinderen kwetsbaar. In de beschikking van 22 oktober 2025 heeft de kinderrechter benadrukt dat het belangrijk is dat de omgangsregeling op een veilige manier wordt nageleefd. Het is positief dat beide ouders open staan voor het opstellen van een ouderschapsplan met de bijzondere curator. De bijzondere curator zal dan de komende tijd de touwtjes in handen nemen. Het is de bedoeling van alle betrokkenen om goede afspraken vast te leggen in het ouderschapsplan, zodat een ondertoezichtstelling hierna niet langer nodig is. Ter zitting heeft de jeugdbeschermer aangegeven dat bij een verlenging van de ondertoezichtstelling, het gezin de komende periode kan worden overgedragen aan ‘team beheer’. De bijzondere curator kan dan het voortouw nemen en de GI gaat meer naar de achtergrond. Er is dan geen vaste jeugdbeschermer gekoppeld aan het gezin, maar bij incidenten kan er aan de bel worden getrokken en zijn er jeugdbeschermers beschikbaar. De kinderrechter is van oordeel dat dit in het belang is van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Door de overdracht naar team beheer voelen de ouders minder de druk van de GI en kan de bijzondere curator samen met de ouders aan de slag gaan met het ouderschapsplan. Het is in het belang van de kinderen dat de ondertoezichtstelling doorloopt, totdat de afspraken tussen de ouders in een ouderschapsplan zijn vastgelegd. De GI is al een lange periode betrokken bij het gezin en op deze manier kan de ondertoezichtstelling goed worden afgesloten. Beide ouders kunnen zich hierin ook vinden.
5.3.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling nog steeds nodig is. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 30 oktober 2026.
5.4.
Gelet op het feit dat de bijzondere curator het voortouw neemt in het opstellen van het ouderschapsplan acht de kinderrechter de betrokkenheid van de bijzondere curator nog noodzakelijk. De kinderrechter zal de bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW Pro herbenoemen tot bijzondere curator van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van de ondertoezichtstelling.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 30 oktober 2026;
6.2.
herbenoemd mr. R.A.A.H. van Leur tot bijzondere curator om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te blijven vertegenwoordigen;
6.3.
bepaalt dat deze herbenoeming geldt tot 30 oktober 2026;
6.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 27 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.