Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 december 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van [eiseres] van 3 februari 2026, met bijlagen;
- de brief van [eiseres] van 6 februari 2026.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde wegens het niet betalen van een factuur van €130,46 voor een online bestelling van kleding. Gedaagde betwist de ontvangst van de bestelling en voert aan dat de levering ook bij de buren had kunnen plaatsvinden, maar navraag bij de buren leverde niets op.
Eiseres kon geen aanvullende bewijsstukken overleggen waaruit de ontvangst van de bestelling door gedaagde blijkt. Hierdoor kon de rechtbank niet vaststellen dat de artikelen daadwerkelijk bij gedaagde zijn afgeleverd en dat zij de factuur verschuldigd is.
De kantonrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten, die worden begroot op nul omdat gedaagde in persoon procedeert en er geen zitting heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van levering.