ECLI:NL:RBROT:2026:2389

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
10/012553-25 herstelvonnis
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige en herstelvonnis

Op 27 februari 2026 heeft de rechtbank Rotterdam verdachte veroordeeld wegens ontuchtige handelingen gepleegd in de nacht van 28 op 29 februari 2024 met een destijds dertienjarig slachtoffer, waaronder seksueel binnendringen. De verdediging voerde afwezigheid van alle schuld aan, maar dit werd verworpen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 121 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een taakstraf van 240 uur opgelegd. Als bijzondere voorwaarden gelden een meldplicht bij de reclassering en een contactverbod met het slachtoffer.

Na de uitspraak werd een onmiddellijk kenbare fout in het dictum vastgesteld, die eenvoudig hersteld kon worden. Dit herstelvonnis voegt toe dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde begeleidt. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, met drie rechters, waarvan twee niet in de gelegenheid waren het vonnis te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 121 dagen gevangenisstraf waarvan 120 voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en bijzondere voorwaarden met meldplicht en contactverbod.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/012553-25
Op 27 februari 2026 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen:
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. R. Moghni
Officier van justitie: mr. P.J. Wijnands
Na de uitspraak is gebleken dat het dictum van het vonnis een onmiddellijk kenbare fout bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel.
In het dictum van het vonnis is bij vergissing niet opgenomen dat:
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummer 1 en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Het dictum van het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld.
Beslissing
De rechtbank:
- herstelt de kennelijke fout in het dictum als volgt;
- de volgende alinea wordt worden toegevoegd:
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummer 1 en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.
Dit herstelvonnis is op 2 maart 2026 gewezen door
mr. A.S. Flikweert, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en I.M. Braam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Yenice, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.
Mrs. L. den Teuling en I.M. Braam zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.