ECLI:NL:RBROT:2026:1632

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
10.268525.25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte brandstichting schutting en tuinartikelen

Op 10 oktober 2025 ontstond brand aan de onderkant van een houten schutting tussen de achtertuinen van verdachte en de benadeelde partij. De brand veroorzaakte schade aan de schuur en diverse tuinartikelen. Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte opzettelijk brand had gesticht met een gasbrander en benzine.

De rechtbank onderzocht camerabeelden waarop verdachte met een jerrycan en gasbrander te zien was, en een forensisch rapport dat brandbare vloeistoffen aanwees. Verdachte verklaarde bezig te zijn geweest met het wegbranden van spinnenwebben en onkruid, en ontkende opzet. De rechtbank vond de aanwijzingen onvoldoende om opzet vast te stellen, mede omdat ook een ongeluk niet kon worden uitgesloten.

De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Tevens wees zij de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf af, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte de voorwaarden had overtreden. De in beslag genomen wapens en voorwerpen werden aan verdachte teruggegeven. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering en veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van brandstichting wegens onvoldoende bewijs en de vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.268525.25
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-118409-22
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Datum zitting: 26 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] [plaatsnaam],
gedetineerd in [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. S.C. Peeters
Officier van justitie: mr. M. Vollebregt
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Kern van het vonnis
Op 10 oktober 2025 vond een brand plaats bij een schutting in de achtertuin van de woning aan de [adres 2]. Door de brand zijn verschillende goederen verbrand. Het Openbaar Ministerie stelt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk brand heeft gesticht. De rechtbank spreekt de verdachte wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs vrij.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging houdt in dat
hij op 10 oktober 2025 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, opzettelijk
brand heeft gesticht bij of tegen de afscheiding met de tuin van de buren op de [adres 2], door open vuur in aanraking te brengen met benzine, ten gevolge waarvan brand is ontstaan in/bij de schuur/overkapping bij de buren op [adres 2], waarbij verschillende tuinartikelen en/of een fietsendrager geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor andere goederen in de tuin van [adres 2], de woning
[adres 2] zelf en/of omliggende woningen en/of
- levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van [adres 2]
en/of bewoners van omliggende woningen te duchten was.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk (met aftrek), een proeftijd van twee jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De officier van justitie stelt zich, samengevat weergegeven, op het standpunt dat uit camerabeelden blijkt dat de verdachte opzettelijk met zijn gasbrander brand heeft veroorzaakt aan de onderkant van de schutting van zijn buren. Dat de verdachte opzet heeft gehad op de brandstichting wordt ondersteund door het rapport van de forensische opsporing.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdediging stelt zich, samengevat weergegeven, op het standpunt dat uit de stukken geen sluitend scenario kan worden afgeleid waarbij de verdachte opzettelijk brand zou hebben gesticht.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Vaststelling feiten en omstandigheden
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Tussen de achtertuin van de verdachte aan de [adres 1] en de achtertuin van aangeefster aan de [adres 2] staat een houten schutting. Op 10 oktober 2025 is aan de onderkant van deze schutting, aan de kant van de aangeefster, brand ontstaan. De aangeefster was op het moment van de brand thuis en haar man heeft de brand na enkele minuten met een brandblusser geblust. Ten gevolge van de brand is schade ontstaan aan de schuur/overkapping en aan diverse spullen.
Brandstichting
De vraag ligt voor of vastgesteld kan worden dat het de verdachte is geweest die de brand opzettelijk heeft veroorzaakt.
Verdachte heeft dat steeds ontkend. Hij heeft verklaard dat hij misschien rommelig is geweest, maar niet moedwillig brand heeft gesticht.
Op camerabeelden van vlak voor het ontstaan van de brand is de verdachte met een jerrycan in de weer te zien. Verdachte heeft daarover verklaard dat hij op 10 oktober 2025 in zijn tuin bezig is geweest met het wegbranden van spinnenwebben en onkruid, dat hij een gasbrander en een bosmaaier in gebruik had en dat hij zijn bosmaaier met Aspen benzine uit de jerrycan heeft bijgevuld. Op camerabeelden is eveneens te zien dat de verdachte rond het moment van het ontstaan van de brand in de richting zijn woning loopt, dan even kort omkijkt en vervolgens zijn woning binnengaat. Op de zitting heeft de verdachte hierover gezegd dat hij omkeek omdat hij een geluid hoorde, maar dat hij geen vuur heeft gezien.
Hoewel het vragen oproept dat de verdachte juist net voor het ontstaan van de brand bezig was met een jerrycan en een gasbrander en hij op het moment van het ontstaan van de brand achterom kijkt, acht de rechtbank deze omstandigheden onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de verdachte met opzet de brand heeft veroorzaakt.
Ook op basis van het forensisch onderzoek, waaruit volgt dat tussen de tuintegels onder de schutting en anderhalve meter verderop een indicatie voor brandbare vloeistof is verkregen en een technische oorzaak voor de brand wordt uitgesloten, kan de oorzaak van de brand niet eenduidig worden vastgesteld. Uit onderzoek van het NFI blijkt dat in het onderzochte monster van het zandbed vluchtige stoffen zijn aangetoond die afkomstig zijn van alkylaatbenzine. De rechtbank kan echter op basis van het dossier niet vaststellen of de in het zandbed aangetroffen stof overeenkomt met de stof die in de jerrycan van de verdachte zat.
Bovendien heeft de verdediging aangevoerd, dat de brandbare vloeistof die in het zandbed is aangetroffen al onder de schutting lag omdat daar – en onder de nabijgelegen overkapping – (tuin)apparaten hingen. Dat scenario kan met het aanwezige bewijsmateriaal niet worden uitgesloten.
Er kan dus niet worden uitgesloten dat het ontstaan van de brand een ongeluk was.
Gelet op het voorgaande kan de rechtbank niet vaststellen hoe de brand precies is ontstaan en dus ook niet of de verdachte de brand opzettelijk (al dan niet in voorwaardelijke zin) heeft veroorzaakt.
Conclusie
De conclusie is dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat de verdachte hiervan wordt vrijgesproken.

3.In beslag genomen voorwerpen

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen worden teruggegeven, omdat deze voorwerpen in de context niet strafbaar zijn en ook geen onderdeel van de tenlastelegging zijn.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft betoogd dat de in beslag genomen kruisboog en pijlen moeten worden teruggegeven aan de verdachte.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beslist tot de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:
  • schoeisel (nummer 7036136);
  • jerrycan (nummer 7036150, merk Aspen);
  • steekwapen (nummer 7036188, mes);
  • overig wapen (nummer 7036189, pijlpunt);
  • overig wapen (nummer 7036190, pijlpunt);
  • steekwapen (nummer 7036198);
  • steekwapen (nummer 7036197, merk Carbon express cx12);
  • steekwapen (nummer 7036195, merk Ecplise);
  • steekwapen (nummer 7036196, merk Skylon archery);
  • overig wapen (nummer 7036236, merk Bear Cruser g2 (kruisboog)).

4.Vordering van de benadeelde partij

4.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij € 463,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

5.Vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de door de politierechter van deze rechtbank op 24 oktober 2023 aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 30 uur omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, kan niet worden geoordeeld dat de verdachte de algemene voorwaarde heeft overtreden. Daarom zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
In beslag genomen voorwerpen
- beveelt de teruggave aan de verdachte van:
  • schoeisel (nummer 7036136);
  • jerrycan (nummer 7036150, merk Aspen);
  • steekwapen (nummer 7036188, mes);
  • overig wapen (nummer 7036189, pijlpunt);
  • overig wapen (nummer 7036190, pijlpunt);
  • steekwapen (nummer 7036198);
  • steekwapen (nummer 7036197, merk Carbon express cx12);
  • steekwapen (nummer 7036195, merk Ecplise);
  • steekwapen (nummer 7036196, merk Skylon archery);
  • overig wapen (nummer 7036236, merk Bear Cruser g2 (kruisboog));
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-118409-22)
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 24 oktober 2023 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke taakstraf;
Vordering benadeelde partij
verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. I. Bouter en E. van Vliet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.B.A. Slebus griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 februari 2026.
Mr. A.M.H. Geerars is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.