Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde (opruiing en verspreiding tot opruiing tot een terroristisch misdrijf);
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 56 dagen met aftrek
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 uren voorwaardelijk, subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) met de door de officier van justitie voorgestelde wijzigingen, inhoudende:
- met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west (hierna: de jeugdreclassering) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht;
- opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
4.Waardering van het bewijs
vermelden dat het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven;
video’s en of deze op zichzelf beschouwd opruiend zijn. De verdachte heeft verklaard dat het TikTok-account ‘[account]’ van hem is en dat hij op dat account video’s in het openbaar heeft herplaatst. De politie heeft onderzoek gedaan naar de inhoud van de gedeelde video’s. Deze bestaan voor een deel uit gewelds- of strijd verheerlijkende nasheeds en in het Engels ondertitelde teksten. In de video’s en met name in de strijdliederen wordt niet alleen de gewapende strijd en het martelaarschap verheerlijkt, maar wordt ook opgeroepen om aan de strijd deel te nemen. Dit leidt tot de conclusie dat de strekking van het materiaal dat door de verdachte is gedeeld en verspreid – in samenhang bezien – opruiend van aard is en dat is op zodanige wijze gebeurd dat iemand ertoe bewogen zou kunnen worden om een terroristisch misdrijf te plegen. Door het herplaatsen van de video’s heeft de verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet gehad op opruiing tot een terroristisch misdrijf. De verdachte heeft gedurende een langere periode fysiek en online contact gehad met de medeverdachten, waarbij het jihadistisch gedachtegoed veelvuldig onderwerp van gesprek was. Ook werden er onderling video’s van IS-propaganda uitgewisseld. Dat de verdachte heeft verklaard dat hij niet wist wat de inhoud of strekking van de video’s en de nasheeds was omdat hij de Arabische taal niet voldoende machtig is, maakt dat oordeel, gelet op het voorgaande, niet anders. De rechtbank acht die verklaring ook niet aannemelijk geworden gelet op de inhoud van het dossier. Datzelfde geldt voor de strafbaarheid op grond van artikel 132 Sr Pro omdat het er niet toe doet of de verspreiding enig resultaat heeft gehad. Met de vaststelling dat de verdachte de video’s heeft herplaatst en verspreid, kan ook worden geconcludeerd dat hij de video’s in voorraad heeft gehad.
op één of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksdeperiode 18 februari 2025 tot en met
19 april 2025 te ‘s-Gravenhage en/of elders in Nederland,
één of meerander
(en
) en/of alleen, (telkens)
dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, en/of enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezagheeft opgeruid, door:
bericht(en) en/of afbeelding(en) en/ofvideo
(’s
)via TikTok waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het martelaarschap wordt verheerlijk
t, te weten:
, p. 891) en
/of
, p. 893) en
/of
, p. 894-895) en
/of
,p. 895)
/ofafbeelding, waarin tot een terroristisch misdrijf
en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezagwordt opgeruid, heeft verspreid,
en/of zijn mededader(s), wist(en) ofernstige reden had
(den)om te vermoeden dat in
het/de geschrift
(en
)en
/ofde afbeelding
(en
)zodanige opruiing voorkomt,
bericht(en) en/of afbeelding(en) en/ofvideo
(’s
)waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het martelaarschap wordt verheerlijk
tvia TikTok, te weten:
, p. 891) en
/of
, p. 893) en
/of
, p. 894-895) en
/of
, p. 895)
en/of.
5.Strafbaarheid feit
6.Motivering straf
- het houden aan de aanwijzingen van Jeugdbescherming west;
- het volgen van onderwijs volgens rooster;
- het verkrijgen en behouden van positieve vrijetijdsbesteding;
- meewerken aan de begeleiding van een coach vanuit E25;
- meewerken aan forensische behandeling vanuit De Waag;
- meewerken aan theologische begeleiding;
- het onthouden van het bezoeken van een digitale omgeving waarin materiaal met extremistische inhoud kan worden verkregen;
- meewerken aan de controle van zijn gegevensdragers en het verstrekken van zijn gebruikersnamen en wachtwoorden;
- een contactverbod met de medeverdachten.
de deskundige [naam 3], werkzaam als jeugdreclasseerder bij Jeugdbescherming west verklaard dat het zinvol is om als bijzondere voorwaarde een controle aan zijn gegevensdragers aan de verdachte op te leggen, zodat hij ervaart dat dergelijke controles kunnen plaatsvinden. Ook is het van belang dat de verdachte voor zijn depressie en het trauma dat hij door de aanhouding heeft opgelopen, behandeling gaat volgen bij De Waag. Het is daarnaast wenselijk dat de verdachte gaat starten met uitbreiding van sociale media-gebruik.
7.In beslag genomen voorwerpen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
werkstrafvoor de duur van
130 (honderddertig)
uren;
18 (achttien) urente verrichten werkstraf resteren;
18 (achttien) uren, subsidiair 9 dagen vervangende jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
(1) één jaar;
anderszins radicaal gedachtegoed wordt gecommuniceerd, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als
bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- gelast de teruggave aan de verdachte van: