Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
11 februari 2026
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
4.De beslissing
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
Rechtbank Rotterdam
Mevrouw verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of zij aan de voorwaarden voldoet, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan van schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen.
Hoewel de schulden aan het CJIB en de Belastingdienst binnen de driejaarstermijn niet te goeder trouw zijn ontstaan, heeft de rechtbank op basis van de hardheidsclausule besloten mevrouw verzoekster toch toe te laten. Zij heeft haar omstandigheden onder controle gekregen, is onder beschermingsbewind gesteld en heeft een saneringsgezinde houding getoond.
De rechtbank stelt de duur van de Wsnp in op 21 maanden vanwege de aard van de schulden, met een ingangsdatum op 11 februari 2026. Er is geen aanleiding voor een eerdere ingangsdatum omdat niet is voldaan aan de vereisten van het minnelijk traject.
Tijdens de Wsnp moet mevrouw verzoekster aan diverse verplichtingen voldoen, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd om toezicht te houden en de boedel te beheren.
Indien mevrouw verzoekster zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule en een looptijd van 21 maanden vanaf 11 februari 2026.