De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en tot vaststelling van een eerdere ingangsdatum. De rechtbank heeft het verzoek tot toelating toegewezen, mede op basis van de hardheidsclausule, omdat het niet mogelijk was binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen.
De schulden van verzoeker, met name aan de Belastingdienst, zijn deels ontstaan in de afgelopen drie jaar door het niet op orde hebben van de administratie en het niet tijdig doen van belastingaangiftes. Ondanks dat deze schulden normaal gesproken toelating in de weg staan, acht de rechtbank de omstandigheden zodanig dat toelating gerechtvaardigd is. Verzoeker heeft zijn onderneming beëindigd, alle aangiftes gedaan en toont een serieuze saneringsgezinde houding.
Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de Wsnp wordt afgewezen omdat verzoeker niet heeft voldaan aan de inspanningsplicht, zoals het aflossen van schulden en het fulltime werken of aantoonbaar solliciteren. De rechtbank stelt de looptijd van de regeling vast op 18 maanden met ingang van 28 januari 2026. Er wordt een bewindvoerder en rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen tijdens de Wsnp.