Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure
- de beschikking van 12 december 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 22 januari 2026;
- het verweerschrift van de vader, met zelfstandig verzoek, met bijlagen van 6 februari 2026;
- de nakomende stukken van de vader, ontvangen op 9 februari 2026.
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
- twee vertegenwoordigers van de Raad, [persoon B] en [persoon C] .
2.De feiten
- In de ene week haalt de vader [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] vrijdag na school op. Vader brengt de kinderen op maandag weer terug naar school, waar de moeder [voornaam minderjarige 2] ophaalt;
- In de andere week haalt de vader [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] op dinsdag na school op. De kinderen verblijven bij vader tot vrijdagochtend, wanneer hij hen naar school brengt waar de moeder [voornaam minderjarige 2] ophaalt.
- Bij vakanties van één week blijft de reguliere regeling van kracht;
- Bij vakanties langer dan één week worden de weken gelijk verdeeld tussen beide ouders. Ouders maken onderling afspraken over de verdeling.
18 december 2025 de volgende tijdelijke bodemregeling geldt:
3.Het aangehouden verzoek
4.Het zelfstandige verzoek van de vader
- primair om, indien wordt overgegaan tot (gedeeltelijke) terugplaatsing van de minderjarigen, dit bij vader te laten plaatsvinden, nu bij hem sprake is van een stabiele en veilige opvoedsituatie;
- subsidiair om de GI op te dragen eerst nader onderzoek te verrichten naar de veiligheid van de minderjarigen in de thuissituatie bij de moeder en dit te concretiseren in een duidelijk en toetsbaar veiligheidsplan, alvorens enige terugplaatsing bij de moeder wordt overwogen.
5.De standpunten
De vader is van mening dat de kinderen bij hem geplaatst kunnen worden. Hij zal dan ondersteuning van derden nodig hebben om voor de kinderen te zorgen wanneer hij moet werken of trainen, maar dat is een heel normale situatie in gezinnen met kinderen. Dit mag niet in zijn nadeel worden uitgelegd.
6.Het advies van de Raad
7.De beoordeling
8.De beslissing
1 juli 2026 pro forma;
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Geest als griffier, en op schrift gesteld op 24 februari 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.