Stedin vordert dat zij gerechtigd is de gasaansluiting in de woning van de gedaagden af te sluiten en dat de gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de kosten van deze afsluiting, incassokosten en proceskosten. De gedaagden verzetten zich tegen deze vorderingen.
Tijdens de procedure geeft Stedin aan dat de gedaagden inmiddels toestemming hebben gegeven voor de verwijdering van de gasaansluiting en dat een regeling is getroffen over de kosten. Hierdoor heeft Stedin geen belang meer bij haar eerste vordering. De kantonrechter oordeelt dat het niet redelijk is dat de gedaagden de kosten dragen, omdat zij de woning gasloos huren van de verhuurder, die mogelijk verantwoordelijk is voor de kosten.
De vordering tot betaling van de kosten is onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen. Ook de incassokosten en proceskosten blijven voor rekening van Stedin, omdat zij niet adequaat heeft gehandeld door alleen standaardbrieven te sturen en niet tijdig met de gedaagden te communiceren. De kantonrechter wijst de vorderingen van Stedin af en bepaalt dat de gemaakte kosten voor haar rekening blijven.