ECLI:NL:RBROT:2026:2559

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
26/1391
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens aantreffen handelshoeveelheid heroïne

De burgemeester van Rotterdam heeft besloten de woning van verzoeker te sluiten vanwege het aantreffen van 33,2 gram heroïne en diverse drugsgerelateerde spullen die duiden op handel en productie van harddrugs. Verzoeker, een kwetsbaar persoon met verslavingsproblematiek, ontvangt ambulante ondersteuning en dreigt dakloos te worden bij sluiting van zijn woning.

De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van de Opiumwet en dat de sluiting geschikt en noodzakelijk is gezien de handelshoeveelheid drugs en de aanwezigheid van een drugslab. Echter, de evenwichtigheid van de maatregel wordt betwist vanwege de kwetsbare situatie van verzoeker en het ontbreken van een passende vervangende woonvorm.

De rechter constateert dat verzoeker tijdelijk in de nachtopvang kan verblijven, maar dat er geen indicatie is hoelang het duurt voordat een stabiele woonvorm beschikbaar is. Gezien het risico op verdere verslechtering van verzoekers situatie wordt de voorlopige voorziening gehandhaafd, waardoor de woning voorlopig niet gesloten mag worden. De schorsing geldt tot twee weken na de beslissing op bezwaar.

Uitkomst: De woning van verzoeker mag voorlopig niet worden gesloten vanwege zijn kwetsbare situatie en het ontbreken van een stabiele vervangende woonvorm.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/1391

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker

en

de burgemeester van Rotterdam

(gemachtigde: mr. C.W. de Jong).
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: Stichting Woonbron uit Rotterdam en Stichting Leger des Heils uit Rotterdam.

Samenvatting

De burgemeester wil verzoekers woning sluiten vanwege het aantreffen van 33,2 gram heroïne en diverse spullen waarvan de burgemeester aanneemt dat die gebruikt worden voor het versnijden van drugs. Verzoeker is een kwetsbaar persoon, die ambulante ondersteuning aan huis ontvangt vanwege onder meer zijn verslavingsproblematiek. Als verzoekers woning wordt gesloten, kan hij terecht in de nachtopvang, totdat er een passende woonvorm is gevonden. De burgemeester heeft echter geen indicatie kunnen geven hoelang dat zal duren. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat verzoeker verder zal afglijden als hij zijn woning kwijtraakt en er geen vervangende, stabiele, woonsituatie is. Zij ziet daarom aanleiding om te bepalen dat de woning vooralsnog niet gesloten mag worden.

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 9 februari 2026 heeft de burgemeester verzoekers woning gesloten voor drie maanden vanwege een overtreding van de Opiumwet
.Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Op 13 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel het bestreden besluit geschorst.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, [naam 1] en [naam 2] van Antes, de gemachtigde van de burgemeester, [naam 3] (namens de burgemeester) en [naam 4] (namens de Stichting Leger des Heils).
4. Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het onderzoek heropend en vragen gesteld aan partijen. De burgemeester en de Stichting Leger des Heils hebben een reactie ingestuurd. De voorzieningenrechter heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
5. Verzoeker woont op het adres [adres]. Hij huurt deze woning van Stichting Leger des Heils. Stichting Leger des Heils huurt de woning van Stichting Woonbron.
6. Op 18 oktober 2025 heeft verzoeker de wijkagent via Whatsapp benaderd met de melding dat hij thuis was gekomen, dat er was ingebroken in zijn woning en dat er een drugslab in zijn woning was gemaakt. Vervolgens zou verzoeker ruim een week gegijzeld zijn geweest door een aantal Franstalige mannen. De politie is naar verzoekers woning gegaan, waar diverse spullen werden aangetroffen voor het versnijden van drugs: teilen, mixers, zeven, handschoenen, gasbranders, tafels voor het versnijden en versnijdingsmiddel. Volgens de politie lag er overal stof, dan wel residu van versnijdingsmiddel of drugs in de kamer en in de hal. Verzoeker heeft verklaard dat hij de neef van zijn dealer in zijn woning heeft gezien en dat er meer dan twintig kilo heroïne geproduceerd zou zijn in zijn woning. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 27 oktober 2025.
7. Op 10 december 2025 heeft de wijkagent een melding ontvangen over de mogelijke aanwezigheid van drugs in verzoekers woning. De politie is daarop naar de woning gegaan en verzoeker heeft de politie gewezen op vier zakjes met een bruinachtige substantie. Volgens verzoeker had hij deze zakjes gevonden in de tassen van de mannen die zijn woning als drugslab hadden gebruikt. Hij zou de stoffen die in de slaapkamer lagen in één van de zakjes hebben gedaan. Dit blijkt uit een aanvullende bestuurlijke rapportage van 12 december 2025.
8. Uit forensisch onderzoek blijkt dat de zakjes die op 10 december 2025 in verzoekers woning zijn aangetroffen in totaal 33,2 gram heroïne bevatten.
Waar gaat het in deze zaak om?
9. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportages heeft de burgemeester besloten om verzoekers woning te sluiten voor drie maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens en hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij voorlopig in zijn woning kan blijven wonen. Door de getroffen ordemaatregel mag de woning voorlopig open blijven. De voorzieningenrechter dient in deze procedure daarom te beoordelen of er aanleiding bestaat om de getroffen voorlopige voorziening te handhaven, op te heffen of te wijzigen.
De voorzieningenrechter heft de voorlopige voorziening niet op
10. De voorzieningenrechter heft de bij uitspraak van 13 februari 2026 getroffen voorlopige voorziening niet op. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoeker niet mag sluiten. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordelingskader
11. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen voorwerpen of stoffen voorhanden zijn, waarvan de betrokkene weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat deze bestemd zijn voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs. De situatie moet zodanig zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de voorhanden voorwerpen gebruikt zullen worden om strafbare voorbereidingshandelingen te plegen.
12. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Rotterdam tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidslijn bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Rotterdam 2022. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in beginsel overgaat tot sluiting van een woning.
Bevoegdheid
13. De burgemeester is bevoegd om verzoekers woning te sluiten als er een handelshoeveelheid harddrugs in zijn woning wordt gevonden. Op 10 december 2025 is er 33,2 gram heroïne in verzoekers woning aangetroffen. Dit is een handelshoeveelheid. De burgemeester was daarom bevoegd om verzoekers woning te sluiten.
14. Vervolgens moet de burgemeester zich ervan vergewissen dat de sluiting van een woning geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Geschiktheid
15. Tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester tot sluiting overgaat, kan ertoe leiden dat sluiting van een woning redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan zich immers de situatie voordoen dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn of niet meer in die mate dat de woning moet worden gesloten.
16. Verzoeker voert aan dat de sluiting is gebaseerd op incidenten die maanden geleden hebben plaatsgevonden en dat er daarna geen incidenten meer zijn geweest. Volgens verzoeker heeft sluiting van zijn woning door het tijdsverloop geen nut meer.
17. De voorzieningenrechter overweegt dat er sprake is van twee incidenten (op 18 oktober en 10 december 2025) die verband houden met de handel in drugs vanuit verzoekers woning. Na het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs in december 2025, heeft de burgemeester binnen twee maanden het bestreden besluit genomen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een relevant tijdsverloop en dat de doelen die met een woningsluiting zijn gediend, nog steeds bereikt kunnen worden. De woningsluiting is dus nog steeds een geschikt middel.
Noodzakelijkheid
18. Bij beoordeling of sluiting van een woning noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus ook moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing.
19. Verzoeker voert in het kader van het verzoek om een voorlopige voorziening aan dat de spullen die op 18 oktober 2025 zijn aangetroffen, klusspullen zijn. Volgens verzoeker gebruikt hij zware medicijnen en kan de burgemeester daarom niet afgaan op wat hij over het aantreffen van deze spullen heeft verklaard. Verzoeker heeft verder aangevoerd dat de aangetroffen drugs (op 10 december 2025) voor eigen gebruik bestemd was en dat hij dit vrijwillig heeft afgestaan aan de politie.
20.1.
De voorzieningenrechter overweegt dat uit de eerste bestuurlijke rapportage voldoende blijkt dat de op 18 oktober 2025 aangetroffen spullen te maken hebben met het versnijden van harddrugs. Zo is er volgens de politie onder meer versnijdingsmiddel aangetroffen en lag er overal stof dan wel residu van versnijdingsmiddel of drugs in de kamer en in de hal. Daarnaast heeft verzoeker tegenover de politie verklaard dat er meer dan twintig kilo heroïne is geproduceerd in zijn woning. Ook nadien heeft verzoeker meerdere keren verklaard dat er sprake was van een drugslab in zijn woning. Ten aanzien van de op 10 december 2025 aangetroffen drugs heeft verzoeker wisselende verklaringen afgelegd over van wie die drugs waren. Dit komt verzoekers geloofwaardigheid niet ten goede. Het is echter een feit dat er sprake is van een handelshoeveelheid harddrugs.
20.2.
Gelet op wat er in de woning is aangetroffen, verwacht de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit op dit punt in bezwaar stand zal houden. In verzoekers woning zijn een handelshoeveelheid harddrugs en drugsgerelateerde voorwerpen aangetroffen. Dit duidt op feitelijke handel vanuit de woning. Daarnaast blijkt uit verzoekers verklaringen dat zijn woning is gebruikt door drugscriminelen, die op grote schaal heroïne hebben geproduceerd in verzoekers woning. Het is daarom aannemelijk dat verzoekers woning bekend is in het criminele drugscircuit. Verder meldt de politie in de tweede bestuurlijke rapportage dat verzoeker mogelijk wordt gedwongen of gebruikt door mannen die zich bezighouden met drugscriminaliteit. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat er een gevaar voor herhaling bestaat. De burgemeester kon niet volstaan met een minder verstrekkende maatregel ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.
Evenwichtigheid
21. Als de conclusie is dat de burgemeester zijn beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning voor een bepaalde duur kan bereiken en een woningsluiting dus het aangewezen middel is, betekent dit nog niet dat hij hiertoe steeds mag overgaan. Daarvoor moet hij zich ervan vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden ook evenwichtig is.
22. Verzoeker voert aan dat de sluiting van zijn woning niet evenwichtig is. Volgens verzoeker zal hij dakloos raken als zijn woning wordt gesloten. Hij heeft twee longaandoeningen (COPD en Long Covid), waardoor het voor hem niet mogelijk is om in de wintermaanden hele dagen buiten te verblijven. Daarnaast is verzoeker al bezig om vrijwillig te verhuizen naar een beschermde woonvorm van het Centrum voor Dienstverlening (CVD).
23. Volgens de politie komt verzoeker over als een kwetsbaar persoon die de nodige zorg kan gebruiken. Verzoeker ontvangt ambulante ondersteuning aan huis vanwege onder meer zijn verslavingsproblematiek. Stichting Leger des Heils heeft tijdens de zitting verklaard dat er een zorg- en dienstverleningsovereenkomst is met verzoeker. Dit betekent dat, als de woning wordt gesloten, er een andere opvangplek moet worden gevonden. Verzoeker komt dus niet op straat te staan. Stichting Leger des Heils kan verzoeker – met instemming van de burgemeester – direct plaatsen in de nachtopvang. Volgens de burgemeester kan vanuit daar worden gekeken naar een opvangplek die meer passend voor verzoeker is.
24.1.
Verzoeker zou na de zitting een intakegesprek bij het CVD hebben voor beschermd wonen. De voorzieningenrechter heeft na de zitting het onderzoek heropend om nadere informatie te krijgen van partijen over het intakegesprek, waar verzoeker zal worden opgevangen als zijn woning wordt gesloten en binnen welke termijn hij dan op een passende locatie geplaatst zou kunnen worden.
24.2.
Uit informatie van Stichting Leger des Heils en de burgemeester blijkt dat het intakegesprek geen doorgang heeft gevonden wegens ziekte van de medewerker van het CVD. Er zal een nieuwe afspraak worden gemaakt. Bij een positieve intake zal verzoeker op een wachtlijst worden geplaatst voor beschermd wonen. Daarnaast kan verzoeker bij acute dakloosheid als gevolg van een woningsluiting zich melden bij Centraal Onthaal. Verzoeker kan dan terecht bij de nachtopvang van het Leger des Heils. In de nachtopvang is er meer en beter zicht op verzoeker en zijn omgeving dan in zijn huidige woning. Vanuit de nachtopvang kan vervolgens met medewerking van verzoeker worden bezien welke andere woonvorm met meer toezicht voor verzoeker meer geschikt is.
25. Volgens Stichting Leger des Heils en de gemeente Rotterdam is verzoekers huidige woonsituatie niet langer passend voor hem. Als verzoeker in de nachtopvang verblijft, zal er weliswaar ’s nachts meer toezicht op hem gehouden kunnen worden, maar overdag zal hij dan op straat verblijven. Stichting Leger des Heils en de burgemeester hebben geen indicatie kunnen geven hoelang het dan zal duren voordat verzoeker wél in een passende opvanglocatie kan verblijven. Ook is er nog geen zicht op beschermd wonen via het CVD. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat verzoeker verder zal afglijden als hij zijn woning kwijtraakt en er geen vervangende, stabiele, woonsituatie is, zoals beschermd wonen. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om de getroffen voorlopige voorziening te laten voortduren tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de woning niet gesloten mag worden. De voorzieningenrechter wenst wel op te merken dat verzoeker een gewaarschuwd man is en dat hij er rekening mee moet houden dat bij een volgend aantreffen van een handelshoeveelheid drugs en/of drugsgerelateerde spullen, de belangenafweging mogelijk de andere kant op kan vallen.

Conclusie en gevolgen

26. De voorzieningenrechter wijzigt de bij uitspraak van 13 februari 2026 getroffen voorlopige voorziening in die zin dat het bestreden besluit geschorst blijft tot twee weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester mag verzoekers woning dus voorlopig niet sluiten.
27. Omdat de voorzieningenrechter de schorsing van het bestreden besluit handhaaft, moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijzigt de voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit geschorst blijft tot twee weken na de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het door verzoeker betaalde griffierecht van € 200,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2026.
De griffier is verhinderd om de uitspraak
te tekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.