In deze zaak verzoekt verzoeker de kantonrechter om de beslagvrije voet te verhogen van € 2.134,- naar € 2.676,47 per maand vanwege een naheffing van de belastingdienst over 2024. Het beslag is gelegd onder de uitkeringen die verzoeker ontvangt van het Pensioenfonds Metaal & Techniek en de Sociale Verzekeringsbank.
Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat verzoeker naast deze uitkeringen ook andere inkomsten ontvangt, waardoor zijn totale netto inkomen € 2.953,96 per maand bedraagt. Dit bedrag is hoger dan zowel de aanvankelijk vastgestelde beslagvrije voet als de door verzoeker opgevoerde noodzakelijke maandelijkse kosten.
De kantonrechter oordeelt dat verzoeker hierdoor geen belang meer heeft bij het verzoek tot verhoging van de beslagvrije voet. Tevens wordt overwogen dat de omstandigheden niet voldoen aan de strenge criteria van de hardheidsclausule van artikel 475fa Rv. Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.