Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 januari 2026, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [eiser] .
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een bedrijfsruimte die als café wordt geëxploiteerd, na een burgemeestersluiting wegens een eenmalig geweldsincident waarbij de onderhuurder betrokken was. De burgemeester sloot het café voor een periode van drie maanden op grond van de Algemene plaatselijke verordening.
Eiser had de huurovereenkomst met gedaagde buitengerechtelijk ontbonden vanwege de sluiting en vordert ontruiming. Gedaagde betwist dit en stelt dat zij geen zeggenschap had over het geweldsincident en dat de ontbinding onredelijk is.
De kantonrechter oordeelt dat, ook als eiser bevoegd was tot buitengerechtelijke ontbinding, deze ontbinding onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het geweldsincident was een eenmalige gebeurtenis waarbij ook het slachtoffer mogelijk een rol speelde. Gedaagde had geen actieve rol in het incident en geen invloed op het café. Bovendien leidt ontruiming tot onzekere en nadelige gevolgen voor gedaagde.
De kantonrechter acht het niet waarschijnlijk dat de bodemrechter tot ontbinding zal overgaan en wijst de ontruimingsvordering af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.009,00 met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad voor de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt afgewezen omdat de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst onaanvaardbaar is.