ECLI:NL:RBROT:2026:2025

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
11970897 CV EXPL 25-24894
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsachterstand zorgpremie door bewindvoerder toegewezen

OHRA Zorgverzekeringen N.V. en Onderlinge Waarborg Maatschappij CZ groep U.A. vorderen betaling van €271,90 achterstallige zorgpremies van juli en augustus 2023 van mevrouw die onder bewind staat. De dagvaarding werd aanvankelijk aan mevrouw zelf gericht, maar omdat zij onder bewind is gesteld, is de bewindvoerder als gedaagde aangemerkt.

De bewindvoerder reageerde niet inhoudelijk op de dagvaarding, waardoor de feiten uit de dagvaarding als vaststaand worden aangenomen. De kantonrechter wijst de vordering toe en veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van het gevorderde bedrag.

Daarnaast worden de proceskosten van €453,73 aan de zijde van OHRA c.s. aan de bewindvoerder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van €271,90 en proceskosten, met onmiddellijke uitvoerbaarheid van het vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11970897 CV EXPL 25-24894
datum uitspraak: 27 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van

1.OHRA Zorgverzekeringen N.V.,

2. Onderlinge Waarborg Maatschappij CZ groep U.A.,
vestigingsplaats: Tilburg ,
eisers,
gemachtigde: [naam 2] ,
tegen
[naam 1], die handelt onder de naam Kroon Juridische Dienstverlening en Bewindvoering,
in de hoedanigheid van bewindvoerder van mevrouw [gedaagden] , wonende in [woonplaats] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘OHRA c.s.’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. Mevrouw [gedaagden] wordt hierna ‘ [gedaagden] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 24 september 2025, met bijlagen;
  • de mail van [gedaagden] van 13 november 2025;
  • de rolbeslissing van 5 december 2025;
  • het exploot tot oproeping van 19 december 2025, met bijlagen;
  • de mail van de bewindvoerder van 24 december 2025;
  • de akte van OHRA, met bijlagen.
1.2.
De bewindvoerder heeft uitstel gekregen voor een reactie op de dagvaarding, maar daarna niet meer gereageerd.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
OHRA c.s. eisen dat de kantonrechter de bewindvoerder veroordeelt om aan hen € 271,90 te betalen, zoals in de dagvaarding van 24 september 2025 staat. Ook eisen OHRA c.s. dat de kantonrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
De bewindvoerder is in de procedure opgeroepen
2.2.
Vast staat dat [gedaagden] , ook al op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding, onder bewind is gesteld. Daarom hadden OHRA c.s. de bewindvoerder moeten dagvaarden in plaats van [gedaagden] (artikel 1:441 BW Pro). OHRA c.s. zijn in de gelegenheid gesteld de bewindvoerder op te roepen. Dat hebben zij vervolgens gedaan bij exploot van 19 december 2025. De bewindvoerder heeft weliswaar niet inhoudelijk op de eis gereageerd, maar heeft wel uitstel gevraagd voor het indienen van een conclusie van antwoord. De kantonrechter merkt daarom de bewindvoerder aan als de gedaagde partij.
De bewindvoerder moet € 271,90 betalen
2.3.
De bewindvoerder heeft niet gereageerd op de dagvaarding en heeft dus niet aangegeven dat de feiten die daarin staan niet kloppen. Die staan daarom in deze zaak vast. Op basis daarvan wordt het gevorderde bedrag van € 271,90 toegewezen. Dit bedrag bestaat uit de onbetaalde premies zorgverzekering over de maanden juli en augustus 2023 die [gedaagden] op basis van de zorgverzekeringsovereenkomst aan OHRA c.s. had moeten betalen.
De bewindvoerder moet de proceskosten betalen
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die de bewindvoerder aan OHRA c.s. moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 108,09 aan explootkosten, € 135,- aan griffierecht, € 43,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 453,73. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat OHRA c.s. dat eisen en de bewindvoerder daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de bewindvoerder om aan OHRA c.s. te betalen € 271,90;
3.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, die aan de kant van OHRA c.s. worden begroot op € 453,73;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
43416