Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder feit 2 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder feit 1 (met uitzondering van de onderdelen A, D en E) en feit 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 238 dagen met aftrek
- met opdracht aan de Jeugdbescherming West tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht.
4.Vrijspraak
voorbereiding of bevordering van terroristische misdrijven, voldoende dat het oogmerk van de verdachte op het begaan van die misdrijven is gericht. Een concretisering van het voor te bereiden of te bevorderen misdrijf naar tijdstip, plaats en wijze van uitvoering is daarbij niet vereist. De Hoge Raad overweegt in dit verband dat, gelet op de wetsgeschiedenis, de voor toepassing van artikel 46 Sr Pro vereiste mate van concretisering ook geldt voor artikel 96, tweede lid, Sr. Vereist is daarom slechts dat met voldoende bepaaldheid blijkt op welk
terroristisch misdrijf de ander aan artikel 96, tweede lid, Sr ontleende voorbereidings- of
bevorderingshandelingen waren gericht.
vermelden dat het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven;