ECLI:NL:RBROT:2026:2251

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
FT RK 25-2031
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

Mevrouw verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of zij aan de voorwaarden voldoet, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan van schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen.

Hoewel de schulden aan het CJIB en de Belastingdienst binnen de driejaarstermijn niet te goeder trouw zijn ontstaan, heeft de rechtbank op basis van de hardheidsclausule besloten mevrouw verzoekster toch toe te laten. Zij heeft haar omstandigheden onder controle gekregen, is onder beschermingsbewind gesteld en heeft een saneringsgezinde houding getoond.

De rechtbank stelt de duur van de Wsnp in op 21 maanden vanwege de aard van de schulden, met een ingangsdatum op 11 februari 2026. Er is geen aanleiding voor een eerdere ingangsdatum omdat niet is voldaan aan de vereisten van het minnelijk traject.

Tijdens de Wsnp moet mevrouw verzoekster aan diverse verplichtingen voldoen, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd om toezicht te houden en de boedel te beheren.

Indien mevrouw verzoekster zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule en een looptijd van 21 maanden vanaf 11 februari 2026.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
11 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres] ,
[postcode 1] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 3 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener van Kredietbank Nederland.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de schulden aan het CJIB en de Belastingdienst die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. De schuld aan het CJIB bestaat uit aanzienlijk veel boetes uit 2022, 2023, 2024 en 2025. De schuld aan de Belastingdienst heeft betrekking op inkomstenbelasting uit 2023 en motorrijtuigenbelasting uit 2022, 2023 en 2024. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.4.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om mevrouw [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat mevrouw [verzoekster] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan en/of onbetaald laten van deze schulden, onder controle heeft gekregen. Zij heeft zich onder beschermingsbewind laten stellen. Het beschermingsbewind is uitgesproken op 9 mei 2025. Mevrouw [verzoekster] heeft daarnaast verklaard geen auto’s meer op haar naam te hebben staan. Er staat wel nog een scooter op haar naam, waar een aantal boetes ook betrekking op hebben, maar de scooter is al enige tijd geleden gestolen en heeft zij niet meer in bezit. Het lukt haar niet om de scooter van haar naam te krijgen maar mevrouw [verzoekster] heeft verklaard dat haar beschermingsbewindvoerder bezig is om de scooter van haar naam te krijgen. Het onbetaald laten van de motorrijtuigenbelasting dan wel het laten ontstaan van nieuwe boetes acht de rechtbank dan ook niet aan de orde. Ook de onderneming van mevrouw [verzoekster] is per 24 augustus 2022 uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. Mevrouw [verzoekster] wil graag van haar schulden af. Zij heeft ter zitting blijk gegeven van een serieuze en saneringsgezinde houding. Hierdoor is bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat mevrouw [verzoekster] haar verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen
2.5.
Mevrouw [verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank ziet aanleiding de duur te stellen op 21 maanden. Het Wsnp-traject duurt in beginsel 18 maanden. De rechtbank heeft met mevrouw [verzoekster] besproken dat de duur van de schuldsaneringsgreling mogelijk zal worden verlengd vanwege de aard van met name haar hoge schuld van € 19.263,- aan de Belastingdienst inzake omzet- en motorrijtuigenbelasting. De rechtbank zal mevrouw [verzoekster] in beginsel toelaten tot de schuldsaneringsregeling voor de duur van 21 maanden (zie art. 349a lid 1 van de Faillissementswet).
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Mevrouw [verzoekster] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat er gedurende het minnelijk traject conform het vtlb is gespaard voor de (gezamenlijke) schuldeisers. Daarnaast is niet gebleken dat mevrouw [verzoekster] heeft voldaan aan haar inspanningsplicht gedurende het minnelijk traject. Er zijn geen medische stukken waaruit blijkt dat mevrouw [verzoekster] niet in staat is om fulltime arbeid te verrichten of een officieel besluit tot (gedeeltelijke) vrijstelling van de sollicitatieverplichting overgelegd. Er zijn ook geen sollicitatiebewijzen overgelegd waaruit blijkt dat mevrouw [verzoekster] minimaal vier keer per maand heeft gesolliciteerd naar een fulltime dienstbetrekking.
2.11.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). Mevrouw [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .
3.6.
Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] -1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode 1] [woonplaats] ;
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
gevestigd [vestigingsadres] , [postcode 2] [vestigingsplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder S.H.J. Nanuruw,
gevestigd te Postbus 68,
2650 AB Berkel en Rodenrijs;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 11 februari 2026 en de duur op 21 maanden en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
11 november 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026. [1]