Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2118

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
C/10/714398 / FA RK 26-946
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor medicatie bij schizofrenie ondanks vrijwillige behandeling

De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie.

Betrokkene was recent vrijwillig opgenomen na een suïcidepoging en had haar medicatie thuis gestaakt, wat leidde tot verergering van psychotische klachten. Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling gestabiliseerd was en meewerkte, bleek uit medische verklaringen dat zij onvoldoende bereid is om zorg op vrijwillige basis te accepteren. De rechtbank oordeelde dat vrijwilligheid onvoldoende bestendig is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden.

De rechtbank wees de zorgmachtiging toe voor een periode van zes maanden, waarbij alleen het toedienen van medicatie en medische controles verplicht worden gesteld. Andere vormen van verplichte zorg, zoals voeding, vochttoediening en bewegingsbeperkingen, werden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak. De maatregel is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De beschikking is op 19 februari 2026 mondeling gegeven en op 27 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor het verplicht toedienen van medicatie aan betrokkene voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/714398 / FA RK 26-946
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 19 februari 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1955, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. M.G. Hoogerwerf te Dordrecht.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 4 februari 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 28 januari 2026;
  • de zorgkaart van 16 januari 2026;
  • het zorgplan van 9 januari 2026;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden bij Yulius te Sliedrecht op 19 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , arts, en [naam 3] , psychiater (telefonisch), beiden, verbonden aan Yulius.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene is al langere tijd bekend met schizofrenie. Meest recent is zij vrijwillig opgenomen na een suïcidepoging onder invloed van psychotische belevingen. Tijdens de opname is de medicatie, die betrokkene thuis had gestaakt, herstart. Op het moment van de mondelinge behandeling is betrokkene gestabiliseerd en al met ontslag. Betrokkene verklaart verbaasd te zijn over de aanvraag van de zorgmachtiging, omdat de hele behandeling op vrijwillige basis heeft plaatsgevonden.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Namens betrokkene is bepleit dat er ruimte is voor zorg in een vrijwillig kader. Betrokkene is vrijwillig opgenomen en werkt mee aan de behandeling. Betrokkene verzet zich niet tegen de medicatie. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De rechtbank is van oordeel dat de vrijwilligheid van betrokkene onvoldoende bestendig is. De ambulant psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling het verloop voor opname toegelicht. Hij verklaart dat betrokkene iemand is die zich houdt aan afspraken en dat om die reden eerder altijd is gekozen voor een behandeling op vrijwillige basis. Echter is afgelopen periode gebleken dat een langdurige duurzame behandeling lastig is. Het lukt betrokkene onvoldoende om zich te blijven conformeren aan de behandeling, wat leidt tot gevaarlijke situaties. Betrokkene heeft nu tweemaal haar medicatie gestaakt, wat heeft geleid tot een toename van psychotische klachten en suïcidale gedragingen. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles.
2.6.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht, voeding, alsmede het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.6.1.
De rechtbank is van oordeel dat met het verplichten van de medicatie de overige gevraagde vormen, zijnde het beperken van de bewegingsvrijheid, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten en het opnemen in een accommodatie, onvoldoende voorzienbaar zijn. Ook is uit het verleden gebleken dat betrokkene zich niet verzet tegen deze vormen van zorg.
2.7.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 augustus 2026;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 19 februari 2026 mondeling gegeven door mr. W.H.J. Stemker Köster, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, en op 27 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.