Uitspraak
1.Tenlastelegging
1.(10-228189-25, feit 1)
2.(10-228189-25, feit 2)
3.(10-281374-25)
4.subsidiair:
5.(10-195708-25)
2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
3.Bewijs / Vrijspraak
[verdachte] heeft toen opzettelijk met een steen het keukenraam van mijn woning ingegooid.
2. (10-228189-25)
3.(10-281374-25)
5.(10-195708-25)
6.(10-249117-23)
4.Kwalificatie en strafbaarheid
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd;
oplichting, meermalen gepleegd;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
5.Straf en maatregelen
e-mailberichten met bedreigende teksten gestuurd naar de medewerkster, die gewoon haar werk deed. De rechtbank weegt hierbij in strafverzwarende zin mee dat de verdachte ook daadwerkelijk naar de Kredietbank is toegegaan.
Deze intensieve behandeling dient in een forensische psychiatrische afdeling op een voldoende hoog beveiligingsniveau te starten. De inschatting is dat de klinische fase van deze behandeling voldoende lang dient plaats te vinden om het recidiverisico te doen verlagen en de verdachte voldoende veilig te kunnen resocialiseren naar de maatschappij.
Het risico op recidive en letselschade wordt ingeschat als hoog. Het middelengebruik en de psychische problematiek worden aangemerkt als primaire criminogene factoren. Daarnaast ontbreekt het de verdachte aan beschermende factoren waaronder huisvesting, dagbesteding en een steunend sociaal netwerk.
Feit 2 (10-228189-25, feit 2) wordt, met name vanwege het advies van de psychiater, maar ook door de toelichting van de psycholoog, verminderd aan de verdachte toegerekend. De feiten 5 (10-195708-25) en 6 (10-249117-23) worden in licht verminderde mate aan de verdachte toegerekend.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en het gevaar voor herhaling eist de algemene veiligheid van personen dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld. Ter bescherming van die veiligheid moet de verdachte zich houden aan voorwaarden, namelijk:
- het verbod om strafbare feiten te plegen;
- meewerken aan reclasseringstoezicht;
- klinische opname in een zorginstelling;
- meewerken aan een time-out van maximaal zeven weken met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot een maximum van veertien weken per jaar;
- aansluitend aan de klinische opname begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende klinische plaatsing;
- een middelenverbod en meewerken aan controle daarop;
- een inspanningsverplichting ten aanzien van dagbesteding;
- meewerken aan schuldhulpverlening/beschermingsbewind;
- een reisverbod ten aanzien van de Europese grenzen van Nederland;
- een contact- en locatieverbod ten aanzien van [slachtoffer 1] .
.Daarom bepaalt de rechtbank dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
6.Voorlopige hechtenis
7.Vordering van de benadeelde partijen
Immateriële schade
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
Materiële schade
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
8.Wettelijke voorschriften
9.Beslissingen
gevangenisstraf van 215 (tweehonderdvijftien) dagen;
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende voorwaarden:
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
€ 500,- (vijfhonderd euro), als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 25 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat
€ 500,- (vijfhonderd euro)te betalen, en de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
706,91 (zevenhonderdzes euro en eenennegentig cent), als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 21 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat
€ 706,91 (zevenhonderdzes euro en eenennegentig cent)te betalen, en de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
7 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;