Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
28 januari 2026
Rechtbank Rotterdam
Mevrouw verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 20 januari 2026, waarbij ook de schuldhulpverlener en budgetbeheerder aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat mevrouw verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek omdat het niet aannemelijk is dat binnen afzienbare termijn een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden getroffen. Mevrouw verzoekster werkt 16 uur per week in de zorg en heeft aangegeven op zoek te zijn naar aanvullende uren, wat vertrouwen geeft dat zij haar verplichtingen zal nakomen. Daarom wordt zij toegelaten tot de Wsnp.
De rechtbank wijst het verzoek tot een eerdere ingangsdatum af omdat niet is voldaan aan de inspanningsplicht: er is geen bewijs van aflossing tijdens het minnelijk traject, mevrouw verzoekster werkte niet fulltime en er zijn geen sollicitatiebewijzen overgelegd.
Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd. De looptijd van de regeling wordt vastgesteld op 18 maanden, ingaande op 28 januari 2026.
De uitspraak is openbaar gedaan en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.