2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 2
Bewezen is dat de verdachte een kluis uit de woning van [slachtoffer 2] heeft gestolen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [slachtoffer 2]Op 8 september 2025 om 16:40 uur heeft de schilder mijn woning in Vlaardingen verlaten en heeft hij alles goed afgesloten. Op 9 september 2025 om 09:00 uur werd ik door de schoonmaakster gebeld. Ze zei dat het raam was geforceerd en dat de woning overhoop was gehaald. Ik zag via facetime dat mijn kluis weg was. In de kluis zaten verschillende spullen.
2.
Proces-verbaal van de politie
Op dinsdag 9 september 2025, omstreeks 08.40 uur, kwamen wij ter plaatse in het Klauterwoud in Vlaardingen. Wij zagen dat er een man naar ons toekwam. Hij vertelde dat hij de melder was. De melder bleek te zijn genaamd :
- [getuige] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 in [geboorteplaats] .
Ik, verbalisant [naam verbalisant] , hoorde via de portofoon, dat er een melding
binnenkwam op de [adres] in Vlaardingen. Ik hoorde dat er op dit adres
een melding gemaakt was van een woninginbraak, wat gisteren tussen 8 september 2025 om 16.40 uur en vandaag 9 september 2025 08.20 uur mogelijk had plaatsgevonden. Ik hoorde dat de centralist zei dat er een kluis en een aantal andere goederen weg waren genomen op dit adres.
Ik, verbalisant [naam verbalisant] , zag dat er in de melding van de [adres]
in Vlaardingen, het telefoonnummer van de broer van de hoofdbewoner van dit adres vermeld was. Ik nam telefonisch contact op met hem om te verifiëren of de kluis
daadwerkelijk de weggenomen kluis was van de [adres] , waar de
hoofdbewoner tevens eigenaar van is.
Ik, verbalisant [naam verbalisant] , stuurde foto's van de kluis naar de broer van de
hoofdbewoner. De broer van de hoofdbewoner, stuurde weer deze foto's door naar de
hoofdbewoner. De broer van de hoofdbewoner, vertelde dat de hoofdbewoner bevestigd had dat dit zijn weggenomen kluis betrof.
3.
Verklaring van een getuige tegenover een verbalisant
Op 9 september 2025 om 09:15 uur verhoorde ik, in persoon, de getuige:
[getuige] , geboren [geboortedatum 2] 2005.
Op dinsdag 9 september 2025, omstreeks 08.15 uur, reden mijn collega en ik op de
Broekpolderweg. Wij reden langs de uitkijktoren op de Klauterwoud in Vlaardingen.
Wij zagen naast de uitkijktoren een zwart rechthoekig voorwerp liggen.
Toen mijn collega en ik erheen liepen, zagen wij dat dit een zwarte kluis was. Wij zagen dat de er flinke wit/grijze rook uit de kluis kwam. Wij zagen dat de kluis open was. Mijn collega en ik zagen dat er aan de rechterzijde van de kluis, gezien vanaf de voorzijde van de kluis, dat er een uitgebrand stuk vuurwerk lag.
Mijn collega en ik zagen dat er uitgebrande papieren in de kluis lagen. De papieren waren haast niet meer leesbaar. Wij zagen en voelden dat de kluis nog warm was.
4.
Proces-verbaal van de politieIk heb onderzoek gedaan naar de aangetroffen kluis, waarvan de aangever heeft bevestigd dat het zijn kluis is. Ik heb de kluis aan de buitenzijde bemonsterd op de eventuele aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal. Deze bemonsteringen heb ik verpakt, gewaarmerkt en voorzien van het Spoor Identificatienummer (SIN): AASZ6066NL.
Ik heb onderzoek gedaan in de woning van de aangever. Ik zag een beschadiging in de kozijnstijl aan de sluitzijde van het raam op de begane grond ter hoogte van de knipsluiting. Ik zag dat de raamboom van deze sluiting gedeeltelijk losgekomen was van het houtwerk van uitslaande raam. Ik zag dat de schoot van de sluiting deels verbogen was. Gezien de uiterlijke kenmerken van deze beschadigingen, zijn deze vermoedelijk veroorzaakt door het wrikken in de sluitnaad met een breekvoorwerp, mogelijk een schroevendraaier. Ook in het kozijn aan de bovenzijde van dit uitslaande raam zag ik een beschadiging van vermoedelijk een schroevendraaier.
Deze diefstal zou hebben plaatsgevonden tussen maandag 8 september 2025 16:40 uur en dinsdag 9 september 2025 09:00 uur. Door de dader(s) is een uitslaand raam aan de zijkant van de woning opengebroken waardoor er toegang tot in de woning verkregen is.
5.
Deskundigenverslag
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van DNA
Randen van buitenzijde kluis AASZ6066NL#01
Onvolledig DNA-profiel van minimaal één man.
[verdachte]
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van [verdachte] RAAE9247NL in de bemonstering AASZ6066NL#01 is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen:
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [verdachte] .
Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van één onbekende persoon.
De resultaten van het onderzoek zijn meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
2.3.2.Bewijsmotivering
De aangever heeft verklaard dat een schilder zijn woning in Vlaardingen op 8 september 2025 om 16:40 uur heeft verlaten. De volgende ochtend werd hij om ongeveer 09:00 uur door de schoonmaakster gebeld dat in zijn woning was ingebroken en dat de kluis was weggenomen. Op 9 september 2025, omstreeks 08:25 uur, werd een kluis aangetroffen in het Klauterwoud in Vlaardingen. Uit de kluis kwam flink wat rook en bij en in de kluis lagen resten van een ontploft stuk vuurwerk respectievelijk uitgebrande papieren. De kluis voelde op dat moment nog warm aan. Het DNA van de verdachte is aangetroffen op de buitenzijde van deze kluis.
De rechtbank oordeelt als volgt.
De verklaringen en aangetroffen sporen ondersteunen een dominant scenario waarbij de inbreker of inbrekers de kluis van de aangever hebben meegenomen naar het Klauterwoud, daar hebben opengebroken en in brand hebben gestoken, al dan niet met een stuk vuurwerk. Hoewel het tijdpad van de aangifte ruimte biedt voor een inbraak tussen 8 september 2025 om 16:40 uur en 9 september om 09:00 uur, ligt het voor de hand dat de kluis tijdens de nachtelijke uren, dus in het donker, is weggenomen en in elk geval in de (vroege) ochtend van 9 september 2025 in het Klaterwoud is achtergelaten, waarbij kort voor het werd aangetroffen in de kluis brand is gesticht.
Het aangetroffen DNA-profiel wijst erop dat de verdachte de kluis in handen heeft gehad en dus (een van) de inbreker(s) is geweest. Dat dominante scenario kan worden weerlegd als er een andere, niet op voorhand volstrekt onaannemelijke verklaring is voor de aanwezigheid van het DNA-profiel van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij rond 20:00 uur in het Klauterwoud was en bij de politie heeft hij verklaard dat hij de kluis rokend had aangetroffen in het Klauterwoud. Gelet op het tijdpad zou hij de kluis dan in de avond van 8 september 2025 moeten hebben gevonden. Dat zou betekenen dat de kluis op 8 september 2025 tussen 16:40 uur en ongeveer 19:00 uur was gestolen, dat de inbrekers de kluis daarna naar het Klauterwoud hebben gebracht, dat zij de kluis hebben opgebroken, waarna zij de kluis vóór 20:00 uur rokend hebben achtergelaten.
Dit scenario past echter zeer moeizaam bij de feiten die zijn vastgesteld. Behalve dat het, als gezegd, niet erg waarschijnlijk is dat de kluis in de vroege avond zou zijn gestolen, is de kluis op 9 september 2025 door getuige [getuige] rond 08:25 uur rokend aangetroffen. In het scenario van de verdachte zou de kluis dan de hele nacht moeten hebben blijven branden of misschien later in de nacht nog een keer zijn aangestoken. Dat is niet erg waarschijnlijk. Nu heeft de verdachte zijn eerdere verklaring bij de politie ter terechtzitting in zoverre veranderd dat er, toen hij de kluis aantrof, al niet echt meer rook was, maar die wisseling in de verklaring doet juist verdere afbreuk aan de aannemelijkheid van zijn scenario.
De rechtbank oordeelt, alles afwegende, dat van beide scenario’s die de aanwezigheid van het DNA-profiel van de verdachte op de kluis zouden moeten verklaren, het dominante scenario zoveel aannemelijker is dan het door de verdachte aangedragen scenario, dat buiten elke redelijke twijfel is bewezen dat de verdachte (een van) de inbreker(s) is geweest.