Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 16 januari 2026 met producties 1 tot en met 20;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5;
- de mondelinge behandeling gehouden op 13 februari 2026;
- de pleitnota van de kant van [eiser] ;
- de pleitnota van de kant van [gedaagde] .
3.De feiten
- de Vennootschap veroordeeld om binnen twee weken na betekening van de beschikking aan [gedaagde] inzage te verschaffen in de volledige administratie over de boekjaren 2019 tot en met 2022, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 50.000,00;
- (…)
In de bijlage alle mij beschikbare stukken m.b.t. de administratie van Autoschadebedrijf [naam] B.V. over de jaren 2019, 2020, 2021, 2022 en 2023.” De e-mail is afgesloten met de tekst: “
De inkoop facturen en de verkoop facturen kunt u inzien op een door mij te bepalen locatie. Als u dat wenselijk is, maak dan ruim op tijd een afspraak hiervoor.”
Ik heb inmiddels ook de gelegenheid gehad om de stukken die u heeft aangeleverd te beoordelen. Het moet u duidelijk zijn dat met het delen van deze documenten u niet heeft voldaan aan de door de rechter uitgesproken veroordeling. Zowel u als de vennootschap bent veroordeeld tot het verschaffen van inzicht in de volledige administratie over de boekjaren 2019 tot en met 2023. De rechter heeft daarbij verduidelijkt dat volledige administratie betekent: alle documenten die verband houden met de bedrijfsvoering van de vennootschap in de ruimste zin van het woord. Uit bijvoorbeeld de bankmutaties die u heeft gedeeld, blijkt dat lang niet alle onderliggende documenten zijn verstrekt, zoals inkoopfacturen, verkoopfacturen, contracten en bonnen. Deze stukken zijn essentieel voor het opstellen van de jaarrekeningen. Aangezien u zelfjaarrekeningen heeft laten opstellen en deponeren, moet u over de volledige administratie beschikken. U bent dan ook gehouden deze te delen, zoals door de rechter is uitgemaakt.”
Aan het vonnis is invulling gegeven doordat, zo begrijp ik, op 30 november 2024 talloze stukken digitaal zijn aangeleverd. Verder is aangegeven dat u, desgewenst, ook de inkoop- en verkoopfacturen van de afgelopen jaren (2019 tot en met 2023) kunt komen inzien. Cliënt heeft zich bereid verklaard daar tijd en ruimte voor te maken. Van dat aanbod heeft u(w cliënt) geen gebruik gemaakt. (…)
De van uw cliënte ontvangen administratieve bescheiden heb ik voorgelegd aan een registeraccountant, met het verzoek om die informatie te beoordelen. Concreet heb ik gevraagd om de ontvangen informatie volledig was of niet en zo neen welke informatie ontbreekt. Het ‘Rapport van bevindingen’ van de registeraccountant, gedateerd 4 augustus 2025, voeg ik bij (*). De feitelijke bevindingen kunt u lezen onder punt 4. (…)
4.1 Administratieve volledigheid
- Alle inkoop- en verkoopfacturen over de periode 2018-2022;
- Grootboekkaarten met aansluiting op de jaarrekeningen;
- Specificatie en onderbouwing van de verplichting op de balans;
- Arbeidsovereenkomsten of loonstroken van betrokkenen;
- Activastaat 2019-2022
- Specificatie van de rekening-courantverhouding met verbonden partijen.
4.Het geschil
- het op 14 augustus 2025 gelegde executoriale beslag opheft danwel [gedaagde] veroordeelt tot opheffing van dit beslag, op straffe van een dwangsom;
- [gedaagde] gelast geen nieuwe executoriale beslagen te leggen met betrekking tot de vermeende dwangsomvordering,
5.De beoordeling
De volledige administratie is simpelweg alle administratie die met de bedrijfsvoering van de Vennootschap in de ruimste zin van het woord te maken heeft.” De voorzieningenrechter heeft vervolgens, naast de Vennootschap, ook [eiser] veroordeeld aan [gedaagde] inzicht te geven in de volledige administratie van de Vennootschap aangaande de boekjaren 2019 tot en met 2023, op straffe van een dwangsom.
de boekhoudkundige verwerkingvan bronbestanden (zoals rekeningafschriften, facturen en overeenkomsten), voorzien van die onderliggende bronbestanden. Volgens [gedaagde] kunnen bronbestanden zelf – naar zijn zeggen ‘de beruchte verhuisdoos vol in- en verkoopfacturen’ – niet worden beschouwd als de volledige administratie, omdat die stukken geen enkel inzicht bieden waarin dan ook. Dit leidt er volgens [gedaagde] toe dat [eiser] met het enkele verstrekken van de 33 bestanden en de uitnodiging om de inkoop- en verkoopfacturen te komen inzien niet heeft voldaan aan de veroordeling, nog daargelaten dat de betreffende stukken niet compleet zijn. Daarnaast ontbreekt genoemde boekhoudkundige verwerking. [eiser] was op grond van de veroordeling, en ook overigens de wettelijke boekhoudplicht (artikel 2:10 BW Pro en artikel 3:15i BW) verplicht dergelijke stukken te (laten) maken en daarin inzage te geven. Nu een en ander niet is gebeurd, heeft [eiser] volgens [gedaagde] niet voldaan aan de veroordeling en zijn de dwangsommen verbeurd.
bestaandeadministratie, dat wil zeggen in alle aanwezige financiële en andere gegevens die te maken hebben met de bedrijfsvoering van de Vennootschap. Vast stond immers dat [gedaagde] geen enkele informatie van [eiser] (namens de Vennootschap) kreeg over de administratie van de Vennootschap, niet uit eigen beweging en ook niet onder druk van een veroordeling, terwijl [gedaagde] daarbij (spoedeisend) belang had. Vanuit dat perspectief is de vordering van [gedaagde] toegewezen. Die veroordeling strekt niet zover dat [eiser] inzage moest geven in een
deugdelijke– en, zo nodig, nog te vervaardigen – administratie, zoals [gedaagde] betoogt. De discussie tussen partijen over de vraag of [eiser] ter zake van de administratie heeft voldaan aan de boekhoudplicht valt buiten het bereik van de veroordeling. Datzelfde geldt voor de vraag of [gedaagde] – in het kader van het bepalen van zijn positie ter zake van de afwikkeling van de Vennootschap – van [eiser] mag verlangen dat hij stukken aanlevert van een zekere kwaliteit.