ECLI:NL:RBROT:2026:1992

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
11725563 RR FORM 25-37
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArtikel 15 BesluitArtikel 238 lid 1 RvArtikel 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugbetaling lening tussen vriendinnen en afwijzing verrekening boetes

Eiseres heeft aan gedaagde een bedrag van €1.300,- geleend met de afspraak dat terugbetaling zou plaatsvinden wanneer het gedaagde uitkwam. Na een ruzie in april 2024 waarbij politie betrokken was, spraken partijen af dat gedaagde eventuele boetes mocht verrekenen met het openstaande leenbedrag. Gedaagde betaalde €800,- terug, maar stelde later dat zij nog boetes zou krijgen die verrekend konden worden.

Eiseres ontdekte dat gedaagde geen boetes had ontvangen en vorderde betaling van het resterende bedrag van €500,- met rente. Gedaagde erkende geen boetes te hebben ontvangen, maar verweerde zich met een claim dat eiseres haar armband had beschadigd. De rechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende bewijs leverde voor de boetes en dat verrekening niet mogelijk was.

De vordering van eiseres tot betaling van €500,- met wettelijke rente vanaf 18 april 2025 werd toegewezen. De reconventionele vordering van gedaagde werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van €50,- en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €500 met rente en proceskosten, verrekening van boetes wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11725563 RR FORM 25-37
datum uitspraak: 20 februari 2026
Vonnis van de regelrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
die zelf procedeert,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het aanvraagformulier van [eiseres] dat de rechtbank op 28 mei 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en
  • de verklaring van [gedaagde] .
1.3.
Op 23 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiseres] aanwezig met haar vader. [gedaagde] heeft aangekondigd dat zij niet naar de zitting zou komen en is ook niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] en [gedaagde] waren vriendinnen van elkaar. [eiseres] heeft aan [gedaagde] € 1.300,00 geleend. Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] dit bedrag zou terugbetalen als het haar uitkomt. In april van 2024 hebben partijen een hoogoplopende ruzie gehad waarbij de politie is betrokken. Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] eventuele boetes die in rekening zouden worden gebracht aan [gedaagde] mocht verrekenen met het geleende bedrag dat [gedaagde] nog moest terugbetalen aan [eiseres] . [gedaagde] heeft foto’s gestuurd naar [eiseres] waaruit blijkt dat zij boetebedragen moest betalen van in totaal € 500,00. Op 29 september 2024 heeft [gedaagde] € 800,00 terugbetaald aan [eiseres] . Later heeft [eiseres] ontdekt dat [gedaagde] geen boetes heeft ontvangen voor het incident tussen partijen. [eiseres] heeft dan ook aan [gedaagde] gevraagd om het restant van de lening terug te betalen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. In deze procedure eist [eiseres] dat [gedaagde] € 500,00 met rente terugbetaalt.
2.2.
[gedaagde] erkent (nog) geen boetes te hebben gehad voor het incident, maar geeft aan dat de politieagent heeft aangegeven dat zij wel boetes zou krijgen. Verder voert [gedaagde] aan dat [eiseres] tijdens de ruzie haar armband van € 1.150,00 kapot heeft gemaakt.
2.3.
De rechter wijst de vorderingen van [eiseres] toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.
[gedaagde] moet € 500,00 betalen aan [eiseres]
2.4.
De rechter oordeelt dat [gedaagde] aan [eiseres] € 500,00 moet terugbetalen. Dit is namelijk het deel van de lening dat nog niet is terugbetaald. [gedaagde] vindt dat zij dit (nog) niet hoeft te betalen, omdat zij door de opmerking van de politieagent nog wel een boete verwacht die zij volgens de afspraak tussen partijen mag verrekenen met het nog openstaande bedrag. Op 19 januari 2026 heeft [gedaagde] echter nog steeds geen boetes ontvangen. Vast staat dan ook dat er op dit moment geen bedragen kunnen worden verrekend met het geleende bedrag dat nog moet worden terugbetaald. [gedaagde] heeft ook onvoldoende onderbouwd dat zij nog een boete mag verwachten. Zij moet het geleende bedrag dan ook terugbetalen aan [eiseres] .
2.5.
[eiseres] hoeft daarentegen niet de kapotte armband van [gedaagde] te vergoeden, omdat [eiseres] tijdens de zitting heeft tegengesproken dat zij de armband kapot heeft gemaakt. Het ligt dan op de weg van [gedaagde] om aan de hand van stukken of tijdens de zitting uit te leggen waarom [eiseres] de schade aan de armband wel moet vergoeden. Door niet te verschijnen heeft zij dat achterwege gelaten.
[gedaagde] moet ook rente betalen
2.6.
[gedaagde] moet ook rente betalen over het openstaande bedrag vanaf 18 april 2025, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat dit moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit Pro). De regelrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 50,00 (artikel 238 lid 1 Rv Pro). Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De regelrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 500,00 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf 18 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 50,00;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64363