ONVZ vordert betaling van zorgpremies die volgens haar vijf maanden in 2023 niet zijn voldaan door de gedaagde. Hoewel gedaagde betalingen heeft gedaan, zijn deze administratief verrekend met oudere schulden, waardoor de premies over de betreffende maanden onbetaald zijn gebleven. De rechtbank oordeelt dat deze betalingsachterstand vaststaat en wijst de hoofdsom van €564,50 toe.
Gedaagde stelde dat hij de verzekering op 2 augustus 2023 had opgezegd en dat ONVZ ten onrechte de opzegging en overstap naar een andere verzekeraar blokkeerde. De rechtbank verwijst naar artikel 8 vanPro de Zorgverzekeringswet, dat opzegging niet toestaat zolang er een betalingsachterstand is en de verzekeraar heeft aangemaand. Hierdoor was het weigeren van opzegging en overstap terecht.
Een door gedaagde ingediende tegeneis wegens vermeende misgelopen bedragen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tijdig is ingediend en bovendien ongegrond zou zijn. De incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat ONVZ direct kan incasseren.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de verzekerde tot betaling van zorgpremies, rente, incassokosten en proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Partijen worden hierna ‘ONVZ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1.De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 20 februari 2025, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de akte van ONVZ van 13 november 2025, met bijlagen;
het proces-verbaal waarin de kantonrechter heeft bepaald om de mondelinge behandeling van 24 november 2025 geen doorgang te laten vinden en de procedure schriftelijk voort te zetten;
de repliek, met bijlagen;
de reactie van [gedaagde] , met bijlagen.
2.De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekering bij ONVZ. Volgens ONVZ heeft hij in 2023 vijf maanden premie niet betaald. Zij eist daarom betaling van € 746,79, bestaande uit € 564,50 aan hoofdsom (premies juni 2023 en september tot en met december 2023), € 51,92 aan rente en € 130,37 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en proceskosten. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Volgens hem heeft ONVZ administratieve fouten gemaakt en ten onrechte zijn opzegging en overstap naar een andere verzekeraar geblokkeerd. De vordering van ONVZ wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Premies
2.2.
De kern van het geschil is de vraag of [gedaagde] een betalingsachterstand heeft. Als onderbouwing heeft ONVZ een overzicht overgelegd waarin alle in rekening gebrachte premies en ontvangen betalingen zijn verwerkt. Volgens [gedaagde] is echter alles betaald en hij wijst daarbij op zijn bankafschriften. Uit de toelichting van ONVZ is duidelijk geworden dat betalingen die [gedaagde] deed, werden afgeboekt op oudere openstaande posten. Het klopt dus dat hij in 2023 betalingen heeft gedaan, maar die zijn administratief ten behoeve van een eerdere periode verwerkt Het gevolg hiervan is dat de in deze procedure gevorderde maanden onbetaald zijn gebleven. Het kan zijn dat deze manier van afboeken voor enige verwarring heeft gezorgd, maar dat verandert niets aan de vaststelling dat de premies nog betaald moeten worden. De hoofdsom van € 564,50 wordt dan ook toegewezen.
Opzegging en overstap
2.3.
Het verweer dat [gedaagde] de verzekering op 2 augustus 2023 heeft opgezegd, slaagt niet. Op grond van artikel 8 vanPro de Zorgverzekeringswet kan een verzekeringnemer de verzekering niet opzeggen zolang er premie, rente of kosten verschuldigd zijn en de verzekeraar de verzekeringnemer heeft aangemaand. Omdat vaststaat dat er sprake was van een achterstand heeft ONVZ de overstap en opzegging terecht geweigerd.
Tegeneis?
2.4.
[gedaagde] heeft in zijn laatste reactie een opsomming gegeven van misgelopen bedragen van in totaal € 1.789,12. Voor zover hij hiermee een tegeneis heeft willen instellen, is hij daarin niet-ontvankelijk. Een tegeneis moet namelijk op grond van de wet direct bij antwoord worden ingediend (artikel 137 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Maar ook als hij wel op tijd was geweest zou hem dat niet hebben geholpen. De vordering zou dan namelijk worden afgewezen, omdat niet valt in te zien dat ONVZ onrechtmatig zou hebben gehandeld.
Incassokosten en rente
2.5.
De incassokosten van € 130,37 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW)). De rente wordt ook toegewezen, omdat ONVZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan ONVZ moet betalen de wettelijke rente van € 51,92 die ONVZ heeft berekend tot 20 februari 2025 over de hoofdsom.
Proceskosten
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 RvPro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan ONVZ moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 288,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 144,-) en € 72,- aan nakosten. Dat is in totaal € 846,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat ONVZ dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 RvPro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.
3.De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan ONVZ te betalen € 746,79 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BWPro over een bedrag van € 564,50 vanaf 20 februari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van ONVZ worden begroot op € 846,14;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.