ECLI:NL:RBROT:2026:2563
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding ontnemingsvordering wegens onvoldoende betalingsonmacht
De veroordeelde is bij vonnis van 8 november 2021 veroordeeld tot betaling van een ontnemingsmaatregel van € 70.970,- aan de Staat, welke onherroepelijk is geworden op 20 november 2021. De veroordeelde heeft tot de indiening van het verzoek op 11 augustus 2025 geen betalingen verricht, maar heeft ter zitting een betalingsregeling van € 25,- per maand met het CJIB en een totaal van € 150,- betaald.
De veroordeelde stelde dat hij door hersenletsel en afhankelijkheid van 24-uurszorg niet in staat is inkomen te verwerven en onvoldoende financiële draagkracht heeft om de ontnemingsvordering te voldoen. Hij verzocht primair om kwijtschelding en subsidiair om vermindering van de betalingsverplichting.
De officier van justitie betoogde dat de veroordeelde voldoende inkomsten heeft uit een uitkering en toeslagen en dat de betalingsregeling haalbaar is. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende heeft onderbouwd dat hij geen draagkracht heeft, mede omdat hij wekelijks uitjes kan maken en de maandelijkse termijnen kan voldoen.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van betalingsonmacht en dat het verzoek om kwijtschelding of vermindering niet kan worden toegewezen. Tevens is het verzoek om een termijn en maandbedrag vast te stellen niet aan de rechtbank toekomend. Het verzoek wordt daarom integraal afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte betalingsonmacht.