ECLI:NL:RBROT:2026:2635
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extra kosten thuis wegens onvoldoende onderbouwing en belangenafweging
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor extra kosten thuis (EKT) vanwege een vermeende toename van zijn zorgbehoefte na een gewijzigde woonsituatie. VGZ heeft deze aanvraag afgewezen omdat onvoldoende onderbouwing was geleverd en niet was aangetoond dat er een onverantwoorde situatie thuis zou ontstaan zonder extra budget.
Na een bezwaarprocedure handhaafde VGZ het besluit. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die het beroep op 22 januari 2026 behandelde. Tijdens de zitting kon eiser niet concreet toelichten waaruit de verhoogde zorgbehoefte bestond. De rechtbank concludeerde dat VGZ voldoende onderzoek had gedaan en een belangenafweging had gemaakt.
Eiser voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel, maar de rechtbank oordeelde dat er geen toezeggingen waren gedaan die een gerechtvaardigd vertrouwen op toekenning van EKT rechtvaardigden. Verzoeken om aanvullende stukken en het horen van getuigen werden afgewezen omdat deze niet relevant waren voor het bestreden besluit.
De rechtbank wees het beroep af en bepaalde dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Zoethout op 2 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor extra kosten thuis wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.