ECLI:NL:RBROT:2026:260

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
C/10/677628 / HA ZA 24-331
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake gebreken aan vakantiewoning en schadevergoeding

In deze zaak vorderen eisers, [eiser] c.s., schadevergoeding van Continental Rekreatie B.V. wegens gebreken aan een door hen gekochte vakantiewoning. De rechtbank Rotterdam heeft op 14 januari 2026 uitspraak gedaan in deze civiele zaak, waarin de eisers een bedrag van € 94.779,30 vorderen ter dekking van herstelkosten. De rechtbank heeft eerder in een tussenvonnis bepaald dat de woning moest voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit voor bouwwerken met een logiesfunctie en heeft een deskundige benoemd om de gebreken en de kosten van herstel te beoordelen. De deskundige heeft vastgesteld dat de woning niet voldeed aan de isolatiewaarden en dat er gebreken waren aan de elektrische installatie, de aansluiting van de deuren, en de inbouwspots. De rechtbank heeft de bevindingen van de deskundige overgenomen en de herstelkosten begroot op € 13.360, wat resulteert in een totaalbedrag van € 16.165,60 inclusief btw. De rechtbank heeft Continental veroordeeld tot betaling van dit bedrag, evenals de buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De rechtbank heeft geoordeeld dat Continental tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen, waardoor eisers recht hebben op schadevergoeding. De vordering tot betaling van het hogere bedrag is afgewezen, evenals de subsidiaire vordering.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/677628 / HA ZA 24-331
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van

1..[eiser] ,

2.
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser] c.s.,
advocaat: mr. K. Zeylmaker,
tegen
CONTINENTAL REKREATIE B.V.,
te Harskamp,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Continental,
advocaat: mr. T.J. van Veen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 april 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het deskundigenbericht, bij de griffie binnengekomen op 12 augustus 2025;
- de mail van de deskundige aan de griffie van 7 oktober 2025;
- de conclusie na deskundigenbericht van [eiser] c.s., met bijlagen;
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Continental;
- de akte uitlating producties van Continental.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
1.3.
Dit vonnis wordt gewezen door een andere rechter dan die ten overstaan van wie de mondelinge behandeling van 8 oktober 2024 heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft partijen hierover tevoren geïnformeerd. Beide partijen hebben de rechtbank laten weten geen behoefte te hebben aan een nieuwe mondelinge behandeling.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de door [eiser] c.s. van Continental gekochte recreatiewoning gebrekkig is. [eiser] c.s. menen dat dit het geval is en vorderen een bedrag van € 94.779,30 plus 10% verhoging om hiermee de volgens hen benodigde kosten van herstel te dekken. In het eerste tussenvonnis van 27 november 2024 heeft de rechtbank beslist dat de woning diende te voldoen aan de vereisten van het Bouwbesluit voor bouwwerken met een logiesfunctie. De rechtbank heeft een deskundige benoemd om zich te laten voorlichten over de vraag of sprake is van gebreken en, zo ja, over de kosten van herstel. De deskundige heeft gerapporteerd en beide partijen hebben zich over dat rapport uitgelaten. [eiser] c.s. hebben uitvoerig commentaar gegeven op de bevindingen van de deskundige. Continental heeft laten weten geen inhoudelijk commentaar te hebben.
2.2.
De aan de deskundige gestelde vragen zijn de volgende:
1. Welke isolatiewaarden van de vloer, de wand en het dak zijn gerealiseerd en in hoeverre wordt daarmee voldaan aan de minimaal gestelde eisen uit het Bouwbesluit 2012 voor bouwwerken met logiesfunctie?
2. Voldoet de elektriciteitsinstallatie, zoals deze is opgeleverd door Continental aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden?
3. In hoeverre vertoont de vakantiewoning één of meerdere van de volgende gebreken?
a. Slecht sluitende deuren;
b. De kunststof gevelbekleding sluit niet goed aan op de raam- en deurkozijnen;
c. De inbouwspots onder de overkapping voldoen niet aan de in de NEN 1010 voorgeschreven IP waarde voor buitengebruik:
d. Het binnendeurkozijn bij het washok staat getordeerd, niet evenwijdig en wijkt ter plaatse van de rand;
e. De wandpanelen met tegelmotief staan bol en zijn niet goed afgewerkt;
f. De wandafwerking (glasvezelbehang) voldoet niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk;
g. De keuken staat niet waterpas en de vaatwasser is niet aangebracht conform de eisen van de fabrikant.
4. Waardoor worden de eventuele gebreken onder 1, 2 en 3 veroorzaakt?
5. Is herstel mogelijk en welke kosten zijn daarmee gemoeid?
De isolatiewaarden
2.3.
De deskundige komt in zijn rapport tot de conclusie dat de woning niet voldoet aan de geldende minimale isolatiewaarden. Uitgaande van de normen die gelden voor een bouwwerk met logiesfunctie geldt dit volgens de deskundige voor de gevel en het dak. Niet van belang is dat de deskundige ook heeft getoetst aan de normen voor woonwagens met een woonfunctie (en voor die categorie heeft geconstateerd dat de isolatiewaarden van de vloer (net) voldoende zijn). De rechtbank heeft immers in het tussenvonnis beslist dat in dit geval de normen voor bouwwerken met een logiesfunctie bepalend zijn. De deskundige heeft zijn bevindingen wat betreft de isolatiewaarden van de gevel en het dak naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank neemt die over.
2.4.
Volgens de deskundige voldoet de isolatiewaarde van de vloer wel. Hij heeft de opbouw van de vloer geïnspecteerd aan de hand van de bouwtekening en via een luik in de meterkast en vanaf de onderkant van de woning. De geconstateerde opbouw leidt volgens de deskundige tot een totale isolatiewaarde die voldoet aan de normen.
2.5.
[eiser] c.s. zijn het met de bevindingen ten aanzien van de vloer niet eens. Zij menen dat het onderzoek van de deskundige niet representatief is voor de staat van de gehele vloer. De rechtbank verwerpt dat standpunt. Uit de stellingen van [eiser] c.s. zelf volgt dat zij nog twee gaten hebben geboord in de vloer, waarna zij vervolgens dezelfde opbouw van de vloer hebben geconstateerd als de deskundige had vermeld. Hieruit blijkt met voldoende mate van zekerheid dat de opbouw van de vloer overal hetzelfde is, daargelaten of van de deskundige verwacht had mogen verwacht zelf die gaten al te maken. Verder menen [eiser] c.s. dat de deskundige ten onrechte geen rekening heeft gehouden met warmteverlies door toedoen van koudebruggen die het gevolg zijn van de gekozen stalen onderconstructie. Ook dit bezwaar gaat niet op. [eiser] c.s. hadden dit punt ook al ingebracht bij hun commentaar op het conceptrapport. De deskundige heeft hier gemotiveerd op gereageerd. Volgens hem is “de koudebrug te verwaarlozen in het geheel,” vanwege “de dikte van de C-profielen, de lengte van het lijf van de profielen en de omliggende isolatie.” De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van deze opvatting. Daarbij is van belang dat de deskundige nu juist door de rechtbank is benoemd om, onafhankelijk van partijen, voorlichting te geven op basis van zijn expertise. Dat de deskundige van [eiser] c.s. blijft bij een andersluidende opvatting, biedt geen grond voor twijfel aan de juistheid van de opvatting van de door de rechtbank benoemde deskundige.
2.6.
Op het punt van de isolatiewaarde van de vloer is dus geen sprake van een gebrek.
2.7.
De deskundige heeft de kosten van herstel van het gebrek aan het dak en de gevel begroot op in totaal € 9.600. In zijn reactie op het commentaar van [eiser] c.s. op het conceptrapport heeft de deskundige opgemerkt dat hij bij deze kostenraming rekening heeft gehouden met alle voor het herstel benodigde werkzaamheden, zoals demontage van de huidige gevel- en dakbeplating en de huidige isolatie, het aanbrengen van nieuwe isolatie en benodigd regelwerk en dampremmende folie. De deskundige heeft de kosten niet uitgesplitst in afzonderlijke kostenposten.
2.8.
[eiser] c.s. zijn het niet met deze begroting eens. Zij vinden deze veel te laag en houden vast aan de veel hogere kostenraming van hun eigen deskundige. Bovendien behoort de deskundige zijn kostenraming volgens [eiser] c.s. te specificeren. De rechtbank verwerpt dit bezwaar. De deskundige is door de rechtbank benoemd om, onafhankelijk van partijen en met gebruikmaking van zijn expertise, te komen tot een reële raming van de noodzakelijke herstelkosten. Uit zijn rapport en zijn hiervoor genoemde reactie op het commentaar op zijn conceptrapport volgt genoegzaam dat hij bij die kostenraming rekening heeft gehouden met alle noodzakelijke werkzaamheden om tot het herstel te komen. De rechtbank heeft geen aanleiding om daaraan te twijfelen. Niet valt in te zien dat de deskundige verplicht zou zijn om die raming te specificeren.
2.9.
[eiser] c.s. wijzen er nog op dat de deskundige in zijn rapport de mogelijkheid noemt dat door het aanbrengen van betere gevelisolatie de wanden dikker worden, waardoor de kozijnen moeten worden herplaatst. In dat geval zullen de herstelkosten volgens de deskundige aanzienlijk hoger uitvallen. Volgens [eiser] c.s. moet ook dit scenario worden gekwantificeerd. De rechtbank is het daar niet mee eens. De deskundige beveelt in zijn rapport een specifieke wijze van uitvoering van herstelwerkzaamheden aan, “zodat de gevel niet dikker wordt dan dat deze al is.” Aangenomen kan worden dat op deze wijze wordt voorkomen dat de kozijnen moeten worden herplaatst. Niet valt in te zien waarom van [eiser] c.s. deze vorm van herstel niet zou kunnen worden verwacht. Kiezen zij toch voor een andere vorm, die duurder uitpakt, dan is dat hun eigen keuze, waarvan zij de rekening niet bij Continental kunnen leggen.
2.10.
De rechtbank volgt de deskundige dus in zijn begroting van de herstelkosten voor wat betreft de gebrekkige isolatie.
De elektrische installatie
2.11.
De deskundige komt tot de conclusie dat de elektrische installatie in de woning ondeugdelijk is. Hij heeft geconstateerd dat diverse centraaldozen onder de vloer niet veilig zijn aangelegd, omdat bedrading zichtbaar is en de “pijpjes” waar de bedrading doorheen loopt niet goed op de centraaldozen aansluiten. Hij begroot de kosten van herstel op € 450.
2.12.
De rechtbank volgt de deskundige in zijn oordeel over de deugdelijkheid van de elektrische installatie. Op dit punt is dus sprake van een gebrek. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Continental aangevoerd dat [eiser] c.s. zelf aan de elektrische installatie zouden hebben gewerkt, zodat enig gebrek door hun toedoen is ontstaan. Zij verwijst daartoe naar een door [eiser] c.s. overgelegd expertiserapport waaruit dit zou blijken. De rechtbank heeft dit echter niet in dat expertiserapport teruggelezen. Continental heeft haar betwisting daarmee onvoldoende gemotiveerd, zodat de rechtbank deze verwerpt. Aangenomen moet worden dat het gebrek aan de elektrische installatie vanaf de oplevering van de woning aanwezig is geweest.
2.13.
De rechtbank volgt de deskundige ook in zijn raming van de herstelkosten. Naar aanleiding van een daartoe door [eiser] c.s. gestelde vraag, heeft de deskundige nader toegelicht dat hij bij zijn kostenraming rekening heeft gehouden met de werkzaamheden die gemoeid zijn met het demonteren en opnieuw monteren van afwerkingen. De rechtbank heeft geen aanleiding daaraan te twijfelen. De rechtbank verwerpt het bezwaar van [eiser] c.s. dat de deskundige niet heeft vermeld bij welke groepen en op welke locaties hij gebreken aan de installatie heeft geconstateerd. De opdracht van de deskundige reikte niet zover dat hij verplicht was om elke elektrische leiding en elke centraaldoos bloot te leggen en op gebreken te onderzoeken.
Aansluiting deuren
2.14.
De deskundige komt tot de conclusie dat de openslaande deuren aan de zij- en achterkant van de woning niet goed aansluiten, waardoor tocht, wind en regen binnen kan komen. Ook op dit punt is sprake van een gebrek. Dit gebrek kan volgens de deskundige worden hersteld door tochtringen aan te brengen. De daarmee gemoeide kosten begroot de deskundige op € 350.
2.15.
De rechtbank volgt de deskundige hierin. Anders dan [eiser] c.s. menen, heeft de deskundige wel degelijk voldoende inzichtelijk gemaakt welke werkzaamheden nodig zijn om het gebrek te herstellen (namelijk het aanbrengen van tochtringen). Dat [eiser] c.s. mogelijk liever zouden zien dat de onderdorpels worden vervangen (tegen bijna het tienvoudige van de door de deskundige begrote kosten), doet hier niet aan af.
Aansluiting kunststof gevelbekleding
2.16.
Het gaat bij dit mogelijke gebrek om de aansluiting tussen de kunststof gevelbeplating en de kozijnen. De deskundige heeft vastgesteld dat de gevelplaten overal door de kozijnen worden afgedekt, zij het dat de overlap op sommige plaatsen “minimaal” is. Overal is volgens de deskundige echter ook compriband aangebracht, waarmee kieren worden afgedicht. Daarom is er volgens de deskundige geen risico op inwatering en is dus geen sprake van een gebrek. De deskundige heeft op dit punt daarom geen raming van herstelkosten gegeven. Wel is de deskundige bij de kostenraming voor wat betreft het herstel van de isolatie van de gevel ervan uitgegaan dat de bestaande gevelplaten worden gedemonteerd (zodat nieuwe isolatie kan worden aangebracht) en vervolgens weer worden gemonteerd. Bij die werkzaamheden moet het compriband dus opnieuw worden aangebracht, aldus de deskundige.
2.17.
De rechtbank is van oordeel dat de deskundige zijn bevindingen deugdelijk heeft toegelicht. De rechtbank neemt die daarom over en ziet geen aanleiding de deskundige op dit punt nadere vragen te stellen, zoals [eiser] c.s. willen.
Geschiktheid inbouwspots voor buitengebruik
2.18.
Volgens de deskundige zijn de gebruikte inbouwspots onder de overstekken niet geschikt voor buitengebruik. Op dit punt is dus sprake van een gebrek. De deskundige raamt de kosten voor vervanging van de (zeven) spots op in totaal (afgerond) € 315.
2.19.
[eiser] c.s. zijn het met deze kostenraming niet eens. Zij gaan uit van een door hun eigen deskundige genoemd bedrag van € 500 per spot (dus in totaal € 3.500). Volgens hen is de door de deskundige gehanteerde prijs niet marktconform. De rechtbank verwerpt dit standpunt. In de eerste plaats omdat zij geen reden ziet om aan de raming van de deskundige te twijfelen en in de tweede plaats omdat [eiser] c.s. hun – kennelijke – stelling dat een raming van € 500 per spotje
welmarktconform is op geen enkele wijze hebben onderbouwd.
2.20.
De rechtbank neemt de conclusies van de deskundige over.
Binnenkozijn washok
2.21.
De deskundige komt tot de conclusie dat het kozijn bij het washok getordeerd staat en wijkt. De deskundige beschouwt dit als een gebrek. Volgens de deskundige kan dit gebrek worden hersteld door het kozijn opnieuw te stellen en de deur opnieuw af te hangen. Hiermee is een bedrag gemoeid van € 125.
2.22.
[eiser] c.s. zijn het hier niet mee eens. Zij menen, begrijpt de rechtbank, dat het kozijn en de deur volledig vervangen moeten worden. [eiser] c.s. hebben dit ook al in hun commentaar op het conceptrapport aangegeven. De deskundige heeft hierop gereageerd met de opmerking dat in zijn ogen kozijn en deur kunnen worden hergebruikt, zodat vervanging niet nodig is. In hun conclusie na deskundigenbericht leggen [eiser] c.s. niet uit waarom dit in dit geval niet zou kunnen. Het enkele feit dat de deskundige de huidige staat niet heeft onderzocht op “houtrot, verraad, stelvoegen” is daarvoor onvoldoende. Het is aan [eiser] c.s. als degenen op wie de stelplicht rust om hun stellingen voldoende te onderbouwen. Die onderbouwing ontbreekt.
2.23.
[eiser] c.s. menen verder dat de deskundige ook de deur en het kozijn van een slaapkamer had moeten onderzoeken. De rechtbank is het hier niet mee eens. De vraag aan de deskundige, die tevoren met partijen is afgestemd en waarmee [eiser] c.s. hebben ingestemd, zag specifiek op de deur en het kozijn van het washok. Voor zover [eiser] c.s. menen dat een en ander had moeten worden onderzocht in het kader van vraag 3a (‘slecht sluitende deuren’), verwerpt de rechtbank ook dat standpunt. Die vraag ging specifiek over buitendeuren en daarmee verband houdende tochtklachten. Dat volgt uit het rapport van de deskundige van [eiser] c.s. dat zij als productie 13 hebben overgelegd en dat aan die vraag ten grondslag heeft gelegen. De deskundige kon dus in redelijkheid menen dat, zoals vermeld in zijn reactie op het commentaar op het conceptrapport, onderzoek naar een andere deur en een ander kozijn buiten het bestek van zijn opdracht viel.
2.24.
De rechtbank is al met al van oordeel dat de deskundige zijn conclusies deugdelijk heeft toegelicht. De rechtbank volgt de deskundige op dit punt.
Bol staande wandpanelen
2.25.
De deskundige concludeert dat van bol staande wandpanelen geen of slechts minimaal sprake is. Op dit punt is volgens hem geen sprake van een gebrek. In zijn reactie op het commentaar van [eiser] c.s. op zijn conceptrapport heeft de deskundige nader toegelicht dat het hier gaat om panelen en niet om tegels. Dat is volgens de deskundige van belang, omdat voor tegels wel en voor panelen als hier aan de orde geen specifieke “beoordelingscriteria” gelden.
2.26.
De rechtbank is van oordeel dat de deskundige zijn bevindingen voldoende inzichtelijk heeft onderbouwd. [eiser] c.s. zijn het met de conclusie van de deskundige niet eens en handhaven hun standpunt dat de panelen bol staan. Dit kan zo zijn, maar de rechtbank hecht meer waarde aan de constateringen van de door haar benoemde onafhankelijke deskundige dan aan de mening van een van procespartijen. Daarbij speelt een rol dat, gelet op wat de deskundige daaromtrent heeft opgemerkt, het enkele feit dat mogelijk sprake is van enige bolling nog niet betekent dat dit een gebrek oplevert. De rechtbank volgt dus het oordeel van de deskundige.
2.27.
Op één punt constateert de deskundige dat wel sprake is van een gebrek, namelijk voor wat betreft een waargenomen kier tussen twee panelen. Deze moet volgens de deskundige worden afgekit om inwatering te voorkomen. Hiermee is een kostenpost van € 25 gemoeid. De rechtbank volgt de deskundige hierin.
Glasvezelbehang
2.28.
De deskundige komt tot de conclusie dat het behang niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap, nu tussen de behangbanen naden zichtbaar zijn. Hij kwalificeert dit als een gebrek en begroot de herstelkosten op € 1.500.
2.29.
De deskundige heeft zijn bevindingen genoegzaam toegelicht. De rechtbank volgt op dit punt de deskundige.
2.30.
[eiser] c.s. hebben erop gewezen dat het op dit punt niet alleen gaat om slordig behangwerk, maar ook om naden die zich bevinden in de achterliggende ondergrond. Bij herstel kan dus niet volstaan worden met opnieuw behangen, maar zal ook die ondergrond moeten worden gerepareerd. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt dit betoog niet. In reactie op een daartoe strekkende opmerking van [eiser] c.s. op het conceptrapport heeft de deskundige erop gewezen dat hier gaat om een bouwwerk dat in twee delen uit de fabriek is gekomen en dat daardoor altijd het risico bestaat dat de achterliggende houtconstructie kan gaan werken. De rechtbank leidt hieruit af dat het ontstaan van kieren in de ondergrond niet kan worden beschouwd als gebrek, maar inherent is aan dit type bouwwerk. Tot herstel hiervan kan Continental dan ook niet worden gehouden. Het ligt vanzelfsprekend voor de hand om, als het behangwerk opnieuw moet worden gedaan, ook de onderliggende naden en kieren dicht te zetten, maar de daarmee gemoeide kosten kunnen niet voor rekening van Continental gebracht worden.
De keuken en de vaatwasser
2.31.
De deskundige heeft vastgesteld dat de keuken niet waterpas staat. Hij beschouwt dit als een gebrek. Voor het herstel hiervan heeft de deskundige een kostenpost van € 795 geraamd. De vaatwasser is volgens de deskundige wel deugdelijk geplaatst, zodat in zoverre geen sprake is van een gebrek.
2.32.
[eiser] c.s. handhaven hun standpunt dat de vaatwasser niet conform de instructies is geplaatst. Volgens [eiser] c.s. volgt uit die instructies dat de vaatwasser niet alleen aan de zijkant maar ook aan de bovenkant moet worden bevestigd. Zij hebben dit eerder in de procedure onderbouwd door de inbouwinstructies over te leggen. Op dit punt is de rechtbank het met [eiser] c.s. eens. Uit die instructies volgt onmiskenbaar dat de vaatwasser ook aan de bovenkant moet worden bevestigd. Dit is kennelijk niet gebeurd. De deskundige heeft niet toegelicht waarom dit desondanks geen gebrek oplevert. Nu [eiser] c.s. hun andersluidende standpunt genoegzaam hebben onderbouwd en Continental daartegen niets heeft ingebracht, is de rechtbank van oordeel dat ook op dit specifieke punt sprake is van een gebrek.
2.33.
Het gaat bij dit aanvullende gebrek louter om het bevestigen van de vaatwasser aan de bovenzijde. Niet aannemelijk is dat hiermee aanzienlijke extra kosten zijn gemoeid, nu de keuken sowieso al deels moet worden gedemonteerd en opnieuw gemonteerd om deze waterpas te zetten. De rechtbank zal de extra kosten naar redelijkheid vaststellen op € 200. Voor het overige ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de kostenraming van de deskundige, zodat de herstelkosten in verband met de keuken per saldo neerkomt op € 995.
De herstelkosten: conclusie
2.34.
Al met al komt de rechtbank tot de volgende begroting van de herstelkosten die verband houden met de gebreken:
- isolatie € 9.600
- elektrische installatie € 450
- aansluiting deuren € 350
- inbouwspots € 315
- binnenkozijn € 125
- afkitten kier € 25
- glasvezelbehang € 1.500
-
keuken € 995
TOTAAL € 13.360
Vermeerderd met btw komt dit neer op een bedrag van € 16.165,60.
2.35.
De vordering van [eiser] c.s. strekt primair tot betaling van ruim € 94.000 of een in goede justitie door de rechtbank te bepalen ander bedrag. Hieraan hebben [eiser] c.s. ten grondslag gelegd dat Continental vanwege de gebreken aan de woning is tekort geschoten in de nakoming van haar verbintenissen. Zij hebben hun aanspraak op correcte nakoming, nadat Continental in gebreke was gesteld en vervolgens in verzuim is geraakt, omgezet in een vordering tot schadevergoeding (artikel 6:87 BW). Uit het voorgaande volgt dat daadwerkelijk sprake is van gebreken en dat Continental in zoverre is tekort geschoten. [eiser] c.s. hebben dus recht op schadevergoeding. De primaire vordering is daarom tot genoemd bedrag toewijsbaar. Aan de subsidiaire vordering komt de rechtbank niet toe.
Expertise- en buitengerechtelijke kosten
2.36.
[eiser] c.s. vorderen een bedrag van € 750 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten. Zij hebben in de dagvaarding voldoende concreet gesteld dat daadwerkelijk dergelijke kosten zijn gemaakt. Zij hebben daarom recht op een vergoeding voor deze kosten. De gevorderde vergoeding is lager dan wat in de regel als redelijk wordt beschouwd. De vordering is daarom toewijsbaar.
2.37.
[eiser] c.s. vorderen ook een bedrag van € 1.929,95 als vergoeding van de kosten die zijn gemaakt voor de inschakeling van een eigen deskundige. Gelet op de vastgestelde gebreken aan de woning en op de ontkennende houding van Continental, was het naar het oordeel van de rechtbank alleszins redelijk dat [eiser] c.s. een deskundige hebben ingeschakeld. Ook de hoogte van de kosten, die Continental overigens niet heeft betwist, acht de rechtbank redelijk. Hieraan doet niet af dat Continental het rapport van die deskundige ondeugdelijk vindt. De vordering is toewijsbaar.
Proceskosten
2.38.
Het grootste deel van de vordering van [eiser] c.s. wordt afgewezen. Omdat echter een deel van de geldvordering wel toewijsbaar is en bovendien in deze procedure is komen vast te staan dat Continental is tekort geschoten in de nakoming van haar verbintenissen, beschouwt de rechtbank Continental als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij. Zij zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten van [eiser] c.s.. Voor de begroting van het advocaatsalaris wordt daarbij uitgegaan van het tarief dat toepasselijk is op het toewijsbare deel van de geldvordering.
2.39.
Per saldo worden de proceskosten begroot als volgt:
- griffierecht € 2.018,00
- explootkosten € 133,84
- advocaatsalaris € 1.535,00 (tarief II, 2,5 punten)
- nakosten
€ 178,00(hier kan nog een bedrag bij komen)
TOTAAL € 3.864,84
De kosten van de deskundige behoren voor rekening van Continental te komen. Omdat zij die kosten al heeft voorgeschoten, behoeft op dit punt geen betaling meer te worden gedaan.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt Continental tot betaling aan [eiser] c.s. van € 16.165,60 (hoofdsom);
3.2.
veroordeelt Continental tot betaling aan [eiser] c.s. van € 2.679,95 (buitengerechtelijke en expertisekosten);
3.3.
veroordeelt Continental in de proceskosten van [eiser] c.s., begroot op € 3.864,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,-- plus de kosten van betekening als Continental niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.4.
bepaalt dat de kosten van de deskundige voor rekening van Continental komen;
3.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.
1980/3152