Mevrouw verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank heeft vastgesteld dat zij schulden heeft die niet te goeder trouw zijn ontstaan, met name een aanzienlijke schuld aan de Belastingdienst. Desondanks wordt zij toegelaten tot de Wsnp op grond van de hardheidsclausule, omdat zij haar situatie onder controle heeft gekregen, haar onderneming heeft beëindigd en onder beschermingsbewind staat.
De rechtbank heeft de ingangsdatum van de Wsnp vastgesteld op 11 februari 2026 en de looptijd op 18 maanden. Een verzoek tot een eerdere ingangsdatum per 3 juni 2025 is afgewezen omdat mevrouw verzoekster niet heeft voldaan aan de verplichtingen tijdens het minnelijk traject. Er is onvoldoende bewijs dat zij het vrij te laten bedrag (vtlb) correct heeft afgedragen en zij heeft niet fulltime gewerkt of voldoende gesolliciteerd. De onderliggende stukken van de vtlb-berekeningen ontbreken, waardoor saldering niet mogelijk is.
Tijdens de Wsnp zal een bewindvoerder worden benoemd die toezicht houdt op de nakoming van verplichtingen en het beheer van de boedel. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. Indien mevrouw verzoekster zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.