Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord van 16 april 2025;
- het proces-verbaal van de zitting van 9 januari 2026.
Rechtbank Rotterdam
De huurders [gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren sinds 2011 een woning van Stichting Havensteder. Zij vorderden een huurprijsverlaging wegens vier gebreken, waaronder een defecte badkamerventilator en schimmelvorming. De huurcommissie erkende alleen het gebrek aan ventilatie als ernstig en kende een tijdelijke huurprijsverlaging toe.
Havensteder betwistte de huurprijsverlaging en vorderde de volledige kale huurprijs. De kantonrechter stelde vast dat de ventilator bij aanvang van de huur aanwezig was en dat het defect een gebrek vormt dat het woongenot ernstig schaadt. De schimmelvorming was beperkt en er waren geen gezondheidsklachten gesteld.
De kantonrechter matigde de huurprijsverlaging tot 10% in plaats van de door de huurcommissie voorgestelde 60%, voor de periode van 1 april 2024 tot 1 februari 2025, waarna de volledige huurprijs weer geldt. Proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurprijsvermindering van 10% vastgesteld voor periode 1 april 2024 tot 1 februari 2025 wegens defecte badkamerventilator en schimmel, daarna volledige huurprijs.