Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] (verbonden aan [naam kantoor]),
1.De procedure
- de akte wijziging eis in conventie
- productie 7 van [gedaagde 1]
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van [gedaagde 1]
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
5.De beoordeling
- [gedaagde 1] heeft onvoldoende concreet en met stukken gesteld en onderbouwd dat en waarom hij op grond van het Amsterdamse arrest een titel heeft voor inning van de in de specificatie opgevoerde rente. [eiseres] heeft de verschuldigdheid bovendien betwist. De voorzieningenrechter houdt derhalve geen rekening met deze post;
- Naar voorlopig oordeel heeft [eiseres] op grond van het Amsterdamse arrest voor hooguit een bedrag van € 1.000,00 – en dus geen € 44.500,00 – aan dwangsommen verbeurd. [gedaagde 1] heeft het Amsterdamse arrest op 11 november 2025 aan [eiseres] doen betekenen. Ingevolge het arrest moest [eiseres] binnen een week na betekening voldoen aan de veroordeling onder 7.2 in dat arrest door het verstrekken van een schriftelijke opdracht aan de deurwaarder Van Beest om huurpenningen aan [gedaagde 1] over te maken. Hoewel de wijze waarop niet de schoonheidsprijs verdient, heeft [eiseres] die opdracht in de laatste zin van een, ook aan de juiste deurwaarde gerichte, e-mail van 20 november 2025 van mr. Den Engelsman (cc. mr. Van Buuren), verstrekt, derhalve twee dagen te laat;
- De stelling van [gedaagde 1] dat [eiseres] ook dwangsommen heeft verbeurd, omdat zij ter griffie een verzoek tot aanhouding van de behandeling van het artikel 474g Rv-verzoek heeft gedaan en aldus het in het Rotterdamse vonnis opgelegde verbod om het aandelenbeslag te vervolgen, heeft overtreden, volgt de voorzieningenrechter niet. Met [eiseres] is de voorzieningenrechter van oordeel dat [gedaagde 1] op die grond ten onrechte aanspraak maakt op dwangsommen, die overigens niet zijn meegenomen in de hier bedoelde specificatie;
- Dat [eiseres] op grond van 5.4 van het Rotterdamse vonnis dwangsommen heeft verbeurd, is, gelet op het beperkte partijdebat op dit punt, onvoldoende uit de verf gekomen. De voorzieningenrechter houdt ook hiermee in de berekening geen rekening. Overigens zijn deze dwangsommen evenmin meegenomen in de hier bedoelde specificatie.
- Veilingkosten en kosten van de notaris zijn, evenals kadastrale kosten, gebruikelijke kosten in het kader van een executieveiling. Ten aanzien van de notariskosten wordt specifiek nog overwogen dat namens [eiseres] veelvuldig met de notaris is gecommuniceerd, wat bijdraagt aan oplopende kosten. De voorzieningenrechter houdt derhalve met die bedragen volledig rekening;
- Partijen twisten over de verschuldigdheid van de executiekosten van deurwaarder [naam] . Vanwege de beperkte omvang daarvan – € 151,04 – en de omschrijving “aanwijzing notaris” houdt de voorzieningenrechter rekening met die kosten.
- Er valt iets voor te zeggen dat in de gegeven omstandigheden (ondanks de kostencompensatie in de andere procedures) in elk geval een gedeelte van de executie- en advocaatkosten van Van Buuren voor rekening van [eiseres] moeten komen (productie 6 van [gedaagde 1] ). Niet uitgesloten is dat in een eventuele bodemprocedure een vordering tot betaling van deze kosten in ieder geval deels toewijsbaar is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om op dit moment 50% van de opgevoerde kosten van € 13.552,00 als redelijk te achten bedrag in de berekening mee te nemen.