Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 december 2025, met bijlagen;
- de schriftelijke reactie van Pro-Verkeer op de dagvaarding met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen.
2.De beoordeling
a) Salaris september 2025
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Werknemer trad op 1 juli 2024 in dienst bij Pro-Verkeer en meldde zich op 12 mei 2025 ziek. Na advies van de bedrijfsarts sloten partijen een vaststellingsovereenkomst (VSO) om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen per 30 september 2025. Werknemer stelde dat Pro-Verkeer de VSO niet correct was nagekomen en onterecht bedragen had ingehouden op de eindafrekening.
De kantonrechter oordeelde dat partijen gebonden zijn aan de VSO, tenzij deze wordt vernietigd of ontbonden, wat niet het geval was. Werknemer had zich op 20 augustus 2025 beter gemeld en had recht op volledige loonbetaling, ondanks dat zij niet werkte vanwege vrijstelling in de VSO. Pro-Verkeer had slechts 70% van het salaris over september 2025 betaald en hield onterecht bedragen in voor vakantiegeld en een 13e maand.
De kantonrechter veroordeelde Pro-Verkeer tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, de 13e maand, wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 30%. Een inhouding wegens ongeoorloofd tankgedrag werd echter gegrond bevonden. De tegenvordering van Pro-Verkeer werd afgewezen omdat deze in strijd was met de VSO. Pro-Verkeer werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en correctie van loonstrook en jaaropgave. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van onterecht ingehouden bedragen en wettelijke rente, terwijl de tegenvordering wordt afgewezen.