Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- [persoon A] , wier vordering in behandeling is bij LBIO;
- [persoon B] , wiens vordering in behandeling is bij LBIO «afkorting»;
- [persoon C] , wiens vordering in behandeling is bij LBIO;
- [persoon D] , wier vordering in behandeling is bij LBIO
- verzoeker;
- mevrouw [persoon E] , werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen schuldhulpverlening);
- mr. A. el Ouath, werkzaam bij Fyrm advocaten, namens [persoon A] c.s.
2.Het verzoek
3.Het verweer
€ 1.795,37, hetgeen zij terecht en gemotiveerd weigeren. De vorderingen van [persoon A] c.s. vertegenwoordigen circa 24% van de totale schuldenlast en vormen daarmee een substantieel deel daarvan. Reeds hierom kan niet snel worden aangenomen dat [persoon A] c.s. in redelijkheid niet tot weigering hebben kunnen komen. Daarnaast benadrukken [persoon A] c.s. dat het niet gaat om gewone handelsvorderingen, maar om achterstallige partner- en met name kinderalimentatie, die ziet op het levensonderhoud en de bestaanszekerheid van de kinderen. De onderhoudsplicht is van dwingendrechtelijke aard en kan niet worden omzeild door middel van een dwangakkoord. Dat kinderalimentatie inmiddels per 1 juli 2025 als preferente vordering geldt, onderstreept volgens [persoon A] c.s. het bijzondere karakter en het maatschappelijk belang van deze schuld. Verder stellen [persoon A] c.s. dat verzoeker wel degelijk over verdiencapaciteit beschikt. Verzoeker heeft een academische opleiding, relevante werkervaring en geen objectieve belemmeringen om inkomen te genereren. Het ontbreken van inkomen is volgens [persoon A] c.s. geen onmacht, maar het gevolg van bewuste keuzes van verzoeker, gericht op het ontlopen van zijn onderhoudsplicht. Toewijzing van het dwangakkoord zou volgens [persoon A] c.s. neerkomen op het belonen van verwijtbaar gedrag en het legitimeren van het ontduiken van wettelijke verplichtingen. [persoon A] c.s. blijven bij hun standpunt dat zij onder geen enkel beding kunnen instemmen met een dwangakkoord dat leidt tot (gedeeltelijke of volledige) kwijtschelding van alimentatievorderingen, omdat dit in strijd is met het karakter van de onderhoudsplicht en het belang van de kinderen.