ECLI:NL:RBROT:2026:2445

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
FT EA 22-625
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 358a FwArt. 350 lid 3 onder e Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming van de schone lei wegens verzwegen inkomsten tijdens Wsnp

De rechtbank Rotterdam heeft op 12 februari 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de bewindvoerder een verzoek tot ontneming van de schone lei indiende tegen de heer schuldenaar. De schuldenaar was sinds 24 oktober 2022 onder de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) geplaatst. Hoewel eerder de schone lei was verleend ondanks een tekortkoming in de inspanningsverplichting, kwam de bewindvoerder na onderzoek tot de conclusie dat de schuldenaar tijdens de Wsnp periode inkomsten had verzwegen.

Uit het onderzoek bleek dat de schuldenaar beschikte over twee rekeningen bij Bunq waarop betalingen werden ontvangen, onder meer van Verloning.nl, waarmee hij als zelfstandige werkte. Deze inkomsten, totaal ruim €33.000, werden niet aan de boedel afgedragen en waren niet gemeld aan de bewindvoerder of het UWV. Tijdens verhoren had de schuldenaar hierover niets gemeld. De bewindvoerder kwalificeerde dit als een poging tot benadeling van schuldeisers.

De schuldenaar erkende ter zitting de feiten en gaf aan het geld eerst achter te houden vanwege gebrek aan leefgeld en later uit gemakzucht. Hij aanvaardde de verantwoordelijkheid en onderschreef het verzoek tot ontneming van de schone lei.

De rechtbank oordeelde dat de verzwegen inkomsten en het niet informeren van de bewindvoerder een ernstige tekortkoming vormen die de ontneming van de schone lei rechtvaardigen. De schone lei werd daarom ontnomen, waarmee de schuldenaar niet langer wordt ontslagen van zijn resterende schulden.

Deze uitspraak bevestigt het belang van volledige transparantie en medewerking tijdens de Wsnp en benadrukt dat het bewust achterhouden van inkomsten kan leiden tot het verlies van de schone lei.

Uitkomst: De rechtbank ontneemt de schone lei aan de schuldenaar wegens het bewust verzwegen van inkomsten en het niet afdragen daarvan aan de boedel tijdens de Wsnp.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toewijzing ontneming schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 12 februari 2026
Bij vonnis van deze rechtbank van 24 oktober 2022 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: mr. W.P. Groenendijk.

1.De procedure

Bij vonnis van 24 oktober 2022 is ten aanzien van de heer [schuldenaar] de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: Wsnp) uitgesproken.
Bij vonnis van 3 december 2025 is vastgesteld dat de heer [schuldenaar] weliswaar toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de inspanningsverplichting, maar de rechtbank zag in de bijzondere omstandigheden rondom deze tekortkoming en de relatief geringe betekenis hiervan aanleiding om de tekortkoming buiten beschouwing te laten. De rechtbank heeft de zogenoemde “schone lei” verleend.
De bewindvoerder heeft op 8 januari 2026 een verzoek tot ontneming van de schone lei ingediend.
Het verzoek tot ontneming van de schone lei is behandeld ter zitting van 2 februari 2026. Ter zitting zijn verschenen:
  • de heer D.M. [schuldenaar] , schuldenaar;
  • de heer mr. W.P. Groenendijk, bewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Bewindvoerder
De bewindvoerder doet een verzoek tot ontneming van de schone lei ex artikel 358a Faillissementswet (hierna: Fw). De schone lei kan worden ontnomen als na de beeindiging van de Wsnp blijkt dat zich voordien feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die grond zouden hebben opgeleverd voor beeindiging van de Wsnp op de voet van artikel 350, derde lid, onder e Fw, te weten een poging de schuldeisers te benadelen.
Na een door de bewindvoerder ontvangen bericht van 15 december 2025 is door de bewindvoerder onderzoek gedaan naar inkomsten die de heer [schuldenaar] zou hebben ontvangen op een voor de bewindvoerder niet bekende rekening bij Bunq B.V. (hierna: Bunq). Uit het onderzoek van de bewindvoerder is gebleken dat de heer [schuldenaar] tijdens de materiële looptijd van de Wsnp beschikking heeft gehad over twee rekeningnummers bij Bunq. Tijdens de Wsnp werden op deze twee rekeningen betalingen ontvangen voor bedragen ad respectievelijk € 31.326,01 en € 1.490,-.
Blijkens de overzichten van de rekeningen werden er onder andere betalingen ontvangen van Verloning.nl B.V. (hierna: Verloning.nl). Via Verloning.nl kan als zelfstandige worden gewerkt. Van Verloning.nl heeft de heer [schuldenaar] in de maanden februari 2025 tot en met oktober 2025 een bedrag van in totaal € 23.886,81 ontvangen. Alleen in de maand augustus 2025 werd geen betaling ontvangen, kennelijk werd in die maand niet gewerkt door de heer [schuldenaar] . Gedurende de maanden februari 2025 tot en met oktober 2025 heeft de heer [schuldenaar] ook een WW-uitkering ontvangen. Kennelijk heeft de heer [schuldenaar] zijn inkomsten uit werk ook verzwegen tegenover het UWV.
De heer [schuldenaar] heeft de bewindvoerder (als ook zijn beschermingsbewindvoerder) geen enkele informatie verstrekt over de rekeningen bij Bunq. De ontvangen bedragen op de rekeningen bij Bunq zijn niet aan de boedel afgedragen. De heer [schuldenaar] heeft een en ander (bewust) nagelaten. Tijdens de verhoren bij de rechter-commissaris op 21 februari 2025 en 21 oktober 2025 heeft de heer [schuldenaar] niets medegedeeld over de door hem verrichtte werkzaamheden en de daarvoor ontvangen inkomsten.
De nalatigheid van de heer [schuldenaar] dient te worden aangemerkt als een poging tot benadeling van de schuldeisers. De verzwegen inkomsten, waaronder de via Verloning.nl ontvangen geldbedragen, zijn hierdoor immers niet ten goede gekomen aan de schuldeisers van de heer [schuldenaar] . De aard en omvang van deze tekortkomingen zijn naar het oordeel van de bewindvoerder zodanig ernstig dat de heer [schuldenaar] de schone lei moet worden ontnomen.
De heer [schuldenaar]
De heer [schuldenaar] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt schriftelijk kenbaar te maken. Ter zitting heeft de heer [schuldenaar] het volgende verklaard. Hetgeen de bewindvoerder in zijn verzoekschrift heeft opgeschreven is juist; de heer [schuldenaar] sluit zich aan bij het standpunt van de bewindvoerder. De heer [schuldenaar] heeft eerst zes weken het geld dat hij verdiende achtergehouden, omdat hij zonder leefgeld zat vanuit het beschermingsbewind. Daarna heeft hij de inkomsten achtergehouden uit gemakzucht. De heer [schuldenaar] wil de verantwoordelijkheid nemen voor zijn daden en de gevolgen daarvan aanvaarden. Hij heeft verklaard dat hij zelf een oplossing zal zoeken om zijn schulden te gaan voldoen. De heer [schuldenaar] onderschrijft het standpunt van de bewindvoerder dat hij de schone lei niet heeft verdiend en is het eens met het verzoek om hem de schone lei te ontnemen.

3.De beoordeling

Artikel 358a lid 1 Fw bepaalt dat indien na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling blijkt dat zich voordien feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die grond zouden hebben opgeleverd voor de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de voet van artikel 350, derde lid, onder e Fw, de rechter op verzoek van iedere belanghebbende kan bepalen dat artikel 358 lid 1 Fw Pro verder geen toepassing vindt.
De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de heer [schuldenaar] , tijdens de materiële looptijd van de Wsnp, gedurende een periode van ruim een half jaar, bewust inkomsten heeft verzwegen. Ook over de twee bankrekeningen bij Bunq waarop deze inkomsten werden ontvangen heeft hij de bewindvoerder niet geïnformeerd. Door zijn handelen heeft de heer [schuldenaar] inkomsten buiten de boedel gehouden, en daarmee zijn schuldeisers benadeeld. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de bewindvoerder om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 358a Fw, voor toewijzing in aanmerking komt.
De schone lei zal daarom worden ontnomen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- ontneemt de schone lei.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, rechter, en in aanwezigheid van
S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.