ECLI:NL:RBROT:2026:214
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek om toelating tot opvanglocatie voor ontheemde Oekraïners
In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen, omdat hij van mening is dat het college niet tijdig heeft beslist op zijn verzoek om toelating tot de opvanglocatie Mrija voor ontheemde Oekraïners. Tegelijkertijd heeft eiser de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft op 14 januari 2026 geoordeeld dat het beroep prematuur is ingesteld en daarom niet-ontvankelijk is. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat het college op 9 december 2025 een besluit op de aanvraag van eiser heeft genomen, waardoor er geen sprake was van niet tijdig beslissen. De voorzieningenrechter heeft ook het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.E.C. Debets, in aanwezigheid van griffier M.G. den Ambtman.