1.3.2.Bewijsmotivering
Inleiding
Op 2 juni 2021 wordt bij de aangever, het bedrijf The Commodity Traders B.V. (hierna: TCT), een internationale koper en verkoper van bulkgoederen, door [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) een partij van 2 miljoen barrels (318 miljoen liter) ruwe olie te koop aangeboden voor een vraagprijs van 155 miljoen Amerikaanse dollar. De partij zou zijn opgeslagen op het terrein van Shell Pernis in de tank met nummer 1234. Bij dit aanbod worden diverse documenten overlegd, waaronder een sampling rapport van het bedrijf [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2]) van 31 mei 2021 (rapport 2021-CIET-002). [bedrijf 2] is het bedrijf van de [medeverdachte 1].
Eerder, op 28 maart 2021, ontvangt TCT een gelijksoortig aanbod tot koop van een partij van 2 miljoen barrels ruwe olie, opgeslagen op het terrein van Shell Europoort in de tanks met nummers 3009 en 3010 namens [bedrijf 1]. Hierbij is een sampling rapport van [bedrijf 2] overgelegd van 25 maart 2021 (rapport 2021-CIET-001), opgemaakt door de [medeverdachte 2] voor [bedrijf 2].
Deze rapporten omschrijven dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 25 maart 2021 en 31 mei 2021 allebei op het terrein van Shell aanwezig waren bij een monsterneming olie uit de genoemde tanks, uitgevoerd door een medewerker van het bedrijf SGS en in aanwezigheid van een medewerker van Shell, genaamd [naam 1].
Het bedrijf TCT doet aangifte van twee pogingen tot oplichting en valsheid in geschrift, omdat de door hen ontvangen sampling rapporten meerdere onvolkomenheden bevatten, de bijgesloten documenten niet authentiek zijn en worden bestempeld als ‘onzin’ documenten, slechts opgesteld met als doel om hen op te lichten.
Door [bedrijf 2] zijn in de periode van 25 maart 2021 tot en met 11 juli 2022 meerdere sampling rapporten opgemaakt van monsternemingen van olie bij tanks op het terrein van Shell.
De verdachte heeft verklaard dat hij in die tijd voor SGS werkzaam was, maar niet bevoegd was tot het nemen van samples. Hij bekent aanwezig en betrokken te zijn geweest bij de monsternemingen en heeft daar betalingen voor ontvangen. Dit gebeurde niet in opdracht of met toestemming van zijn werkgever SGS. Verder heeft de verdachte verklaard dat het niet was toegestaan om andere personen op de toegangspas mee te nemen het terrein op.
Verweren van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat ten aanzien van een aantal tenlastegelegde
medeplichtigheidshandelingen niet kan worden bewezen dat de verdachte deze heeft verricht en zodoende opzettelijk behulpzaam is geweest tot het plegen van valsheid in geschrift. Het gaat dan om het tweede, vijfde, zesde en zevende gedachtestreepje van de tenlastelegging. Ten aanzien van de resterende medeplichtigheidshandelingen heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het gronddelict, de valsheid in geschrift. De verdachte wist niet dat de monsternemingen bestemd waren voor het opmaken van valse rapportages.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat uit de bewijsmiddelen volgt dat alle ten laste gelegde sampling rapporten valselijk zijn opgemaakt. De vraag is of de verdachte behulpzaam is geweest bij het valselijk opmaken van de rapporten. Anders dan de verdediging heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat het dossier hiervoor bewijs bevat.
De verdachte heeft bekend dat hij tegen betaling meermalen monsternemingen, ‘samplings’, heeft verricht op het terrein van Shell, terwijl hij hiertoe niet bevoegd was. Hij heeft zich, in de werkkleding van zijn werkgever SGS voorgedaan als een bevoegd monsternemer. Hij werkte hierbij samen met [medeverdachte 3] die zich, onder de naam [naam 1] voordeed als een medewerker van Shell. De verdachte en [medeverdachte 3] regelden dat zij samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] het terrein van Shell konden betreden, terwijl dat niet was toegestaan. Waarna op meerdere momenten bij olietanks, zonder toestemming van Shell en SGS, op onjuiste wijze olie is afgetapt. De olie werd in flessen gedaan en van een etiket voorzien. Vervolgens werden deze flessen met een krant erbij gefotografeerd. De monsterflessen werden door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meegenomen. De verdachte en [medeverdachte 3] hadden rond deze monsternemingen veelvuldig contact met elkaar over onder meer het uitwisselen van toegangspassen, het maken en doorsturen van foto’s van olietanks, een pdf bestand, tanknummers, tijdstippen, het versturen van een video en zij spreken meermaals over [naam 2]. De rechtbank begrijpt dat met deze [naam 2], [medeverdachte 1] van [bedrijf 2] wordt bedoeld.
De rechtbank volgt de raadsvrouw in haar verweer ten aanzien van de uitvoeringshandelingen bij het vijfde en zevende gedachtestreepje in de tenlastelegging. De verdachte heeft zelf geen videobeelden gemaakt of laten maken van de sampling op 31 mei 2021 en hij had geen invloed op wat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in hun sampling rapporten opschreven. De verdachte wordt daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijgesproken. De overige uitvoeringshandelingen zijn wel wettig en overtuigend bewezen.
Vervolgens is de vraag of met deze uitvoeringshandelingen het opzet van de verdachte gericht was op de valsheid in geschrift. Ook dit is naar het oordeel van de rechtbank het geval.
De verdachte verrichte in zijn hoedanigheid van medewerker van SGS monsternemingen op het terrein van Shell, terwijl deze werkzaamheden niet tot zijn functie behoorden, hij daarvoor geen toestemming had en waarvoor hij door een ander dan SGS werd betaald. De verdachte en [medeverdachte 3] regelden dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], die daar ook niet mochten zijn, daarvan getuige waren. De monsters werden door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meegenomen.
Gelet op deze gang van zaken en onder die omstandigheden kan het niet anders dan dat de verdachte had kunnen en moeten weten dat deze monsternemingen niet legaal waren en dat de gegevens en bevindingen van deze monsternemingen zouden worden gebruikt om daarmee een bepaalde voorstelling van zaken te geven over wat zich in de betreffende tanks bevond. Hiermee heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat met deze gegevens valse rapporten zouden worden opgemaakt. Het opzet van de verdachte was dan ook, in voorwaardelijke zin, gericht op de valsheid in geschrifte.
Conclusie
De verweren worden verworpen. Het feit is wettig en overtuigend bewezen.
1.3.3.Volledige bewezenverklaring
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de periode van 21 maart 2021 tot en met 5 oktober 2022 te Vlaardingen en/of Zwartsluis en/of ‘s Gravenhage en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten sampling rapporten van het bedrijf [bedrijf 2], te weten
- 2021- CEIT-001 (25 maart 2021, tanks 3009 en 3010), en
- 2021- CEIT-002 (31 mei 2021, tank 1234), en
- 20210716- SHEF en/of 20210716-SHEF and RC (16 juli 2021, tank 3034), en
- 20210922- SHEF (21 en/of 22 september 2021 en/of 11 oktober 2021, tanks 3015, 3032, 3033 en 3034), en
- 20210922- SHEF (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en
- 20211012- EXPO (11 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040), en
- 20211012 (11 en/of 12 oktober 2021, tanks 3032, 3034, 3039 en 3040)
valselijk heeft opgemaakt door telkens valselijk en/of in strijd met de waarheid uit de voornoemde rapporten te laten blijken dat een bepaalde hoeveelheid olie van een bepaalde kwaliteit en/of samenstelling te koop zou zijn, althans opgeslagen zou zijn, zulks terwijl deze hoeveelheid nimmer aanwezig is geweest en/of de koop onmogelijk was,
zulks met het oogmerk om de geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 21 maart 2021 tot en met 12 oktober 2021 te Hellevoetsluis en/of Rotterdam en/of Shell Europoort en/of Shell Pernis, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft, door
- zichzelf en medeverdachten onbevoegd toegang te (laten) verschaffen tot het terrein van Shell Pernis en Shell Europoort te Rotterdam;
- zichzelf en medeverdachten te doen voorkomen als (een) betrouwbare en integere rapporteur(s) en/of verkoper en (in bedrijfskleding geklede) expert(s) en/of bevoegd tot het uitvoeren van samplings van (olie)tanks;
- aldaar onbevoegd (vermeende) samplings van (opslag)tanks uit te voeren;
- deze (vermeende) samplings, onjuist af te nemen;
- foto’s te (laten) maken van (vermeende) samplings en de betreffende tank(s) en/of de samplingflessen met een krant en die foto’s toe te (laten) voegen aan een sampling rapport.