Partijen zijn gehuwd sinds 2014 en hebben twee minderjarige kinderen. Bij beschikking van 14 februari 2025 werd een voorlopige regeling getroffen waarbij de man kinderalimentatie betaalde voor de twee kinderen. De man is in mei 2025 vader geworden van een derde kind en verzocht de rechtbank om de kinderalimentatie te verlagen, omdat zijn draagkracht over drie kinderen verdeeld moet worden.
De rechtbank overwoog dat de geboorte van het derde kind voorzienbaar was bij het maken van de oorspronkelijke afspraak en dat de man zich bewust had moeten zijn van de financiële gevolgen. De man had onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden of onjuiste gegevens bij de eerdere beschikking. Zijn huidige financiële situatie, waaronder het stoppen met zijn delicatessenwinkel en het opstarten van een lunchroom, was onvoldoende aannemelijk gemaakt.
De rechtbank nam mee dat ook de vrouw financiële moeite heeft en dat de man niet voldoende inspanningen heeft getoond om zijn verplichtingen na te komen. Gezien het belang van de minderjarige kinderen en het ontbreken van een evidente wijziging, werd het verzoek afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.