ECLI:NL:RBROT:2026:1890

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
10-219678-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor cocaïnebezit en witwassen Rolex horloge met teruggave

De rechtbank Rotterdam heeft op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het vervoeren en aanwezig hebben van ongeveer 1999 gram cocaïne en het witwassen van een Rolex horloge.

De rechtbank oordeelde dat de tenlasteleggingen niet bewezen konden worden verklaard. De waarneming van een verbalisant via een live camera was onvoldoende concreet en overtuigend om vast te stellen dat verdachte de cocaïne aan een medeverdachte had overhandigd. Daarnaast verklaarde de medeverdachte dat hij de drugs van een ander had ontvangen. De verklaring van verdachte over het horloge, dat hij dit had geleend van een vriend die een klaagschrift had ingediend, bood voldoende aanknopingspunten voor nader onderzoek dat door het Openbaar Ministerie niet is uitgevoerd.

De rechtbank besloot daarom tot vrijspraak van beide feiten. Het in beslag genomen Rolex horloge werd teruggegeven aan de rechthebbende. De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven en de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd bevonden aan nieuwe strafbare feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne en witwassen van een Rolex horloge; horloge wordt teruggegeven; vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-219678-25
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 23-002288-23
Datum uitspraak: 28 januari 2026
Datum zitting: 14 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [plaatsnaam] ,
gedetineerd in [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. K.K. Hansen Löve
Officier van justitie: mr. F.J. van der Putte
Kern van het vonnis
Vrijspraak voor het vervoeren en aanwezig hebben van ongeveer twee kilo cocaïne en het witwassen van een Rolex horloge. Teruggave van het horloge aan de rechthebbende. Afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met een ander 1999 gram aan cocaïne heeft afgeleverd, verstrekt, vervoerd danwel aanwezig heeft gehad. Ook wordt de verdachte beschuldigd van witwassen van een Rolex.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/ of verstrekt en/ of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1999 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op of omstreeks 22 juli 2025, te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Amsterdam, althans in Nederland, (van) een horloge (merk Rolex), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/ of gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat horloge - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf; terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten, waarbij volgens de officier van justitie bij feit 1 sprake is van vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, hieronder worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De beschuldigingen zijn niet bewezen. De verdachte wordt van beide feiten vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 1 oordeelt de rechtbank dat de overtuiging ontbreekt dat de verdachte een wit tasje, met daarin cocaïne, heeft overhandigd aan [medeverdachte] (hierna: de medeverdachte). Ondanks de opmerkelijke, korte en toevallige ontmoeting van de allebei in Amsterdam woonachtig medeverdachten op een parkeerplaats in Capelle aan den IJssel, is de rechtbank er onvoldoende van overtuigd dat de verdachte cocaïne heeft overhandigd aan de medeverdachte. De enkele waarneming van één verbalisant is in dit concrete geval onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Door deze verbalisant wordt opgeschreven dat hij via een live camera heeft waargenomen dat de verdachte instapt als bijrijder bij de medeverdachte en dat hij hierbij iets wits in zijn handen heeft. De verbalisant vermoedt dat dit een klein wit tasje is. Bij het uitstappen zou de verdachte niets meer in zijn handen hebben. De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om een waarneming die een verbalisant heeft gedaan door via een live camera te kijken. Hij heeft dus niet zelf rechtstreeks zicht gehad op wat er bij de auto gebeurde. Het is bovendien de waarneming van één verbalisant, terwijl er meerdere verbalisanten ter plaatse aanwezig waren. De verbalisant heeft slechts ‘iets wits’ waargenomen, terwijl zes andere verbalisanten ook aanwezig zijn geweest op de parkeerplaats en daarover niets hebben opgeschreven. Daarnaast is ‘iets wits’ een onduidelijke en onvoldoende concrete omschrijving. De verdachte heeft verklaard dat hij een kleine schoudertas droeg en dat de verbalisant mogelijk deze schoudertas heeft gezien. Bij de fouillering van verdachte is een tas aangetroffen. De verklaring van verdachte op dit punt kan dus niet zonder meer worden uitgesloten. Bovendien heeft de medeverdachte verklaard dat hij de drugs heeft gekregen van een ander persoon en dus niet van de verdachte. Op zitting heeft de verdachte ook verklaard dat hij na de ontmoeting op de parkeerplaats weer terug naar de snelweg richting Amsterdam reed. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank het met de verdachte eens dat dit een route naar de snelweg richting Amsterdam kan zijn.
Ten aanzien van feit 2 oordeelt te rechtbank dat de verdachte een verklaring heeft gegeven over de herkomst van het Rolex horloge. Hij zou het horloge geleend hebben van een vriend. Bovendien is door [naam] – de beweerde vriend van de verdachte – een klaagschrift (ex artikel 552a Sv) ingediend waaruit volgt dat hij het horloge zou hebben gekregen bij de aanschaf van een auto. In een verklaring bij dat klaagschrift geeft [naam] aan dat hij het horloge had uitgeleend aan de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte hiermee een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het in beslag genomen voorwerp, waaruit zou volgen dat het horloge niet van misdrijf afkomstig is. De verklaring van de verdachte en de daarbij overgelegde stukken bieden naar het oordeel van de rechtbank op belangrijke onderdelen voldoende aanknopingspunten voor nader onderzoek.
Het had op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen om nader onderzoek te doen naar deze verklaring. Nu een dergelijk onderzoek achterwege is gebleven, bevat het dossier onvoldoende bewijs dat het horloge op de tenlastelegging uit enig misdrijf afkomstig zijn.

3.In beslag genomen voorwerp

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen Rolex horloge verbeurd kan worden verklaard.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft op zitting afstand gedaan en zich op het standpunt gesteld dat het horloge kan worden teruggegeven aan de rechthebbende.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen Rolex horloge aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, namelijk [naam] .

4.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 27 oktober 2025 geschorst tot 14 januari 2026 om 10:30 uur. Vervolgens is de voorlopige hechtenis op de zitting van 14 januari 2026 opnieuw geschorst voor onbepaalde tijd.
Gelet op het feit dat de verdachte zal worden vrijgesproken, zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis worden opgeheven.

5.Vordering tot tenuitvoerlegging

5.1.
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van drie maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering primair moet worden afgewezen en subsidiair moet worden omgezet naar een taakstraf.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
Nu de verdachte wordt vrijgesproken van de feiten, heeft hij de algemene voorwaarde niet overtreden. De vordering wordt om die reden afgewezen.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
In beslag genomen voorwerpen
beveelt de teruggave van het Rolex horloge aan de rechthebbende [naam] ;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 23-002288-23)
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 20 maart 2024 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. Bezemer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 januari 2026.