ECLI:NL:RBROT:2026:2258

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
10-041753-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 Categorie III Wet wapens en munitieArt. 1 onder 3º Wet wapens en munitieArt. 1 onder 4º Wet wapens en munitieArt. 2 lid 2 Wet wapens en munitieArt. 3a vijfde lid Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplegen vuurwapenbezit en cocaïnebezit in verborgen ruimte auto

De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, 43 kogelpatronen en het vervoeren of aanwezig hebben van 5.014 gram cocaïne in een verborgen ruimte in een auto. De officier van justitie stelde dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over deze voorwerpen, mede op basis van DNA-sporen en verklaringen van een medeverdachte.

De verdachte ontkende kennis te hebben van de verborgen ruimte en de inhoud daarvan. De rechtbank oordeelde dat hoewel de verdachte als bijrijder in de auto zat, er onvoldoende bewijs was dat hij wist van de verborgen ruimte en de aanwezigheid van het vuurwapen, munitie en cocaïne. Het DNA op een patroonmagazijn was onvoldoende om wetenschap en beschikkingsmacht aan te nemen.

De rechtbank concludeerde dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden en sprak de verdachte vrij. Tevens werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over vuurwapen, munitie en cocaïne in verborgen ruimte auto.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-041753-25
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-132015-23
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Datum zitting: 6 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. H. Raza
Officier van justitie: mr. C.T. den Uil
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en 43 kogelpatronen en het medeplegen van het vervoeren of aanwezig hebben van 5.014 gram cocaïne. De verdachte zat weliswaar als bijrijder in de auto waarin zich in een verborgen ruimte het vuurwapen, de kogelpatronen en de cocaïne bevonden, maar niet kan worden bewezen dat de verdachte daarvan ook op de hoogte was.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij alleen of tezamen met anderen – samengevat – een vuurwapen (een Glock 17) en 43 stuks kogelpatronen voorhanden heeft gehad en 5.014 gram cocaïne heeft vervoerd of aanwezig heeft gehad.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1.
hij op of omstreeks 6 februari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen
(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens
en munitie, te weten
een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een
pistool van het merk Glock, model 17, kaliber 9x19mm en/of
voorhanden heeft gehad;
2.
hij, op of omstreeks 6 februari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten
munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten
43 kogelpatronen, althans een of meerdere kogelpatronen kaliber 9X19mm
voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 6 februari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of
afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer in totaal 5014 gram netto, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die
wet.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle feiten en voert daartoe het volgende aan.
Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte wetenschap van en de beschikkingsmacht over het vuurwapen en de kogelpatronen in de verborgen ruimte in de auto had. Er is namelijk van de verdachte DNA gevonden op de buitenzijde van een patroonmagazijn en op de knoop van het tasje waarin het vuurwapen zat. De verdachte had vanuit zijn bijrijderspositie toegang tot de verborgen ruimte in de auto. Omdat de cocaïne in dezelfde verborgen ruimte als het vuurwapen en munitie is aangetroffen, kan ook wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte deze cocaïne aanwezig heeft gehad. Bovendien heeft de medeverdachte verklaard dat hij het vuurwapen en de cocaïne samen met een ander in de auto heeft geplaatst. Dat moet dan de verdachte zijn geweest.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van alle feiten.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Feiten en omstandigheden
De rechtbank gaat in haar oordeel uit van de volgende feiten en omstandigheden.
De verdachte en de medeverdachte worden op 6 februari 2025 in een auto door de politie staande gehouden naar aanleiding van een ‘Automatic Number Plate Recognition’- (ANPR)melding. De auto is in het ANPR-bestand geplaatst in verband met mogelijke betrokkenheid bij ondermijnende activiteiten. De medeverdachte is de eigenaar en de bestuurder van de auto. De verdachte zit op de bijrijdersstoel. Tijdens de controle van de auto ziet de verbalisant vanaf de buitenzijde van de auto dat zich onder de achterbank een verborgen ruimte bevindt. In deze verborgen ruimte treffen de verbalisanten 5.014 gram cocaïne aan. Daarnaast treffen zij in deze verborgen ruimte een zwart tasje aan met daarin een vuurwapen en twee patroonmagazijnen met 43 kogelpatronen.
Op één patroonmagazijn is een DNA-mengprofiel aangetroffen dat hoogstwaarschijnlijk ook het DNA van de verdachte bevat. Ook zit DNA van de verdachte en twee andere personen op wat het NFI omschrijft als ‘knoop in zak’, maar het is verder niet duidelijk geworden om welk voorwerp dit gaat. Er is van dit door het NFI onderzochte spoor ook geen sluitende forensische verslaglegging. Op het vuurwapen zelf zit DNA van verschillende personen, waaronder van de medeverdachte, maar niet van de verdachte.
Op de telefoon van de verdachte staan vier video’s van wat lijkt op (blokken) cocaïne.
Beoordeling
De verdachte ontkent de tenlastegelegde feiten. Hij verklaart dat de medeverdachte hem met de auto heeft opgehaald en dat zij onderweg waren naar het huis van de medeverdachte. Hij weet niets van de aanwezigheid van een verborgen ruimte in de auto, noch van de aanwezigheid van het vuurwapen met munitie en de cocaïne in die ruimte. Ook weet hij niet hoe zijn DNA op het patroonmagazijn terecht is gekomen.
Om de verdachte verantwoordelijk te kunnen houden voor de aanwezigheid van de cocaïne in de auto, is allereerst vereist dat hij wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid daarvan. Voor het vuurwapen en de munitie is – in het kader van het tenlastegelegde medeplegen – vereist dat hij zich in meerdere of mindere mate bewust is geweest of heeft moeten zijn van de (waarschijnlijke) aanwezigheid daarvan, maar die bewustheid hoeft zich niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken of tot de exacte locatie van het vuurwapen en de munitie.
Hoewel het vuurwapen, de munitie en de cocaïne onder bedenkelijke omstandigheden zijn aangetroffen in de auto waarin de verdachte zat, ontbreekt het bewijs dat de verdachte wist van de verborgen ruimte en van de aanwezigheid daarin van het vuurwapen, de munitie en de cocaïne. De auto was immers niet van de verdachte en het ging volgens de verbalisant om een professioneel aangebrachte verborgen ruimte, die vanwege de hoge kwaliteit van afwerking niet te ontdekken is zonder gedegen onderzoek of kennis en expertise. De verborgen ruimte moest bovendien worden geopend door het indrukken van een knop, maar die knop zat verstopt achter de bekleding aan de voorzijde van de achterbank. Er is geen bewijs waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte wist hoe de verborgen ruimte moest worden geopend.
Weliswaar zit op één patroonmagazijn DNA van de verdachte, maar dat enkele feit is onvoldoende om aan te nemen dat de verdachte het patroonmagazijn in de verborgen ruimte ook in de auto heeft gelegd en zich in de tenlastegelegde periode in meerdere of mindere mate bewust is geweest van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het vuurwapen en de munitie. Het dossier bevat verder onvoldoende concrete aanknopingspunten om de verdachte voor de aanwezigheid van de cocaïne, het vuurwapen en de munitie verantwoordelijk te houden. De video’s in de telefoon van de verdachte geven wel te denken over de handel en wandel van de verdachte, maar niet is vastgesteld dat het hier om dezelfde blokken cocaïne gaat als de blokken die in de verborgen ruimte zijn gevonden.
Conclusie
De tenlastegelegde feiten zijn niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt van alle feiten vrijgesproken.

3.Vordering tot tenuitvoerlegging

3.1.
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zestien maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
3.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.
3.3.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de vordering moet worden afgewezen.
3.4.
Oordeel van de rechtbank
Nu de verdachte van de tenlastegelegde feiten zal worden vrijgesproken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

4.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 18 augustus 2023 van de meervoudige kamer strafzaken rechtbank Rotterdam (parketnummer 101-132015-23) aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

5.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. N.R. Rietveld, voorzitter,
en mrs. C.G. van de Grampel en I. Tillema, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 februari 2026.
De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.