ECLI:NL:RBROT:2026:2009
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens voldoende zelfredzaamheid
Verzoeker, afkomstig uit Somalië en sinds 2009 in Nederland, heeft een aanvraag ingediend voor toelating tot maatschappelijke opvang, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen op grond van onvoldoende recht op opvang vanwege voldoende zelfredzaamheid.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd, omdat hij momenteel geen vast woonadres heeft en dreigt dakloos te worden. De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang, maar oordeelt dat verzoeker zich steeds zelfstandig heeft kunnen handhaven, zowel in Nederland als in Somalië, en dat zijn problemen vooral huisvestingsgerelateerd zijn.
De rechter volgt het college in het standpunt dat verzoeker niet behoort tot de doelgroep van artikel 1.2.1 Wmo 2015, omdat hij met gebruikelijke voorzieningen en zijn sociale netwerk in staat is zichzelf te handhaven. De subsidiaire grond dat verzoeker onvoorbereid naar Nederland is gekomen wordt niet meer behandeld. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker voldoende zelfredzaam is en niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang.