De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2014, vanwege ernstige zorgen over zijn sociale en cognitieve ontwikkeling. De minderjarige heeft een zeer laag IQ, vertoont veel schoolverzuim, problematisch gamegedrag en mogelijk traumagerelateerde problematiek. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, doet haar best maar slaagt er niet in de benodigde ondersteuning te bieden.
De kinderrechter hield een zitting met gesloten deuren waarbij de moeder en vertegenwoordigers van de Raad en een gecertificeerde instelling aanwezig waren. De gecertificeerde instelling die voorlopig toezicht hield, was niet verschenen. De minderjarige werd gehoord maar gaf geen mening.
De kinderrechter concludeerde dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is omdat de bedreiging van de ontwikkeling ernstig is en vrijwillige hulpverlening onvoldoende effect heeft. De moeder erkent deels de problemen maar kan de situatie niet zelfstandig verbeteren. De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de William Schrikker Stichting voor twaalf maanden en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
De kinderrechter benadrukte dat de ondertoezichtstelling niet is vanwege een slechte thuissituatie, maar om de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen. De moeder wordt aangemoedigd samen met de gecertificeerde instelling aan verbetering te werken. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.