Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:1991

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
11954479 VV EXPL 25-670
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststellingsovereenkomst en onrechtmatige inhoudingen op eindafrekening bij beëindiging arbeidsovereenkomst

Werknemer trad op 1 juli 2024 in dienst bij Pro-Verkeer en meldde zich op 12 mei 2025 ziek. Na advies van de bedrijfsarts sloten partijen een vaststellingsovereenkomst (VSO) om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen per 30 september 2025. Werknemer stelde dat Pro-Verkeer de VSO niet correct was nagekomen en onterecht bedragen had ingehouden op de eindafrekening.

De kantonrechter oordeelde dat partijen gebonden zijn aan de VSO, tenzij deze wordt vernietigd of ontbonden, wat niet het geval was. Werknemer had zich op 20 augustus 2025 beter gemeld en had recht op volledige loonbetaling, ondanks dat zij niet werkte vanwege vrijstelling in de VSO. Pro-Verkeer had slechts 70% van het salaris over september 2025 betaald en hield onterecht bedragen in voor vakantiegeld en een 13e maand.

De kantonrechter veroordeelde Pro-Verkeer tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, de 13e maand, wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 30%. Een inhouding wegens ongeoorloofd tankgedrag werd echter gegrond bevonden. De tegenvordering van Pro-Verkeer werd afgewezen omdat deze in strijd was met de VSO. Pro-Verkeer werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en correctie van loonstrook en jaaropgave. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van onterecht ingehouden bedragen en wettelijke rente, terwijl de tegenvordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11954479 VV EXPL 25-670
datum uitspraak: 26 januari 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats] , gemeente Breda,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. J. Koole,
tegen
Pro-Verkeer B.V.,
vestigingsplaats: Ridderkerk,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
vertegenwoordigd door: de heer [naam 1] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Pro-Verkeer’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 19 december 2025, met bijlagen;
  • de schriftelijke reactie van Pro-Verkeer op de dagvaarding met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen.
1.2.
Op 12 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [eiseres] met haar gemachtigde mr. Koole en namens Pro-Verkeer de heer [naam 1] , operationeel manager, en de heer [naam 2] , directeur en bestuurder.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] is op 1 juli 2024 bij Pro-Verkeer in dienst getreden in de functie van administratief medewerkster. [eiseres] heeft zich op 12 mei 2025 ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft partijen geadviseerd om met elkaar in gesprek te gaan om de problemen in de arbeidsverhouding op te lossen. Het gesprek tussen partijen heeft er toe geleid dat is afgesproken om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. De afspraken die partijen hebben gemaakt zijn in een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) vastgelegd en [eiseres] heeft zich beter gemeld. Volgens [eiseres] is Pro-Verkeer de VSO niet correct nagekomen en heeft Pro-Verkeer ten onrechte bedragen op de eindafrekening ingehouden. [eiseres] vordert daarom betaling van die bedragen, met nevenvorderingen. Pro-Verkeer is het hier niet mee eens en heeft een tegeneis.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] voor het overgrote deel gelijk heeft en wijst daarom de vordering van [eiseres] grotendeels toe. De tegenvordering van Pro-Verkeer wordt afgewezen. Hierna zal deze beslissing worden toegelicht.
Toetsingskader in kort geding
2.3.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat de eisende partij heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor gedaagde partij als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
Partijen zijn gebonden aan de VSO
2.4.
Tussen partijen is overleg gevoerd over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Partijen hebben daartoe afspraken gemaakt die zijn opgenomen in de VSO. Aan die afspraken zijn partijen gebonden, tenzij een van partijen in rechte een geslaagd beroep op vernietiging of ontbinding van de VSO doet. Hetgeen Pro-Verkeer heeft aangevoerd over de wijze waarop een en ander is verlopen na de ziekmelding van [eiseres] op 12 mei 2025, is geen juridische grond voor vernietiging of ontbinding van de VSO.
2.5.
In de VSO is, voor zover van belang, bepaald:
“(…)
Artikel 1 Einde Pro dienstverband & Beëindigingsvergoeding;
1. De arbeidsovereenkomst eindigt met wederzijdse instemming (…) per 30 september 2025.
(…)
Artikel 2 Werkzaamheden Pro en salaris;
1. Werknemer is volledig vrijgesteld van haar normale werkzaamheden (…).
2. Tot aan het einde van het dienstverband, (…), betaalt werkgever werknemer haar gebruikelijke salaris door. Tevens bouwt werknemer tot dat moment pensioen, vakantiegeld en vakantiedagen op.
Artikel 3 Eindafrekening Pro;
1. De werkgever zal de werknemer uiterlijk binnen één maand na beëindiging van de overeenkomst een definitieve eindafrekening doen toekomen en tot financiële afwikkeling overgaan. Eindafrekening betreft alle positief opgebouwde tegoeden, conform arbeidsovereenkomst, minus te verrekenen zaken met name ongeoorloofd tankgedrag.
(…)
Artikel 8 Finale Pro kwijting;
1. Behoudens voor zover het de uitvoering van de uit deze beëindigingsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen betreft, heeft werknemer niets meer van de werkgever te vorderen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, de beëindiging daarvan of anderszins, terwijl werkgever ter zake niets meer van werknemer te vorderen heeft en verlenen partijen elkaar te dier zake over en weer finaal kwijting.
(…)”
Pro-Verkeer moet aan [eiseres] € 673,33 bruto aan achterstallig loon/vakantiegeld betalen
a.
a) Salaris september 2025
2.6.
[eiseres] heeft zich per e-mail van 20 augustus 2025 bij Pro-Verkeer beter gemeld. De stelling van Pro-Verkeer dat [eiseres] toen eigenlijk nog ziek was volgt de kantonrechter niet. Het is aan de bedrijfsarts om te beoordelen of een werknemer al of niet arbeidsongeschikt is. De kantonrechter heeft in het dossier geen stukken van de bedrijfsarts gezien waaruit blijkt dat [eiseres] op 20 augustus 2025 nog arbeidsongeschikt was.
2.7.
Omdat [eiseres] vanaf 20 augustus 2025 weer beter was, had zij vanaf die datum weer aanspraak op volledige betaling van haar loon (100%). Het feit dat [eiseres] niet heeft gewerkt, zoals door Pro-Verkeer aangevoerd, doet daar niet aan af. Immers, op grond van de VSO was [eiseres] vrijgesteld van haar werk (zie artikel 2 lid Pro 1). Voorts is in de VSO afgesproken dat tot het einde van het dienstverband Pro-Verkeer het ‘gebruikelijke salaris’ zal betalen (zie artikel 2 lid Pro 2). De term ‘gebruikelijk salaris’ kan naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet anders worden opgevat dan dat het volledige loon (100%) zal worden betaald.
2.8.
Pro-Verkeer heeft over de maand september 2025 aan [eiseres] slechts 70% van het salaris betaald. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het aannemelijk dat in een gewone procedure de vordering van [eiseres] tot betaling van de resterende 30% zal worden toegewezen. Volgens de berekening van [eiseres] gaat het om een bedrag van € 454,77 bruto. Pro-Verkeer heeft de berekening van [eiseres] niet betwist, zodat Pro-Verkeer zal worden veroordeeld tot betaling van € 454,77 bruto aan achterstallig salaris over de maand september 2025.
b) Vakantiegeld
2.9.
[eiseres] heeft gesteld dat Pro-Verkeer een bedrag van € 218,56 bruto te weinig aan vakantiegeld heeft uitgekeerd. [eiseres] heeft daartoe verwezen naar een berekening.
2.10.
Pro-Verkeer heeft dit niet betwist noch aangevoerd dat de berekening van [eiseres] niet klopt. Het is daarom voldoende aannemelijk dat in een gewone procedure de vordering tot betaling van het resterende vakantiegeld zal worden toegewezen. Pro-Verkeer zal daarom worden veroordeeld om € 218,56 bruto aan vakantiegeld te betalen.
Pro-Verkeer moet € 1.289,32 netto aan 13e maand betalen
2.11.
Pro-Verkeer heeft bij de eindafrekening onder andere een bedrag van € 1.289,32 netto ingehouden. Pro-Verkeer heeft voor die inhouding aangevoerd dat in december 2024 ten onrechte aan [eiseres] een 13e maand is uitgekeerd.
2.12.
In de VSO hebben partijen elkaar over en weer finale kwijting verleend. Deze finale kwijting heeft tot gevolg dat Pro-Verkeer de betaling van de 13e maand in december 2024 niet meer kan claimen. Dit zou anders zijn indien in de VSO uitdrukkelijk een voorbehoud is gemaakt ten aanzien van de betaling van de 13e maand. Daarvan is niet gebleken. Daarom is het voldoende aannemelijk dat in een gewone procedure de vordering van [eiseres] tot betaling van € 1.289,32 netto zal worden toegewezen. Pro-Verkeer wordt daarom veroordeeld om € 1.289,32 netto aan [eiseres] te betalen.
Ongeoorloofd tankgedrag
2.13.
Pro-Verkeer heeft bij de eindafrekening ook een bedrag van € 1.517,- netto ingehouden en daartoe aangevoerd dat [eiseres] voor de omvang van dit bedrag ongeoorloofd heeft getankt. Over ‘ongeoorloofd tankgedrag’ is in de VSO wel een voorbehoud gemaakt (zie artikel 3 lid Pro 1). Daarom moet worden beoordeeld of Pro-Verkeer op goede gronden tot inhouding is overgegaan. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat Pro-Verkeer dit heeft mogen doen. De vordering van [eiseres] tot betaling van € 1.517,00 netto wordt daarom afgewezen.
2.14.
[eiseres] heeft kort nadat zij bij Pro-Verkeer is gaan werken een tankpas gekregen. Volgens Pro-Verkeer was de tankpas uitsluitend bedoeld voor vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer. Ter onderbouwing van die afspraak heeft Pro-Verkeer een door [eiseres] en Pro-Verkeer op 16 juli 2024 getekende bruikleenovereenkomst overgelegd. Hoewel [eiseres] op de zitting heeft verklaard dat zij zich niet kan herinneren dat zij die bruikleenovereenkomst heeft getekend, acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat partijen de bruikleenovereenkomst hebben gesloten. De kantonrechter neemt hierbij mede in aanmerking dat ook uit de arbeidsovereenkomst volgt dat aan [eiseres] een vergoeding toekomt gebaseerd op woon-werkverkeer.
2.15.
Tijdens de zitting is gebleken dat partijen geen specifieke afspraken hebben gemaakt over hoe een en ander in de praktijk zou worden bijgehouden, maar in de bruikleenovereenkomst is wel duidelijk opgenomen dat de tankpas alleen bestemd is voor woon-werkverkeer, dat kosten die buiten het werk gerelateerd gebruik vallen voor rekening van de gebruiker blijven en dat Pro-Verkeer steekproefsgewijs kan controleren.
2.16.
Pro-Verkeer heeft op basis van het aantal weken dat [eiseres] bij Pro-Verkeer heeft gewerkt een berekening gemaakt hoeveel brandstof zij nodig heeft gehad voor het woon-werkverkeer en wat de kosten daarvan zijn geweest. Volgens Pro-Verkeer gaat het om € 1.470,- excl. btw aan brandstofkosten. [eiseres] heeft deze berekening niet betwist.
2.17.
Voorts heeft Pro-Verkeer een overzicht gemaakt waarin is opgenomen wanneer met de tankpas die aan [eiseres] is verstrekt is getankt. Hoewel de onderliggende facturen ontbreken acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat de brandstof die in het overzicht is opgenomen met de tankpas van [eiseres] is getankt. Volgens het overzicht is op drie maal na ‘premium petrol’ getankt. Niet in geschil is dat [eiseres] voor haar auto deze brandstof nodig had. De drie keer dat ‘unleaded petrol’ is getankt, betreft volgens Pro-Verkeer momenten waarop [eiseres] met een auto van de zaak heeft gereden. [eiseres] heeft dat niet betwist. Ook valt op dat in de regel bij een tankstation in Breda is getankt, behoudens de drie afwijkende tankbeurten en nog twee andere tankbeurten. De verklaring van [eiseres] dat zij niet bij het tankstation in Breda zou tanken, omdat zij vanaf haar woonplaats [woonplaats] direct de snelweg op kan rijden om naar haar werk te gaan, is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van het overzicht. Het had op de weg van [eiseres] gelegen andere feiten en omstandigheden aan te voeren op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de juistheid van het overzicht.
2.18.
Volgens het overzicht van Pro-Verkeer is voor een bedrag van € 3.659,75 incl. btw getankt. Zonder btw komt Pro-Verkeer uit op een bedrag van € 2.997,60 excl. btw. Pro-Verkeer heeft daarom een bedrag van € 1.527,60 (€ 2.997,60 minus € 1.470,-) mogen inhouden op de eindafrekening. De inhouding van - uiteindelijk - € 1.517,- is dus gerechtvaardigd.
Pro-Verkeer moet de wettelijke verhoging betalen
2.19.
Als het loon niet op tijd wordt betaald is de werkgever daarover een verhoging verschuldigd (artikel 7:625 BW Pro). In de gegeven omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot 30%. Pro-Verkeer zal daarom worden veroordeeld tot betaling van 30% wettelijke verhoging over het achterstallige loon, het vakantiegeld en de 13e maand.
Pro-verkeer moet de wettelijke rente betalen
2.20.
Indien een geldsom niet tijdig wordt betaald is daarover wettelijke rente verschuldigd. Pro-Verkeer heeft niet betwist dat zij vanaf 1 november 2025 in verzuim is. Pro-Verkeer zal worden veroordeeld om vanaf die datum de wettelijke rente over het achterstallige loon, het vakantiegeld en de 13e maand te betalen. De wettelijke rente over de wettelijke verhoging wordt vanaf de dag van dagvaarding toegewezen.
Correctie van de eindafrekeningen, loonstroken en jaaropgaven/loonaangifte
2.21.
Omdat Pro-Verkeer over de maand september 2025 nog 30% van het salaris moet betalen, aan vakantiegeld nog een bedrag verschuldigd is en op de eindafrekening ten onrechte een bedrag heeft ingehouden, wordt Pro-Verkeer veroordeeld de loonstrook van september 2025, de eindafrekening en voor zover nodig de jaaropgave/loonaangifte te corrigeren en aan [eiseres] te verstrekken.
Pro-Verkeer moet een bedrag van € 459,98 aan buitengerechtelijke kosten betalen
2.22.
[eiseres] heeft aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter wijst een lager bedrag toe dan [eiseres] heeft gevorderd, omdat een deel van haar vordering wordt afgewezen. De wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
Pro-Verkeer hoeft geen vergoeding voor de eigen bijdrage te betalen
2.23.
De vordering tot betaling van € 951,- aan vergoeding voor de eigen bijdrage wordt afgewezen. Voor een vergoeding van deze kosten bestaat geen rechtsgrond, omdat deze kosten worden geacht in de normale proceskostenvergoeding te zijn begrepen.
De tegeneis van Pro-Verkeer wordt afgewezen
2.24.
De tegeneis van Pro-Verkeer komt er samengevat op neer dat zij over de periode vanaf 12 mei 2025 tot 30 september 2025 terugbetaling vraagt van het loon, het vakantiegeld en de verlofuren en voorts ook terugbetaling wil van de transitievergoeding en de aan [eiseres] betaalde juridische kosten.
2.25.
Deze tegenvordering kan niet worden toegewezen omdat dit in strijd is met de VSO die partijen hebben gesloten. Zoals hiervoor onder 2.4 overwogen zijn partijen gebonden aan de afspraken die zij in de VSO hebben gemaakt.
2.26.
Ook de vergoeding voor juridische kosten en afwikkelingskosten dossier komen niet voor toewijzing in aanmerking, omdat Pro-Verkeer geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit kan worden afgeleid dat zij (intern of extern) deze kosten heeft gemaakt.
Pro-Verkeer moet de proceskosten betalen
2.27.
De proceskosten in conventie en reconventie komen voor rekening van Pro-Verkeer, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Pro-Verkeer in conventie aan [eiseres] moet betalen op € 90,- aan griffierecht, € 814,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. In reconventie wordt het salaris voor de gemachtigde begroot op nihil, omdat de reconventie niet of nauwelijks tot extra werkzaamheden heeft geleid. In totaal worden de proceskosten aldus begroot op € 1.039,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.28.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en Pro-Verkeer daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
3.1.
veroordeelt Pro-Verkeer om aan [eiseres] te betalen € 673,33 bruto aan achterstallig loon/vakantiegeld, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 1 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt Pro-Verkeer om aan [eiseres] te betalen € 1.289,32 netto aan 13e maand, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 1 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt Pro-Verkeer om aan [eiseres] de wettelijke verhoging van 30% te betalen over de onder 3.1. en 3.2. genoemde bedragen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 19 december 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
veroordeelt Pro-Verkeer om aan [eiseres] te betalen € 459,98 aan buitengerechtelijke kosten, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 19 december 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
veroordeelt Pro-Verkeer om de loonstrook van september 2025, de eindafrekening en voor zover nodig de jaaropgave/loonaangifte te corrigeren en aan [eiseres] te verstrekken;
3.6.
veroordeelt Pro-Verkeer in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.039,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
in reconventie
3.7.
wijst de vordering van Pro-Verkeer af;
3.8.
veroordeelt Pro-Verkeer in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op nihil;
in conventie en in reconventie
3.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.10.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
754