Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de brief van Univé van 18 november 2025.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft gedaagde, die zelf procedeert, een autoverzekering afgesloten bij Univé Schade N.V. maar heeft hij de verschuldigde premie niet tijdig betaald. Hierdoor is de dekking van de verzekering opgeschort. Tijdens deze opschorting heeft gedaagde een ongeval veroorzaakt waarvoor hij aansprakelijk was. Univé heeft de schade van de benadeelde vergoed en vordert nu het schadebedrag van € 2.536,24 terug van gedaagde, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van € 458,13 en rente tot 3 maart 2025 van € 243,41, wat in totaal neerkomt op € 3.237,78, met verdere rente en proceskosten.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat gedaagde de vordering van Univé niet voldoende heeft betwist. Hij heeft enkel aangegeven het niet eens te zijn met het besluit van de autoverzekeraar, zonder verdere toelichting. De kantonrechter heeft de vordering van Univé toegewezen, inclusief de incassokosten en rente, omdat aan alle voorwaarden voor vergoeding is voldaan. De proceskosten zijn ook voor rekening van gedaagde, omdat hij ongelijk heeft gekregen. De kantonrechter heeft de kosten begroot op € 1.255,14, inclusief dagvaardingskosten, griffierecht, salaris voor de gemachtigde en nakosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat Univé het vonnis meteen mag uitvoeren, ook als gedaagde in hoger beroep gaat. De beslissing van de kantonrechter is openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.