Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2595

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/10/712943 / KG ZA 26-14
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 lid 1 BWArt. 3:300 lid 2 BWArt. 6:38 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot medewerking verkoop en verdeling woning na beëindiging samenleving

Partijen, ex-partners die gezamenlijk eigenaar zijn van een woning, hebben na beëindiging van hun relatie afspraken gemaakt over de verdeling van hun gemeenschappelijk vermogen, waaronder de woning aan een adres in plaats 2. De man zou de woning overnemen en de vrouw uitkopen voor de helft van de overwaarde, vastgesteld op €55.847,00, waarbij hij de hypotheeklasten vanaf 1 juni 2024 volledig zou dragen. De oplevering en doorlevering van een nieuwbouwappartement, dat zij samen hadden gekocht, was bepalend voor het moment waarop de man de financiering kon regelen.

De man slaagde er niet binnen de gestelde termijn in om de financiering rond te krijgen, mede door de complexiteit van zijn inkomensverklaring als zelfstandig ondernemer. De vrouw vorderde daarop medewerking van de man aan verkoop van de woning aan een derde, terwijl de man stelde dat hij nog tijd had om de financiering te regelen en de woning over te nemen conform de conceptakte van verdeling.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de vrouw niet voldoende spoedeisend belang had om de man geen redelijke termijn te gunnen. De man kreeg een termijn van drie maanden om de woning over te nemen, de uitkoopsom te voldoen en het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid te realiseren. Indien dit niet lukt, moet de man meewerken aan verkoop aan een derde. Tevens werd de vrouw veroordeeld tot medewerking aan het wijzigen van de hoofdelijke aansprakelijkheid en het passeren van de akte van verdeling.

Uitkomst: De man krijgt drie maanden om de woning over te nemen en de vrouw uit te kopen, bij niet-nakoming moet hij meewerken aan verkoop aan derden.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/712943 / KG ZA 26-14
Vonnis in kort geding van 16 februari 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonend in [plaats] , Spanje,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. C. Teiwes,
tegen
[gedaagde],
wonend in [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. B.K.A. van Rijsbergen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 januari 2026, met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 9;
- de mondelinge behandeling op 2 februari 2026;
- de spreekaantekeningen van de vrouw;
- de pleitnota van de man.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Op 26 maart 2018 hebben partijen het appartement gelegen aan de [adres 1] in [plaats 2] (hierna: de woning) in eigendom verkregen. Voor de woning is een hypothecaire lening afgesloten die op naam van beide partijen staat. Partijen woonden samen in de woning. Op 3 februari 2021 sloten ze een samenlevingsovereenkomst.
2.2.
De relatie tussen partijen is beëindigd en de samenlevingsovereenkomst is per 1 september 2022 ontbonden. Na de beëindiging van de relatie is de man in de woning blijven wonen.
2.3.
Tijdens de samenleving hebben partijen gezamenlijk geïnvesteerd in onroerend goed. Zij waren, naast van de woning, gezamenlijk eigenaar van een woning aan de [adres 2] in [plaats 3] en een woning aan de [adres 3] in [plaats 2] , en ze kochten samen een nieuwbouwappartement in aanbouw aan de [adres 4] in [plaats 2] om dat door te verkopen/leveren nadat het aan hen zou zijn opgeleverd.
2.4.
Partijen hebben na het einde van de samenleving hun gemeenschappelijk vermogen (inclusief de woningen aan de [adres 2] in [plaats 3] , de [adres 3] in [plaats 2] en de [adres 4] in [plaats 2] ) verdeeld. De woning aan de [adres 1] staat echter nog op beider naam.
2.5.
Op 25 maart 2024 is de woning, in gezamenlijke opdracht van partijen, getaxeerd op een marktwaarde van € 460.000,00.
2.6.
Op 29 mei 2024 is een conceptakte van de verdeling van de woning opgesteld. Partijen waren het eens over de tekst van de conceptakte. In deze akte staat onder meer:

VERDELING
Ter uitvoering van voormelde overeenkomst, wordt door partijen toegedeeld en voor zover
nodig geleverd:
aan partij A[de man, opm. vzr]
, die bij deze aanneemt, casu quo (in eigendom) aanvaardt:
-
de registergoederen[de woning met stallingsplaats
,opm. vzr]
;
onder verplichting voor partij A om:
  • over te nemen en als eigen schulden te voldoen:voormelde hypothecaire schuld(en);
  • wegens overbedeling het hierna onder "overbedeling" te melden bedrag te voldoen aan partij B[de vrouw, opm. vzr]
    .
(…)
OVERBEDELING
Volgens partijen is in verband met voormelde verdeling/verrekening [is] er sprake van een
totale overwaarde van éénhonderdelfduizend twaalf euro en éénenveertig cent
(€ 111.012,41), als gevolg waarvan partij A een schuld heeft aan partij B van
vijfenvijftigduizend vijfhonderdzes euro en twintig cent (€ 55.506,20).
Partijen hebben echter vastgesteld, dat de overbedeling van partij A in werkelijkheid
vijfenvijftigduizend achthonderdzevenenveertig euro (€ 55.847,00) bedraagt (…).
(…)
BEPALINGEN INZAKE DE VERDELING
(…)
3. De registergoederen worden volgens opgave van partijen in de verdeling betrokken
voor een waarde van vierhonderdzestigduizend euro (€ 460.000,00).
Deze waarde is vastgesteld conform een taxatierapport van Yess Real Estate B.V.,
gedateerd tien april tweeduizend vierentwintig.*ONTSLAG HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID (HYPOTHECAIRE) SCHULD(EN)
Partij A neemt hierbij gemelde (hypothecaire) schuld(en) geheel voor zijn rekening.
Met betrekking tot voormelde (hypothecaire) geldlening(en), wordt te dezen verwezen naar
een door partijen en namens voornoemde (hypothecaire) financier(s) ondertekende
onderhandse akte, waaruit blijkt dat partij B wordt ontslagen uit de hoofdelijke
aansprakelijkheid voor de betreffende geldlening(en), waarvan een kopie aan deze akte zal
worden gehecht.
2.7.
Het nieuwbouwappartement aan de [adres 4] in [plaats 2] was ten tijde van de aankoop door partijen nog niet gerealiseerd. In december 2024, nog voor de oplevering, is het nieuwbouwappartement door partijen doorverkocht aan een derde. Na de oplevering aan partijen op 4 maart 2025 is het nieuwbouwappartement direct doorgeleverd aan de betreffende derde. De behaalde winst is verdeeld.
2.8.
Bij e-mailwisseling van 26 maart 2025 heeft de vrouw een overzicht van de tussen partijen gemaakte afspraken verstuurd aan de man, en in deze e-mail heeft de man zijn reactie direct weergegeven. De e-mailwisseling gaat als volgt, waarbij de opmerkingen van de vrouw in het paars zijn weergegeven en de opmerkingen van de man in het blauw en onderstreept:

Ha [gedaagde] ,
Naar aanleiding van ons appgesprek stuur ik je hierbij een overzicht van onze afspraken en de vervolgstappen.
  • Het taxatierapport van de [adres 1] dateert van 10 april 2024.Dat klopt, zoals samen besproken.
  • We hebben afgesproken dat ik vanaf 1 juni 2024 niet meer betaal voor de [adres 1] omdat jij alleen van de woning gebruik maakt.Dat klopt, zoals samen besproken.
  • De overwaarde is berekend op 1 juni 2024, op het moment dat er nog € 348.987,59 aan hypotheek openstond, uitgaande van een waarde van € 460.000. Hieruit volgt dat jij mij € 55.847,00 schuldig bent.Dat klopt, zoals samen besproken.
  • Vervolgens is een concept akte van verdeling opgesteld, in de veronderstelling dat dit direct na het verkoopcontract van de [adres 4] geregeld kon worden.Dat klopt, met nadruk op veronderstelling.
  • De passeerdatum van de [adres 4] was 4 maart 2025. Op 12 maart 2025 hebben we afgesproken dat 6 weken een realistische termijn is voor jou om de bankzaken te regelen en alles af te ronden.Dat klopt, zoals samen besproken (hierbij is in het proces wel de veronderstelling opgerekt naar een concrete datum , zie hieronder)
  • Dit betekent dat je voor 23 april 2025 akkoord van de bank moet hebben, en kort daarop een afspraak bij de notaris voor overdracht.Zie opmerking hierboven, graag wil ik ook het proces zo snel mogelijk afronden, maar ben wel afhankelijk van 3den ook!
Ik wil de gemaakte afspraken nakomen, maar ik wil ook duidelijke vervolgstappen afspraken voor het geval het niet binnen deze termijn lukt.Dat is begrijpelijk: zal ik je op de hoogte houden (wekelijks?) wat de status is van overname hypotheek?Het ontbreken van een concrete datum is erg nadelig voor mij. Enerzijds leen je al 10 maanden renteloos € 55.847 van mij, anderzijds is de woning aanzienlijk in waarde gestegen.Enerzijds snap ik je punt, anderzijds wilde je dit zelf vorig jaar. Jij wilde duidelijkheid door proces op te zetten zoals gedaan. Het punt inzake mogelijke stijging aangegeven bij je en tegelijkertijd kan de markt natuurlijk ook inzakken. Inzake lening renteloos, kan ik ook zien, kunnen we mogelijk een rente opzetten? Daarnaast heb ik net aangifte IB gedaan en alleen de helft van de renteaftrek voor de [adres 1] meegenomen (vanaf HY2 volledig betaald), dit zouden we dan kunnen verdisconteren? Kijk maar wat je fair vind.
Als op 23 april 2025 blijkt dat je de overname niet kunt realiseren, moeten we overgaan tot verkoop van de woning tegen de dan geldende waarde, zoals je in je e-mail van 6 mei 2024 hebt aangegeven. Ik stel voor dat we dan weer een makelaar laten langskomen om de waarde vast te stellen en het verkoopproces op te starten.Mocht overname om welke reden dan ook niet lukken ééns met het voorstel. Wel met de connotatie dat precies 23-4 een beetje lastig is om op vast te leggen gezien bovenstaande. Als ik anderhalve week alter alles geregeld heb en je hebt alweer een taxatierapport laten opstellen (zie ook zomaar gebeuren), is dat ook zonde. Het voorstel je (wekelijks) op de hoogte te houden, zou dat hier werken? Ik heb dit soort processen vrij vaak zelf begeleid en weet dat er zomaar, afhankelijk ook vragenstellers bij banken veel tijd tussen afhandeling kan zitten.
Ik hoop dat het niet zo ver komt, en dat het lukt om het huis snel op je naam kan zetten zodat we ook deze laatste woning gezamenlijk kunnen afronden. Ik hoor graag van je.
2.9.
Bij e-mail aan de vrouw van 12 augustus 2025 geeft de man kort gezegd aan dat het financieringstraject complex is en daarom langer duurt dan verwacht, maar dat gezien de periode waarin hij met het financieringstraject kon starten (na de oplevering en doorlevering van het nieuwbouwappartement [adres 4] ), de vertraging niet buitensporig is, terwijl zijn belang bij overname groot is.
2.10.
Bij brief van 21 augustus 2025 geeft de vrouw aan dat zij vanwege het tijdsverloop niet bereid is om nader uitstel te verlenen aan de man. Zij kondigt aan dat zij, conform de afspraken van 26 maart 2025, een makelaar heeft ingeschakeld en dat er contact wordt opgenomen met de man voor het maken van foto’s van de woning, zodat de woning aan een derde kan worden verkocht.
2.11.
De man neemt daarop contact op met de betreffende makelaar en laat weten dat de verkoop aan een derde niet doorgaat en dat hij de woning nog steeds wil overnemen van de vrouw.
2.12.
Bij brief van 28 augustus 2025 sommeert de vrouw de man om alsnog mee te werken aan de verkoop van de woning aan een derde. Daarnaast laat zij weten dat de makelaar heeft aangegeven dat vanwege de ontwikkelingen op de woningmarkt de verkoopprijs boven de € 500.000,00 zal uitkomen. De vrouw doet de man een aanbod om de woning over te nemen voor € 495.000,00 en geeft aan dat bij afwijzing van dit aanbod rechtsmaatregelen worden aangezegd.
2.13.
Bij brief van 2 september 2025 geeft de man aan dat hij niet voldoet aan de sommatie van de vrouw omdat partijen uitvoering moeten geven aan de tussen partijen overeengekomen conceptakte van de verdeling. Daarnaast wijst de man erop dat partijen geen termijn hebben afgesproken waarbinnen de hypothecaire financiering door hem moet zijn afgerond, zodat hij nog tijd heeft om na te komen.
2.14.
Uit de e-mail van de Hypotheekshop van 16 september 2025 volgt dat de Hypotheekshop niet kan voldoen aan het verzoek van de man om zowel de lopende hypothecaire schuld op zijn naam te zetten als deze te verhogen met € 55.847,00, het bedrag dat hij aan de vrouw verschuldigd is in het kader van de overbedeling. Uit deze e-mail volgt verder dat de aanvraag in 2026 opnieuw kan worden beoordeeld op basis van de volledige jaarcijfers van 2025 van de man, die werkzaam is als zelfstandig ondernemer.
2.15.
De man heeft de jaarcijfers over 2025 met spoed laten opstellen en heeft een nieuwe inkomensverklaring aangevraagd. Na ontvangst van de nieuwe inkomensverklaring op 7 januari 2026 heeft de man deze toegestuurd aan de Hypotheekshop en een nieuwe financieringsaanvraag ingediend.
2.16.
De man heeft de financiering om de vrouw uit te kopen ten tijde van de mondelinge behandeling, 2 februari 2026, (nog) niet rond.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De vrouw vordert – samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. te bepalen dat Kolpa van der Hoek Makelaars in Maassluis in opdracht en voor rekening van beide partijen zal bemiddelen bij de verkoop van de woning en dat als uitgangspunt wordt aangenomen de vraagprijs zoals deze door voornoemde makelaar zal worden geadviseerd;
II. te bepalen dat, als de man geen schriftelijke toestemming geeft tot het volgens de overeenkomst van opdracht in verkoop geven van de woning, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro dezelfde kracht heeft als een door de man ondertekende volmacht aan de vrouw om die toestemming te geven;
III. de man te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan het toelaten van de makelaar en potentiële kopers, op straffe van een dwangsom van
€ 500,00 per dag – een dagdeel daaronder begrepen – met een maximum van
€ 10.000,00, danwel een ander bedrag de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren, voor zover de man in gebreke blijft te voldoen aan deze veroordeling;
IV. te bepalen dat, indien een bod wordt gedaan en de makelaar adviseert om dit bod te accepteren, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro dezelfde kracht heeft als een door de man ondertekende volmacht aan de vrouw om het bod te accepteren;
V. te bepalen dat de woning ten minste één week voor de levering leeg en bezemschoon moet worden opgeleverd door de man en dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats komt van de toestemming van de man bij het na de verkoop van de woning via de notaris overdragen van de eigendom aan de koper(s), op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag – een dagdeel daaronder begrepen – met een maximum van € 10.000,00 danwel een ander bedrag de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren, voor zover de man in gebreke blijft te voldoen aan deze veroordeling;
VI. veroordeling van de man in de proceskosten.
3.2.
De man concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.
in reconventie
3.3.
De man vordert – samengevat en zoals nader toegelicht ter zitting – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. de vrouw te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan het tekenen van het aanvraagformulier wijzigen hoofdelijke aansprakelijkheid en aan eventuele andere formulieren van de bank in het kader van het overnemen van de hypotheekschuld door de man binnen twee dagen na ontvangst hiervan, bij gebreke waarvan dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW Pro in de plaats zal treden van de benodigde handtekening van de vrouw;
2. de vrouw te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan het passeren van de notariële akte van verdeling van 29 mei 2024 op een door de notaris te bepalen datum, bij gebreke waarvan dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats zal treden van de benodigde handtekening van de vrouw onder de notariële akte van verdeling;
3. de vrouw te veroordelen in de proceskosten.
3.4.
De vrouw concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de man in de proceskosten.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie worden deze hierna gezamenlijk behandeld.
Inhoudelijke overwegingen
4.2.
Uit de conceptakte van de verdeling en uit overgelegde correspondentie tussen partijen, waaronder de mailwisseling van 26 maart 2025, volgt dat partijen al in het voorjaar van 2024 hebben afgesproken dat de man de woning overneemt en de vrouw uitkoopt voor de helft van de overwaarde van de woning, uitgaande van de taxatie van 25 maart 2024 en de hypothecaire schuld van € 348.987,59 op 29 mei 2024. Zij spraken de uitkoopsom van
€ 55.847,00 af. De man zou de lasten van de woning en de hypothecaire geldlening volledig voor zijn rekening nemen vanaf 1 juni 2024. In de conceptakte van de verdeling is geen termijn voor nakoming bepaald. Partijen stond voor ogen dat gewacht zou moeten worden op de oplevering en doorlevering aan een koper, van het nieuwbouwappartement aan de [adres 4] . Die koper moest op dat moment nog worden gevonden. De gedachte was dat als het lukte om het appartement (gunstig) te verkopen, met de verkoop (bij de doorlevering van het nieuwbouwappartement aan hun koper) winst zou worden gegenereerd die de man kon gebruiken om de uitkoopsom (mede) te financieren.
Uit de e-mailwisseling van 26 maart 2025 volgt ook dat de man instemt met verkoop van de woning aan een derde tegen de dan geldende waarde (waarmee de vrouw zou meedelen in de waardestijging, zo begrijpt de voorzieningenrechter) als de man om wat voor reden dan ook de woning niet blijkt te kunnen overnemen.
4.3.
De man betwist dat op basis van de e-mailwisseling van 26 maart 2025 kan worden aangenomen dat hij instemde met verkoop van de woning aan een derde, als de levering van de woning aan hem (het passeren van de akte van verdeling) niet voor 23 april 2025 zou hebben plaatsgevonden.
4.4.
Uitgangspunt is dat niemand kan worden gedwongen om in een onverdeelde gemeenschap te blijven.
Voorts geldt dat als geen termijn voor nakoming is bepaald, zoals het geval is in de conceptakte van verdeling ten aanzien van de verplichtingen van de man om de uitkoop te realiseren, terstond nakoming van die verbintenis kan worden gevorderd (art. 6:38 BW Pro). Daarbij moet het woord ‘terstond’ echter aldus worden uitgelegd dat op grond van de eisen van de redelijkheid en de billijkheid de schuldenaar een redelijke termijn moet krijgen om na te komen.
Voorts hielden de afspraken tussen partijen in ieder geval in dat de man niet eerder dan na de oplevering en doorlevering aan hun koper van [adres 4] , aan de slag zou moeten met de financieringsaanvraag van de uitkoopsom en het ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de bestaande hypothecaire schuld. Die oplevering en doorlevering was op 4 maart 2025.
Uit de tekst van de hiervoor aangehaalde e-mailwisseling van 26 maart 2025 blijkt dat de vrouw de man op dat moment meedeelt dat zij wil dat de verdeling geëffectueerd zal zijn op 23 april 2025, zijnde zes weken na 4 maart 2025. Maar ook blijkt dat de man zich niet op die termijn wil vastleggen omdat hij bij de financiering afhankelijk is van de medewerking van derden. Over een uiterste termijn zijn partijen het in die e-mailwisseling dus niet eens geworden, terwijl de termijn van zes weken die de vrouw de man gunde wel bijzonder kort was. Verder blijkt uit de overgelegde correspondentie niet dat de vrouw nadien de man alsnog een uiterste termijn heeft gesteld. Dat wordt niet anders doordat de vrouw in reactie op de e-mail van 12 augustus 2025 van de man (zie hiervoor onder 2.10.) heeft meegedeeld niét akkoord te gaan met verder uitstel, reden waarom zij toen verkoop van de woning aan de orde achtte en thans bij de voorzieningenrechter vordert dat de man daaraan moet meewerken. De man heeft toegelicht dat het hem midden 2025 niet is gelukt de financiering rond te krijgen omdat de bank geen genoegen nam met de halfjaarcijfers over 2025, zodat hij 2025 vol moest maken om de jaarcijfers over 2025 mee te kunnen laten tellen voor zijn inkomensverklaring.
4.5.
De vrouw heeft belang bij spoedige afwikkeling van de verdeling van de woning en bij het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. De vrouw heeft echter niet gesteld en ook is niet gebleken dat zij op korte termijn financiële verplichtingen moet aangaan waarvoor ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid noodzakelijk is, dan wel zij de uitkoopsom dringend nodig heeft. Ter zitting heeft de vrouw verklaard dat zij op dit moment in een woning woont in [plaats] en dat de woning aan de [adres 3] in [plaats 2] , na verdeling van het vermogen van partijen, haar eigendom is geworden en dat zij daar na het uiteengaan van partijen anderhalf jaar in heeft gewoond. Het belang van de man bij overname van de woning is zwaarwegend. Hij woont op dit moment in de woning en in de weekenden verblijven zijn kinderen bij hem in de woning. Verkoop van de woning aan een derde betekent dat de man zijn woonruimte verliest.
Het belang van de vrouw is daarom, afgezet tegen het belang van de man, op dit moment niet dusdanig groot en spoedeisend dat de man niet nog een termijn moet worden gegund om de woning over te nemen volgens de afspraken die volgen uit de conceptakte van de verdeling. Dat geldt temeer nu de man na 23 april 2025 geen uiterste termijn is gesteld, zoals hiervoor onder 4.4. is overwogen.
4.6.
De voorzieningenrechter zal de man nog een termijn van drie maanden gunnen om uitvoering te geven aan de conceptakte van de verdeling. Dat betekent dat de man binnen drie maanden na dagtekening van dit vonnis (en dus vóór 17 mei 2026) de woning op zijn naam moet hebben gezet. Dan zal dus de akte van de verdeling moeten zijn gepasseerd, uiterlijk ten tijde waarvan de vrouw de overeengekomen uitkoopsom moet ontvangen van
€ 55.847,00, en het ontslag van de vrouw uit de aansprakelijkheid voor de huidige hypothecaire schuld moet uiterlijk dan zijn gerealiseerd. De vrouw dient gedurende die termijn van drie maanden medewerking te verlenen aan alle (rechts)handelingen die nodig zijn, op eerste verzoek van de man.
4.7.
Als de man er niet in slaagt binnen voormelde termijn de woning op zijn naam te zetten, de uitkoopsom aan de vrouw te betalen en het ontslag te realiseren, heeft de vrouw voldoende spoedeisend belang bij verkoop van de woning aan een derde tegen de dan geldende waarde van de woning. Immers stond beide partijen destijds, in 2024 bij het maken van de afspraak over de uitkoopsom, voor ogen dat de man na verkoop, oplevering en doorlevering aan de koper van de [adres 4] de uitkoop van de vrouw uit de woning zou kunnen realiseren, en ten opzichte van dat moment (4 maart 2025) zijn dan ruim 14 maanden verlopen.
Vorderingen in reconventie
4.8.
De man stelt dat de vrouw tot dusver onvoldoende heeft meegewerkt omdat zij niet het “Aanvraagformulier wijzigen hoofdelijke aansprakelijkheid” heeft ondertekend dat de man als productie 9 in het geding heeft gebracht. Hij vordert de vrouw te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan het tekenen van dit formulier en aan eventuele andere formulieren van de bank in het kader van het overnemen van de hypotheekschuld door de man, binnen twee dagen na ontvangst hiervan, bij gebreke waarvan dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats zal treden van de benodigde handtekening van de vrouw.
Ten aanzien van ‘eventuele andere formulieren van de bank in het kader van het overnemen van de hypotheekschuld’ is onduidelijk gebleven welke formulieren dit zijn. De vordering is daarom voor dat onderdeel onvoldoende bepaald zodat dat onderdeel van de vordering wordt afgewezen.
Voor wat betreft de ondertekening van bedoeld ‘Aanvraagformulier’ geldt dat de vordering toewijsbaar is. De vrouw is verplicht alle rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn om het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te realiseren. De vrouw had overigens nog weinig tijd gehad voor de ondertekening. De man verzocht haar voor het eerst daarom bij zijn e-mail van 23 januari 2026, dus drie dagen nadat de vrouw de onderhavige dagvaarding had uitgebracht.
4.9.
Vordering 2 wordt op de volgende wijze toegewezen. De vrouw wordt veroordeeld om gedurende drie maanden na dagtekening van dit vonnis (dat is tot en met 16 mei 2026) medewerking te verlenen aan het passeren van de conceptakte van de verdeling op een door de notaris te bepalen datum, onder de voorwaarde dat de man uiterlijk ten tijde van dat transport de overeengekomen uitkoopsom voldoet en het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de huidige hypothecaire schuld zal zijn gerealiseerd, bij gebreke waarvan dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de handtekening van de vrouw.
Vorderingen in conventie
4.10.
Wanneer de man er niet in slaagt om binnen de termijn van drie maanden na dagtekening van dit vonnis (vóór 17 mei 2026) de overname van de woning te realiseren zoals voormeld onder 4.6., dan moet de man medewerking verlenen aan de verkoop en de levering van de woning aan een derde op de wijze zoals door de vrouw gevorderd onder II tot en met V. Die vorderingen worden daarom voorwaardelijk, voor wat betreft dat tijdsverloop en onder die voorwaarde, toegewezen, zoals verwoord in het dictum.
4.11.
Vordering I wordt afgewezen. De vordering is declaratoir geformuleerd gelet op de zinsnede “
te bepalen dat...”. In deze zinsnede ligt over het algemeen besloten dat er om een verklaring voor recht wordt gevraagd. In een kort geding kan een verklaring voor recht niet worden toegewezen. Bovendien is Kolpa van der Hoek Makelaars geen partij in deze procedure.
Proceskosten
4.12.
In procedures tussen ex-partners die verband houden met de verdeling van een gemeenschap is het uitgangspunt dat de proceskosten worden gecompenseerd. Geen van partijen heeft bijzondere omstandigheden aangevoerd die reden geven om van dat uitgangspunt af te wijken. Dat betekent dat partijen zowel in conventie als in reconventie de eigen proceskosten moeten dragen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie
in het geval de termijn van drie maanden is verstreken zonder dat levering van de woning aan de man heeft plaatsgehad (zoals hiervoor vermeld onder 4.10.):
5.1.
gelast de man mee te werken aan het in verkoop geven van de woning bij een makelaar naar zijn keuze uit drie door de vrouw op te geven makelaars, en bepaalt dat, indien de man niet meewerkt aan het in verkoop geven van de woning en/of de keus van een makelaar, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de toestemming en/of handtekening van de man ten behoeve van de overeenkomst van opdracht tot verkoop aan de makelaar naar keuze van de vrouw;
5.2.
veroordeelt de man tot het verlenen van medewerking aan het toelaten van de makelaar en potentiële kopers in de woning voor het maken van foto’s en voor bezichtigingen;
5.3.
de veroordeling onder 5.2. op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of dagdeel dat de man niet voldoet aan de veroordeling onder 5.2. met een maximum van € 10.000,00;
5.4.
bepaalt dat indien partijen het niet eens worden over de vraag- en de laatprijs, het advies van de makelaar doorslaggevend zal zijn, en dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de toestemming en/of handtekening van de man die nodig is om het bod te accepteren dat de makelaar in dat geval (van niet eens worden) adviseert te accepteren;
5.5.
veroordeelt de man om de woning ten minste één week voor de levering leeg en bezemschoon op te leveren;
5.6.
de veroordeling onder 5.5. op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of dagdeel dat de man niet voldoet aan de veroordeling onder 5.5. met een maximum van € 10.000,00;
5.7.
gelast de man mee te werken aan de notariële levering van de woning aan de koper(s) en bepaalt dat dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro zo nodig in de plaats treedt van de toestemming en/of handtekening van de man voor de notariële levering van de woning aan de koper(s);
5.8.
verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.10.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
5.11.
veroordeelt de vrouw om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan het tekenen van het aanvraagformulier wijzigen hoofdelijke aansprakelijkheid, bij gebreke waarvan dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de benodigde handtekening van de vrouw onder het aanvraagformulier wijzigen hoofdelijke aansprakelijkheid;
5.12.
veroordeelt de vrouw om gedurende drie maanden na dagtekening van dit vonnis (tot en met 16 mei 2026) medewerking te verlenen aan het passeren van de (concept)akte van de verdeling van 29 mei 2024 op een door de notaris te bepalen datum, mits uiterlijk ten tijde van dat transport de overeengekomen uitkoopsom (€ 55.847,00) wordt voldaan en het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zal zijn gerealiseerd, bij gebreke waarvan dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de benodigde handtekening van de vrouw onder de akte van de verdeling;
5.13.
verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.14.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.15.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.
[3894/638]