ECLI:NL:RBROT:2026:1908
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang voor illegale bouw op natuurgrond
Verzoeker, middellijk bestuurder van een vakantiehuis op een perceel met bestemming 'Landschapselementen en Natuur', kreeg een last onder bestuursdwang opgelegd wegens het bouwen van een schuur, carport en tent zonder omgevingsvergunning. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen deze last.
De schuur overschrijdt de toegestane afmetingen en valt niet onder het overgangsrecht, omdat de bouwvergunning uit 1916 slechts een kleinere loods toestond. De carport kon niet onder het overgangsrecht vallen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat deze legaal aanwezig was bij inwerkingtreding van het omgevingsplan. De tent werd als bouwwerk aangemerkt omdat deze met palen aan elkaar verbonden is en op de grond staat, waardoor ook hiervoor geen vergunning was verleend.
Het college was bevoegd tot handhaving en had geen aanleiding om af te zien van handhavend optreden, mede vanwege het ontbreken van concreet zicht op legalisatie en het belang van handhaving op natuurgrond. De begunstigingstermijn van zes weken werd als redelijk beoordeeld. Het college had verzoeker terecht niet opnieuw gehoord, omdat hij als middellijk bestuurder al eerder gelegenheid had gehad zijn zienswijze te geven.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen, waardoor de last onder bestuursdwang in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen, waardoor de last in stand blijft.